- 4 juli 2021

“Laten we genieten van kleine dingen”


Beste vrienden.

 

De bekende pastor Seef Konijn heeft een brochure geschreven met als titel: ”De kunst van het genieten.”  Ik ga hem niet uitvoerig citeren, maar enkele gedachten van hem wil ik u niet onthouden. Zo zegt hij o.a.:

  • “Genieten geeft kleur en diepte aan je leven.”
  • “Je Kunt alleen maar echt genieten als je bewust stilstaat bij de dingen en dus innerlijk in rust bent.”
  • “Wie kan genieten is een gelukkig mens.”
  • “De hoogste vorm van genieten is genieten van elkaar.”

 Zo maar enkele citaten en uit het vervolg van deze overweging zal, hoop ik, blijken hoe juist deze opmerkingen van hem zijn.

 

“Je kunt pas echt genieten als je innerlijk tot rust bent gekomen.” Dat is, zo weten we maar al te goed, de eigenlijke bedoeling van de vakantietijd. Ik heb het vaker gezegd: vakantie komt van het Latijnse woord vacare en dat woord heeft twee betekenissen: vrij zijn van en vrij zijn voor. Vrij zijn van inderdaad het moeten, het kantoor of de school, het horloge… om vrij te zijn voor het tot rust komen, ja voor het genieten. We hebben de moeilijke coronaperiode eindelijk grotendeels achter ons gelaten, er zijn allerlei versoepelingen afgekondigd, we mogen weer veel, we proberen die ballast los te laten, weer vitaminen te gaan verzamelen, weer genieten... En daarvoor hoef je niet per se op reis te gaan, je kunt overal genieten als je er maar de rust voor neemt, de stilte zoekt, weet te onthaasten…

Ik moet in dit verband denken aan het verhaal van een medebroeder, missionaris in Afrika. Het was nog in de tijd dat zo’n missionaris te voet van de ene naar de andere statie/parochie trok. Zijn bagage werd gedragen door enkele boys. Op zekere dag, zo vertelde hij me, was hij weer onderweg, toen zijn boys ineens de bagage neerzetten op de grond en ernaast gingen zitten.

“Hé”, zei hij, “we moeten nog verder anders komen we niet voor het donker op de plaats van bestemming.” Geen reactie, de boys bleven zitten. “Moeten jullie soms een betere vergoeding?” Geen reactie. “Wat is er dan aan de hand?” Daarop zei een van de boys: “Pater, onze ziel moet tijd hebben om ons lichaam in te halen.”

Prachtig gezegd… onze ziel moet tijd hebben om ons lichaam in te halen… of om met Seef Konijn te spreken: “Je kunt pas echt genieten als je innerlijk tot rust bent gekomen.” Of zoals wij jaren geleden in een vakantieviering zeiden: “Je moet je vleugels telkens weer laten drogen” zoals aalscholvers doen. Of zoals de lezingen vandaag zeggen en ook ons thema: “Laten we genieten van kleine dingen.”

 

Jezus was een echte natuurmens, genoot van de natuur en het vele mooie ervan, zoals blijkt uit vele parabels. Denken we aan de zaaier en het zaad, de wijnbouwer en de druivenranken, de herder en zijn schapen… En zo zegt Hij vandaag: kijk eens naar de lelies, hoe ze groeien in het veld en de natuur kleur geven. Of kijk naar de vogels in de lucht. Ze zaaien niet en vullen geen voorraadschuren, het is God die ze voedt. - Jezus wil ons op het hart drukken: maak je niet te veel zorgen, geniet van de natuur, geniet van kleine dingen.

Zo kunnen we ook genieten van het kleine jongetje uit onze tweede lezing: het jongetje met zijn zeesterren. Er is tegenwoordig veel te doen over het klimaat, het milieu, de uitstoot van CO2, de afvalberg van plastic enz. … Gepraat wordt er genoeg, maar dat kereltje doet tenminste iets. Ontroerend vind ik dat, ik geniet van zijn gebaar en zijn antwoord: “Voor die ene zeester maakt het wel het verschil.” Het zijn inderdaad de kleine dingen die het doen.

In dit verband denk ik ook met dankbaarheid terug aan de vele vakantieweken van de Zonnebloem destijds in ons missiehuis hier: voor zieken, bejaarden, gehandicapten. Er gebeurden in die weken geen geweldige dingen, zaken die de pers of het journaal haalden, maar… er was wel aandacht voor de ander, tijd voor een gesprek, een luisterend oor, een wandeling naar het dorp, een lach en een traan. Onder elkaar noemden we het vaak “zon voor een schijntje”. Het kostte niet veel, een schijntje, maar je liet wel de zon schijnen, zodat de mensen genoten en daarmee weer verder konden; een week, een maand, een jaar. Of om weer met Seef Konijn te spreken: “Genieten geeft kleur aan je leven, en wie kan genieten is een gelukkig mens.”

 

En zo kom ik dan bij onszelf en de aansporing: “Laten we genieten van de vele kleine dingen…” Als een steuntje in de rug hebben we daarom bij de voorbereiding aan elkaar gevraagd: waar geniet jij zoal van en welke suggestie kun je meegeven voor de komende weken? Het is weer een mooie bloemlezing geworden, luistert u maar:

- ik geniet van de eerste reacties van mijn kleinkind; ik van de voorderingen van mijn

  kleinkinderen; ik van de kinderen van mijn zus

- ik geniet van de herinneringen aan mijn vader die mij leerde zingen en die zorg had voor de

  natuur

- ik geniet tijdens de vakantie van de ontmoeting met onbekenden en van de gesprekken

 met hen

- ik geniet ervan dat wat ik in mijn kinderen geïnvesteerd heb, nu naar mij terugkomt; ik dat

  de kinderen zich om hun ouders bekommeren; ik van de hulp van mijn zoon

- ik geniet van de natuur en van het kijken naar de libellen om mij heen

- ik geniet van de stilte in een kerk: je hoort de Geest van God

- ik geniet ervan als ik iets goeds heb gedaan

- ik geniet ervan als ik niet op mijn horkloge hoef te kijken in de vakantie

- ik geniet van het besef dat ik gelukkig ben.

 

Een korte bloemlezing die wij graag aan u meegeven als vitaminen voor de komende weken. En zo zullen we steeds weer nieuwe vitaminen ontdekken want de apotheek van het leven bevat nog veel meer. “Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen.” En om met Seef Konijn te eindigen: “De hoogste vorm van genieten is genieten van elkaar.”

Dat wensen we elkaar dan ook van harte toe. Amen.

 

Koos van Dijk SVD

 

 

    

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------23 mei 2021

 

OVERWEGING  PINKSTEREN   2021: “Laten we ook nú geestkracht uitstralen’

 

Beste Pinkstervrienden,

 

Ik denk dat u het met mij eens bent dat we ook deze keer een inspirerend thema gekozen hebben voor onze Pinksterviering:

“Laten wij ook nú geestkracht uitstalen!” 

Toch kan ik me indenken dat u enige aarzeling voelt bij dit thema: geestkracht uitstralen? begeestering? enthousiasme? nú? Is dat deze keer mogelijk?

We hebben immers nog steeds te maken met een lockdown, met allerlei beperkingen: niet alleen in het intermenselijk verkeer, maar ook in onze kerken en dus ook in deze kapel. Kijkt u maar even om u heen. Eigenlijk zou onze kapel goed bezet moeten zijn op dit mooie Pinksterfeest, maar helaas…

Ik moest bij de voorbereiding echter denken aan het gezegde van Johan Cruyff: “Elk nadeel heeft zijn voordeel.” En dus vroeg ik me af: heeft deze coronacrisis ook niet zijn voordelen? Dwingen deze beperkingen, dwingt deze lockdown ons niet juist tot bezinning en reflectie, tot de vraag: wat zeggen die wekelijkse, maandelijkse vieringen mij nou echt? Gaat het alleen om volle kerken en mooie gezangen, of is er meer? En ik dacht aan het lied van Huub Oosterhuis: “Wat altijd is geweest, dat waaien van de Geest, gebeurt dat ook aan ons nog vandaag? Dat vuur van het begin, ademen we het echt in, Gods Woord dat antwoord vraagt?” 

 

Daarom nodig ik u uit met mij terug te gaan naar dat eerste Pinksterfeest, dus naar het begin. De apostelen zaten ook in een soort lockdown sinds Goede Vrijdag, en zeker na Jezus’ Hemelvaart. Ze hadden ramen en deuren gesloten uit vrees voor de Joden, ze waren als het ware de draad kwijt en vroegen zich af: Hoe moet het nu verder? Wat betekent Jezus’ belofte: “Jullie worden over enkele dagen gedoopt met heilige Geestkracht? ”. Geestkracht? Wat wil dat zeggen? Lucas beschrijft het als het ware in een soort stripverhaal: er verschijnen vurige tongen boven de hoofden van dat groepje angstige leerlingen, ze worden aangeblazen, aangewakkerd om die lockdown te doorbreken en naar buiten te treden en wel met geestkracht.

Om een nieuw begin te maken.

Het is inderdaad het begin van een nieuwe beweging. Pastoor Verhees beschrijft het in een van zijn boeken zo: “Eerst was er een beweging, leven, spontaan en van binnenuit, ontmoeting van mensen die elkaars vreugde en verwachtingen deelden. Zo is begonnen wat nu Kerk heet: ontmoeting van mensen in een of ander huis, mensen die als vrienden hun brood met elkaar deelden en zó de herinnering aan hun Vriend levend hielden. Ze waren, zo lezen we in de Handelingen, één van hart en ziel, verstonden elkaar en werden mensen van de Weg.” (Einde citaat).
Góed begin was dat! Een nieuwe tijd met ongekende perspectieven en met geestkracht! Dat straalden zij en de Jonge Kerk uit.

 

En nu maak ik met u een grote sprong en ga naar 1975. Veel mensen, ook hier in Deurne en omgeving, zaten als het ware binnen de kerken in een soort lockdown. Goed, men kwam wel samen in kerken, maar miste toch de warmte, het thuisgevoel. Men miste vieringen met teksten, liederen en gebeden aangepast aan de tijd. Er was, zo bleek uit gesprekken, behoefte aan meer aangepaste vieringen. En dus besloten we met een groepje een poging te wagen aan die behoefte te voldoen, een helpende hand uit te steken, deze mooie kapel ervoor open te stellen. En vooral… die geestkracht van het begin weer aan te wakkeren, de Jezus’ beweging nieuw leven in te blazen. En zo, u kunt het lezen op de voorpagina van ons boekje, vult op Pinksteren 1975 de kapel van missiehuis Sint Willibrord zich met nieuwe gezichten. En dat we het Pinksterfeest als startdatum kozen spreekt, denk ik, vanzelf. Want steeds als je, zoals vandaag, dat prachtige verhaal van de Handelingen hoort, word je er warm van: het is een gebeuren dat je hart raakt, je in vuur en vlam zet, die je die goede boodschap van liefde, respect, rust, verbondenheid leert verstaan.

 

Een góed begin was dat, het begin van een sindsdien onafgebroken reeks van thematische vieringen, elke eerste zondag van de maand en op feestdagen, zeker op Pinsteren. Ik denk aan inspirerende thema’s als: elkaar verstaan; in vuur en vlam; op weg met het Pinkstervuur; met Geestkracht verder; en zo vanmorgen: Laten we ook nú Geestkracht uitstralen.

 

En zo, beste vrienden, zijn we aangekomen bij vandaag, het ‘nu’ van ons thema: laten we ook NÚ geestkracht uitstralen. Wij zitten momenteel ook, zo weten we maar al te goed, in een lockdown. Een lockdown met zijn min- en pluspunten, zijn negatieve en positieve ervaringen, zijn invloed op ons dagelijks leven, maar ook op ons kerkelijk leven, ons geloofsleven. Ik wil proberen van dit laatste na ruim een jaar de balans op te maken en daarom heb ik aan de leden van de werkgroep twee vragen gesteld: heeft deze lockdown je geestkracht verzwakt of juist versterkt?

We hoorden het Paulus zeggen in onze tweede lezing: ieder van jullie heeft de kracht van de Geest ontvangen. Er zijn weliswaar verschillende gaven, talenten, charisma’s, maar de Geest is toch het bindende element en helpt ons om gemeenschap te stichten, om geestkracht uit te stralen.

Vandaar dus mijn vraag; lukt dat ons ook nú? Heeft de lockdown ons daarbij geholpen, was het een opfrisbeurt of toch eerder een domper?

Ik moet zeggen: de antwoorden hebben mij blij gemaakt. Natuurlijk, niet alles was even fijn, we misten de bijeenkomsten, als werkgroep en als geloofs-gemeenschap, we misten de vieringen, de persoonlijke contacten; we voelden ons vaak eenzaam, opgesloten…. Maar… elk nadeel heeft zijn voordeel…

Luister maar naar die voordelen, de positieve ervaringen.

-ik vind nu tijd om te lezen en zo nieuwe inspiratie op te doen

-ik heb meer tijd om aandacht te schenken aan de mensen om mij heen: partner, kinderen, vrienden, ja vooral zieken en eenzamen

-ik ben meer bewust bezig met het geloof: wat is nu echt belangrijk, wat niet?

 kerkbezoek of tijd voor elkaar…

-Ik ga belangrijk en onbelangrijk scheiden; het onbelangrijke gooi ik weg, het belangrijke schrijf ik op een lijstje

-Ik ben me meer bewust van de betekenis van verbondenheid: we zijn allemaal schakels aan één ketting, ook al waren er minder vieringen en ontmoetingen

-ik krijg inspiratie via telefonische en andere contacten, omdat we allemaal in dezelfde situatie verkeren

-ik voel, als er dan weer een viering is, me als het ware opnieuw aangeblazen.

 

Zo maar wat reacties… nee, niet zomaar, maar juist echt inspirerend, bezield van geestkracht. En ik hoop dat dit ons allen zoals we vanmorgen bij elkaar zijn 

aangezet heeft nieuwe geestkracht uit te stralen.

Ik wil besluiten met het al eerder aangehaalde lied van Huub Oosterhuis:

“Wat altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt aan (en door) ons vandaag. Dat vuur van het begin, wij ademen het (ook nu) in. Gods Woord dat antwoord vraagt. Die in de stilte sprak, het noodlot onderbrak en nieuwe wegen baande (ook in onze tijd), want Hij is nog niet verstomd. Hij zwaait ons toe en komt en zegt “Ik ben uw Vader. Hij geeft daarom een nieuw gezicht aan duisternis en licht, aan alles wat wij doen. Hij maakt Zijn woorden waar, wij spreken met elkaar een taal van hoop en vrede.”

 

Dat is onze wens, als we zeggen: Een Pinksterfeest vol geestkracht. Amen.

 

Koos van Dijk SVD

  

 

 

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 2 mei 2021

5e zondag van Pasen:

“Laten we verdergaan in verbondenheid”

 

De kernboodschap van de evangelietekst van Johannes zou je als volgt kunnen omschrijven:

“Laten we met elkaar verbonden blijven, want zo kun je vruchten dragen”

 

En de boodschap van de tekst uit de Handelingen van de apostelen vinden we in de zoektocht van Saulus, die later Paulus genoemd wordt. Hij zoekt aansluiting bij de apostelen, hij wil met hen en met Jezus verbonden zijn. En het is te danken aan Barnabas dat Paulus geleidelijk aan door de volgers van Jezus wordt aanvaard.

 

In het evangelie van Johannes gebruikt Jezus diverse keren beeldtaal, bijv. wanneer

Hij over zichzelf spreekt als de “goede herder” of, zoals vandaag, als de “wijnstok”.

Die wijnstok roept beelden op van verbondenheid: verbondenheid met de wijnstok, verbondenheid met de ranken aan die wijnstok, verbondenheid met de wijngaardenier. Jezus vertelt dit verhaal in Zijn afscheidsrede tijdens het laatste avondmaal. De leerlingen vragen zich af hoe het nu met hen verder moet, wanneer Jezus er niet meer zal zijn. En met de parabel van de wijnstok en de ranken maakt Jezus hun duidelijk dat ze niet bang hoeven te zijn. Door verbonden te blijven met Hem blijven ze ook verbonden met de ranken, waarmee Jezus doelt op de mens en zijn naaste. Je zou hier kunnen spreken van horizontale verbondenheid. En dóór Jezus blijven ze verbonden met de zorgzame wijngaardenier, wat je zou kunnen omschrijven als verticale verbondenheid. De wijngaardenier doet er alles aan om goede vruchten aan de wijnstok te laten groeien. Want snoeien doet groeien…

 

Je zou deze parabel naar onze tijd kunnen verplaatsen. We hechten tegenwoordig veel belang aan privacy. De cultuur van “ieder voor zich” kent helaas een onrustbarende groei. Op die manier zijn we van niemand afhankelijk…

Maar is dat dan verbondenheid die vruchten oplevert waarover Johannes schrijft? Omzien naar elkaar, een luisterend oor bieden, een hand uitsteken naar de ander… ik noem een paar kleine, maar o zo belangrijke elementen die kunnen bijdragen aan een verbondenheid die voor onszelf en voor onze naaste vruchten oplevert. En dat geldt zeker voor de coronatijd waarin veel mensen helaas vereenzamen.

En de uitdaging daarbij voor ons christenen van deze tijd is niet gelegen in het streven naar perfecte heiligheid. Wat zei paus Franciscus ook alweer? “Heiligen zijn geen supermensen. Ze zijn niet perfect geboren.” Voor de paus geldt vooral dat wij “fratelli tutti”, broers en zussen van elkaar zijn. In de encycliek met de naam “Fratelli tutti” verwijst de paus naar Franciscus van Assisi die zijn medemensen met deze woorden opriep iedere mens te erkennen, te waarderen en lief te hebben ongeacht zijn of haar fysieke aanwezigheid, ongeacht waar hij of zij geboren is of leeft. Paus Franciscus wijst daarmee op de uitdaging die je kunt vinden door te luisteren naar de goede boodschap van Jezus en door die op eigen wijze handen en voeten te geven.

 

Paulus kan daarbij voor ons een voorbeeld zijn. Op weg naar Damascus heeft hij de Heer ontmoet: de christenvervolger wordt een volger van Jezus, hij gaat verder in verbondenheid met Jezus. Paulus zoekt dan aansluiting bij de volgelingen van Jezus in Jeruzalem. Maar die leerlingen zijn er niet echt gerust op: is Paulus te vertrouwen? Hij was toch altijd bezig ons te vervolgen! Hij was toch betrokken bij het ter dood brengen van Stefanus! En nu wordt Paulus zelf bedreigd door Griekssprekende Joden vanwege de gedode Stefanus, ook een Griekssprekende Jood. Barnabas echter ziet al goedheid en geloof in het leven van Paulus en hij gaat op hem af. Hij haalt Paulus erbij en zo maakt Barnabas het mogelijk dat Paulus met zijn grote kennis van de heilige Schrift van betekenis kan zijn voor de jonge Kerk. De zoektocht van Paulus naar verbondenheid met de volgelingen van Jezus is hiermee ten einde gekomen. Paulus heeft zijn eigen koers kunnen volgen en op die manier een nieuwe beweging van de Geest op gang gebracht: de Geest als bindend element, als beschermheer van verbondenheid met God en met elkaar, de Geest die ons zegent met een pluriformiteit aan talenten en tegelijk hoeder is van eenheid.

 

Paulus kan een voorbeeld zijn voor ons. Hij is inderdaad niet perfect. Maar hij probeert wel de weg van de verrezen Heer te gaan. Hij heeft zich aangesloten bij de volgers van Jezus om met hen samen de goede boodschap handen en voeten te geven van de man die zich de goede herder noemde, die de wijnstok is en in dat beeld hemel en aarde bij elkaar brengt.

Wanneer wij ons, net als Paulus, sterk willen maken voor verbinding en voor de goede boodschap mogen we hopen op meer verbondenheid in de samenleving.

Gelukkig zijn we niet alleen. Overal zie je mensen, hoopgevende mensen die in hun eentje of samen met anderen zich inzetten voor vrede en gerechtigheid.

En de hoopgevende Jezus daagt ons uit hoopgevende mensen te zijn en zo de hoop op een stukje hemel op aarde levend en zichtbaar te houden.

 

Iris Penning, stadsdichter van Eindhoven, dichtte zo voor Koningsdag 2021:

“We zagen het op verlaten straten,

we hoorden het in de stille stad,

dat we niet terug-, maar verdergaan,

omdat we samen beter dromen.”

 

In die geest wens ik ons allen verbondenheid.

 

Gerard Jansink

Deurne, 28 april 2021

 

 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 - 4 april 2021

PASEN  2021: LATEN  OOK  WIJ  OPSTAAN!

Beste Paasvrienden,

“Laten ook wij opstaan!” Dat is dus vanmorgen ons thema.

Opstaan kan vele betekenissen hebben. Vandaag wil ik het, vooral in het licht van Pasen, zien als een nieuw begin, nieuw leven, een leven met perspectief.

In de natuur breekt de lente door, de winter is voorbij, we kijken onze ogen uit: nieuw leven, nieuw elan, nieuwe hoop, nieuw perspectief.

De mensen van onze tijd, ik zei het in de inleiding en we weten het maar al te goed, zitten met zoveel vragen, zoveel angst, ze zien het niet meer zitten. Zij hopen vurig op een nieuw begin, licht in de tunnel. Wanneer, ja wanneer? Wie geeft ons perspectief?

Ook de hoofdrolspelers in de beide lezingen snakken naar een antwoord, een nieuw begin, licht. Hun vragen zijn duidelijk: is er toch nog een nieuw perspectief mogelijk, een opstaan? 

We zagen de vrouwen uit het Lucasevangelie, Zij zitten sinds Goede Vrijdag met vele vragen: waarom moest onze vriend, Jezus, sterven? Waar zijn we eigenlijk aan begonnen door Hem te volgen, nu al 1,2,3 jaar? En hoe moet het nu verder?  Kom zeggen ze: we gaan naar het graf om het lichaam van onze vriend te balsemen.  En daarmee zeggen ze als het ware: we moeten toch iets doen, en door de Sabbat hadden we nog niet de gelegenheid. En dan, aangekomen bij het graf, zien zij een opening: de steen is weggerold… Is er toch licht? Ja, want van binnenuit schijnt er licht naar buiten en klinkt er een stem: waarom zoeken jullie de Levende bij de doden? Jezus is niet hier, Hij is verrezen, opgestaan… Opgestaan? Ja…En dan staan ook zij op, zien ze weer licht, perspectief, rennen ze naar de apostelen, zijn meest intieme vrienden en begint ook bij hen het opstandingsgeloof te ontwaken… Aarzelend, twijfelend ja, we zien het bij Petrus: hij is vol verwondering…

Lucas voelde die aarzeling, twijfel ook nadat hij de ervaring van die vrouwen had neergeschreven. Misschien is hij toch te snel van stapel gelopen. Hij heeft maar enkele regels, 12 verzen, gebruikt maar feitelijk is het natuurlijk een heel proces geweest. Daarom heeft hij het hele Paasgebeuren nog eens verteld, maar nu in een langer en begrijpelijker verhaal: het bekende Emmaüsverhaal, onze tweede lezing. We zien dat de 12 verzen naadloos gevolgd worden door 23 andere verzen: “Op diezelfde dag” zo staat er…

Naast de vrouwen, zo laat hij ons weten, worstelen ook andere leerlingen van Jezus met vele vragen. Zo zien we dat er twee zelfs Jerusalem verlaten. Hun droom ligt aan diggelen, de man op wie ze al hun kaarten hadden gezet, is dood. Ze nokken af. En dan, samen pratend over hun twijfels, wanhoop, teleurstellingen, merken ze opeens dat een onbekende met hen meeloopt. Na een tijdje stelt deze achteloos de vraag: zeg, wat is er met jullie aan de hand? En dan, zo herkenbaar, rollen al hun vragen en twijfels uit hun mond. En die ander luistert... met beide oren maar vooral met het hart. En dan begint hij te duiden en …luisteren zij. En ze horen hem zeggen: als je het nu eens zo en zo bekijkt, en hij citeert teksten die zij kennen. Hij duidt en zij luisteren.  Hij zet als het ware hun hart in brand. Ze zien het weer zitten, zien weer perspectief, gaan open… Daarom nodigen ze die onbekende uit: blijf nog wat bij ons. En dan herkennen zij hem aan het breken van het brood en hollen ze als het ware terug naar Jerusalem, staan zij op… en getuigen ervan bij de apostelen en andere getrouwen.

Zo beste vrienden heb ik geprobeerd beide lezingen te duiden en is het nu tijd deze te vertalen naar onze situatie, ons thema: laten ook wij opstaan en anderen doen opstaan….

Dat is immers dé boodschap van Pasen. We bidden dadelijk weer die mooie tekst: ” Ik geloof dat Pasen is: uittocht, verlossing, opstaan. Ik geloof dat Pasen is: naar buiten treden, je gezicht laten zien, getuigen. Ik geloof dat Pasen is de steen wegrollen waar deze voor één alleen te zwaar is…”

De steen wegrollen…Vele mensen gaan, zo hoorden we, gebukt onder zware stenen, stenen die hen terneerdrukken, ze snakken naar perspectief. We denken dan natuurlijk allereerst aan de velen die lijden door corona. Dagelijks horen we de verhalen en we moeten oppassen niet doof te raken. Corona is geen complottheorie, het is harde werkelijkheid. Vandaar steeds weer de aansporing: laten we wat meer naar elkaar omkijken, stenen wegrollen. En gelukkig doen veel mensen dat en ontstaan er allerlei initiatieven van burenhulp, bezoekjes, aandacht voor eenzamen…. Hartverwarmend. Ze geven medemensen weer hoop, bieden perspectief, doen ze opstaan, letterlijk en figuurlijk. Dat is Pasen!

De steen wegrollen. Ik noem nogmaals de encycliek van Paus Franciscus: Tutti Fratelli. We zijn allemaal broers en zussen van elkaar, zegt hij en hij vraagt ons stenen weg te rollen die op medemensen drukken: drukken door oorlogen, onderdrukking, armoede, vervolgingen, opsluiting… Denken we aan Myanmar, Tigray in Ethiopië, Syrie, de Oeigoeren in China, de christenen in vele landen… Een hele litanie helaas. En ik citeer nog maar eens de Paus: “Ik ben niet op zoek naar de perfecte gelovige, maar naar de mens die omziet naar de ander zoals Jezus dat deed.” Zelf gaf hij enkele weken geleden het voorbeeld met zijn bezoek aan Irak.   We hoorden het ook in het Emmaüsverhaal: Jezus rolde de steen van hun hart… En zo worden ook wij uitgedaagd stenen weg te rollen, op te staan tegen geweld en ander leed, mensen nabij te zijn. Niet alleen mensen dicht bij huis, maar ook wereldwijd.

Ten slotte mogen we ook elkaar helpen stenen weg te rollen, want velen van ons worstelen met vragen over de toekomst van de kerk, onze vieringen, het kerkbezoek, het geloof. Laten we opstaan, het Pasen laten worden, elkaar een hart onder de riem steken.

Ik las ergens: “Ik ben opnieuw begonnen.

    Zoek mij niet langer in het verleden.

    Ik ben hier met al de levensbronnen,

    die mij krachtig voeden in het heden.”

Dat is onze wens: dat wij vanmorgen weer nieuwe energie en perspectief hebben ontvangen, zelf allereerst en om daarmee dan naar buiten te treden: een nieuw begin!

Dan is het Pasen: uittocht, verlossing, een steen weggerold. Dan staan ook wij op. In die geestzeg ik: van harte een Zalig Pasen! Amen.

                                                                                                           Pater Koos van Dijk svd

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

-24 december 2020

 

Beste medechristenen,

 

We hebben zojuist weer het kerstevangelie gehoord en ik kan me voorstellen dat het zeer bekend overgekomen is; dat u misschien zelfs dacht: dat ken ik intussen wel, het is niets nieuws, ik hoor het elk jaar.

Zo heb ik er ook eerst naar gekeken bij de voorbereiding, totdat mijn oog viel op één bepaald gedeelte: “en de engel zei tot de herders: jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws.”

Goed nieuws… We worden in onze tegenwoordige tijd overspoeld met nieuws, met allerlei berichten in de media, ja zelfs met nep nieuws. Het duizelt je en je weet op een gegeven moment niet meer wat je moet geloven, wat waar is  en wat niet waar.  Zijn de verkiezingen in Amerika nu eerlijk geweest of niet?  Is het vaccin tegen corona nu veilig of niet?  Heeft Baudet nu echte democratie voor ogen of niet? Heeft…vult u het zelf maar in. Het duizelt ons inderdaad en we verlangen naar zekerheid, naar echt en goed, naar betrouwbaar nieuws….

 

En dan durf ik vanavond met de engel te zeggen: Wees niet bang, ik heb goed nieuws voor jullie, dé boodschap van kerstmis is goed nieuws.  Ach ja, zegt u misschien: jij hebt mooi praten, dat moet je wel zeggen als voorganger. En dan zeg ik op mijn beurt: waarom bent u naar deze viering gekomen of hebt u er op afgestemd? Toch ook hopend, vertrouwend, rekenend op goed nieuws, op de echte Kerstboodschap.

In dat vertrouwen hebben we u de profeet Jesaja laten horen, zoals we ook in onze adventsviering geluisterd hebben naar de profeten en met name dus Jesaja. Hij steekt het volk van Israël een hart onder de riem, hij brengt hen goed nieuws. Eeuwenlang was er voorspeld dat er een vreugdebode zou komen, een redder, een nieuwe loot aan de stam van Jesse, van Jacob. En als Jesaja zelf met zijn landgenoten in ballingschap zit, in een soort corona-epidemie, ziet hij dat die voorspelling werkelijkheid wordt. “Het volk in duisternis ziet een groot licht. Hij, de redder, zal vervuld zijn van de ware geest: een geest van wijsheid en inzicht, van kennis van goed en kwaad.”

En dan dat prachtige slottafereel: “De wolf is de gast van het lam; koe en berin leven samen; de baby speelt bij het hol van de slang.”   En dus vrienden: luister.

Sta stil bij dit goede nieuws…bij deze aankondiging van de echte kerstboodschap.

 

Aankondiging ja, want wat Jesaja nog ziet als een visioen, wordt werkelijkheid in die eerste kerstnacht. Ook wij horen het de engel tot de herders zeggen: “Wees niet bang want ik heb goed nieuws voor jullie, ja voor heel het volk. Vannacht is in de stad van David jullie Redder geboren, de Messias, de Heer.”

Ik weet het, het is maar een korte boodschap, maar wat deze feitelijk inhoudt kunnen we lezen in het verdere verslag van Jezus’ leven, te beginnen met de keuze van zijn ouders en de herders, de eenvoudigen van die tijd. Op bijna elke bladzijde van het nieuwe testament zien en ervaren we dat Jezus dat visioen van Jesaja waar maakt. Zijn komst is daarom inderdaad goed nieuws. Hij is inderdaad vervuld van de Geest, de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van kennis van goed en kwaad. Hij komt inderdaad   op voor het recht van de zwakken, en de armen genieten zijn voorkeur. Hij draagt inderdaad de gerechtigheid als een riem om zijn middel. En… en dat is steeds weer de kern: Hij stelt de liefde centraal. Hij gaat om met tollenaars en zondaars. Hij is de barmhartige Samaritaan. Hij geneest zieken en zoekt het verloren schaap.

Dus mijn herhaalde vraag: is dat geen goed nieuws? Is dat geen vertaling van het samenleven van panter en bokje, koe en berin, kleuter en slang…? Luisteren naar de kerstboodschap wil daarom zeggen: niet alleen luisteren naar de engel, maar naar het hele verhaal van Jezus’ leven.

En daarom, beste vrienden, wordt van ons verwacht dat wij dat goede nieuws vertalen naar onze tijd; nú proberen waar te maken. Dat we laten zien in ons leven: er is meer tussen hemel en aarde dan het nieuws op de TV en de andere media.

Daarover heeft Paus Franciscus kort geleden een encycliek, zeg maar een herderlijke brief, geschreven met de prachtige titel  “Fratelli tutti”: allemaal zijn we in zijn ogen broers en zussen van elkaar en moeten we proberen dat ook uit te stralen.   We mogen ons er niet bij neerleggen, zo zegt hij, dat mensen buitengesloten worden, vluchteling zijn, armoede lijden, onder oorlogsgeweld gebukt gaan enz. Niet alleen ons er niet bij neerleggen, nee: hij vraagt van ons een actieve bijdrage: we zijn immers allen, tutti, broers en zussen van elkaar, mede-mensen. Diezelfde paus zei eerder: “Ik ben niet op zoek naar de perfecte gelovige, ik ben op zoek  naar de mens die omziet naar de ander zoals de Man van Nazareth dat in zijn tijd deed.”

 

Ik las ergens: God levert geen Messias die het wel even opknapt. Wat de Messias doet is echt mens worden en ons een goed, zinvol leven voorleven. En het is aan ons dit leven voort te zetten.”.

En dat kan heel zeker ook , ja vooral, in deze coronatijd, want juist nu geldt dat Fratelli tutti: mogen, kunnen wij broers en zussen van en voor elkaar zijn, dat uitstralen, werkelijkheid maken?

-Mark Rutte wees op de 10.000 lege plaatsen aan onze kersttafels…: denken we aan hen en gedenken we hen? 

-Hugo de Jonge zei: Laat het corona niet de winnaar zijn van onze kerstmis, maar laat het vooral een feest zijn van solidariteit; van het denken aan en rekening houden met elkaar; van het rekening houden met de eenzame medemens door een bezoekje, telefoontje, kaartje, hulp bij boodschappen…

-Het Rode Kruis heeft als motto: “als we er allemaal voor elkaar zijn, is er niemand meer alleen.”

-En in de media horen we steeds weer; “laten we meer naar elkaar omkijken” of “schenk aandacht aan de ander.” En als lid van een missiecongregatie vul ik graag aan: niet alleen de mens dichtbij, maar ook wereldwijd…

-Ik zou nog meer citaten en voorbeelden kunnen aanhalen, maar ieder kan dit zelf aanvullen….als we maar luisteren, actief, naar de boodschap van Kerstmis, naar de oproep van de Paus: Fratelli tutti, naar het goede nieuws…

 

En daarom tot besluit een tekst :

In een tijd

dat alle hout dood lijkt,

is het bijna onmogelijk

te geloven in nieuw leven,

maar wie een ander

warmte geeft en licht,

barmhartigheid en liefde,

zal weten dat wonderen bestaan.

 

In dat vertrouwen wensen we elkaar in alle eenvoud een gezegend en hoopvol Kerstmis toe.

                                                          

                                                                                Koos van Dijk svd

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------6 december 2020

 

Tweede zondag van de Advent, 6 december 2020: “Laten we luisteren naar de profeten”

 

“Welke boodschap horen we in de lezingen voor de samenleving van deze tijd?”

Onze werkgroep stelt zich bij het voorbereiden van de maandelijkse viering telkens deze vraag. Aan de hand van de kernwoorden in de teksten proberen we dan de Bijbelse boodschap als het ware te hertalen.

Bij het voorbereiden van de viering van vandaag hebben we gezocht naar de sleutelwoorden in de tekst van Jesaja en bij Marcus. En we vonden: troost, moed houden, obstakels ruimen, vooruitkijken, goed nieuws, ommekeer, blijde boodschap, stilte. Het zijn inspirerende, opbeurende gedachten die achter deze woorden schuilgaan. Daarom kozen we voor het thema van vandaag: “laten we luisteren naar de profeten”, een bezinnend en tegelijk inspirerend thema.

 

Luisterend naar Jesaja, profeet tijdens de ballingschap van het Joodse volk in Babylon, horen we hoe hij het einde van de ballingschap aankondigt. De profeet steekt het volk van Israël een hart onder de riem, hij geeft troost en zegt tegen het volk: “We zitten nog in de woestijn - niet een gemakkelijke plek om in te leven. Maar er is uitzicht op betere tijden. We kunnen erop wachten: Jahweh komt ons bevrijden uit de ballingschap.” Zo laat Jesaja merken dat hij er heel veel vertrouwen in heeft dat God de belofte aan Zijn volk waar zal maken. Jesaja heeft er alle vertrouwen in dat het volk van Israël niet in een godverlaten wereld leeft. Jahweh de Heer laat Zijn volk niet in de steek. Hij is de goede herder. En dat is, naast troost, goed nieuws.

De profeet zegt er nog wel iets belangrijks bij: maak de woestijn begaanbaar voor de Heer. M.a.w.: laat je oude leven achter je, kom tot inkeer, bekeer je, begin een nieuw leven. Ga vooral niet achteroverleunen. Jesaja zegt zeker niet: “Het komt allemaal wel goed.” Hij zet de toehoorders aan tot actie: “Maak die woestijn in je leven begaanbaar. Ga op zoek naar nieuw leven.”

 

Toen ik dit had geschreven, dacht ik wel, na het overlijden vorige week van onze nicht Mieke, de oudste dochter van een zus van mijn vrouw: Troost? Hoe troost je een moeder wier dochter van 62 jaar onlangs is overleden aan kanker? Op dat soort momenten word je heel erg stil. En dan troost bieden in de vorm van: "Het beste, hou je goed, hou de moed erin, het komt allemaal wel in orde" kost niet veel moeite, maar levert ook weinig op. Het gaat niet alleen om mooie woorden. Het vraagt om meeleven, om belangstelling tonen, om hoop bieden. Als je dat op kunt brengen en je dan te horen krijgt: “Dankjewel voor je luisterend oor!” dan is je troost waardevol geweest, heeft jouw troost wellicht hoop gegeven. 

 

-muziek: Comfort ye uit de Messiah

 

Advent is wachten op iemand voor wie we de weg dienen klaar te maken, stelt Marcus bij monde van Johannes de Doper. En Marcus gaat daarvoor te rade bij Jesaja, die het volk Gods opriep tot ommekeer en legt Johannes de woorden van Jesaja in de mond: “Begin een nieuw leven, laat je dopen met water, laat het oude leven achter je.” En Johannes doopte de mensen van goede wil in de rivier de Jordaan. En hij vertelde de mensen bijzonder goed nieuws: “Na mij komt iemand die je doopt met de heilige Geest!” De inspirerende kracht van Gods Geest kan jou aanzetten tot, wat Johannes tegen zijn toehoorders zegt, een nieuw leven.

 

Onze actieradius is momenteel erg beperkt. Corona zou er de oorzaak van kunnen zijn dat veel mensen de moed laten zakken. Bij het vooruitkijken naar Kerstmis, in deze Adventsperiode, liggen er voor ons christenen tal van mogelijkheden om wegen vlak te maken, obstakels weg te nemen. Geef aan je medemens in nood een gevoel van eigenwaarde, wees een lichtpunt voor wie in het duister van de ellende de weg niet meer kan vinden. Laat vooral het oude leven achter je, want na corona zijn er nieuwe kansen. Laat je inspireren door de goede boodschap van Jezus van Nazareth: met jouw inzet, met mijn inzet is het mogelijk te werken aan een wereld waarin gerechtigheid heerst, waarin wolf en lam samen zijn, waarin het leven voor iedereen goed kan zijn en die we vaak benoemen als het Koninkrijk Gods. Die hemel op aarde begint hier en nu, in ons, rondom ons en het betekent dat je opkomt voor de zwakkeren, dat je oog hebt voor de mensen die het minder goed hebben.

Dat betekent, samengevat door Jezus: “Ik geef jullie één gebod: heb elkander lief.”

 

Hoe kan ik dat vormgeven?

-Hoe kies ik ervoor betrokken te zijn bij de wereld om je

 heen?

-Hoe kies ik ervoor om een verschil te maken?

-Hoe wil ik helpen om een wereld, die wél werkt, te creëren?

Laten we in onszelf zoeken naar antwoorden tijdens de volgende aria uit de Messiah, terwijl we kijken naar de adventskrans en de kaarsen.

 

-Het licht van de krans brandt niet voor niets. Wij geloven

 dat het ook voor ons schijnt als een lamp voor onze voeten,

 een licht op ons pad.

-Het licht van de krans brandt dankzij de lucht. Wij geloven

 dat ook wij onze levensadem ontvangen om licht, warmte en

 liefde te geven aan elkaar.

-Het licht van de krans wijst ons de weg door het donker.

 Wij geloven dat ook wij in de woestijn van ons leven mensen

 mogen ontmoeten die ons hoop en uitzicht bieden.

-God, in U geloven wij, op U vertrouwen wij. Met één enkel

 woord schiep U in den beginne licht en met Uw stralende

 aanwezigheid bent U ons steeds nabij.

 

-muziek: He shall feed His flock

 

Gerard Jansink

Deurne, 1 december 2020

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

4 oktober 2020 Oecumenische viering 

Laten we elkaar verstaan…

 

Lieve mensen,

Van een gemeentelid kreeg ik een keer het boekje ‘Jihad van liefde’. Geschreven door de Mohamed El bachiri, wiens was omgekomen bij een terroristische aanslag in Brussel in 2016. Hij wil zijn kleine kinderen meegeven dat wraak niet helpt om verder te leven. Maar dat liefde doet overleven. ‘Een leven zonder liefde is een wereld zonder zon. Ik heb liefde nodig als de lucht die ik adem. Als het water dat ik drink.’ En ergens anders in het kleine boekje schrijft hij: ‘Moge de liefde overwinnen’. Liefde, die over grenzen van godsdiensten heengaan. Liefde, die over onze grens heengaat, van protestants en katholiek. En die verder gaat, andere grenzen over. ‘Liefde kent alleen genade en vergeving’, staat er in een gedicht over liefde.

 

In de voorbereiding werd met instemming uit dit boekje geciteerd. Hoe kun je als mens ook tegen dit verhaal zijn, wat deze Mohamed aan zijn kinderen meegeeft: leef van de liefde.

Ons thema van vanmorgen is: ‘Laten we elkaar verstaan’. We doelden op onze beide tradities waarin we staan. ‘Elkaar’: protestants en katholiek. Christenen. Aanhangers van de weg, zo staat in het boek Handelingen. Hier zijn we vandaag voor de 17e keer bij elkaar.  Als twee geloofsgemeenschappen van de weg. In het verleden zag de weg er wel ‘ns anders uit in onze tradities. Er zijn keuzen gemaakt, wegen ingeslagen, we zijn verwijderd van elkaar geweest, en we hebben elkaar weer gevonden. Wij, de katholieke en protestantse gemeenschappen hier. Omdat uiteindelijk wij niet bepalen hoe de weg eruit ziet. Maar Hij, wiens weg wij volgen. Dus, al luisterend naar Gods Woord, al zoekend naar hoe wij elkaar kunnen verstaan en welke keuzen wij moeten maken in ons leven, persoonlijk en als gemeenschap, in een wereld vol uitdagingen, volgen wij de weg van Christus.

 

In de bijbel lezen we over mensen die net als wij, het vaak moeilijk vinden om de weg te volgen, die God hen wees. Het volk Israël, Gods volk, laat keer op keer zien dat hij andere wegen inslaat, dan die hem gewezen wordt. Profeten vertellen hierover aan Israël. In opdracht van God. Steeds met het doel, om de mensen te bewegen op hun schreden terug te keren, om zich om te draaien, te bekeren. Met dit doel voor ogen moeten we ook het ‘lied van de wijngaard’ uit Jesaja 5 lezen. 

Jesaja heeft waarschijnlijk het lied gezongen, op de markt, op de hoek van de straat, waar voorbijgangers de zanger konden horen. Een lied, dat de aandacht trok. Want het begint als een liefdeslied, waar we ook nu, graag naar luisteren. Pas later in het lied, komen we erachter dat God de geliefde is. Dat de wijngaard Israël is. Wat zo mooi begon als een ode aan de wijngaard, verandert in een ommezien in een aanklacht. Met een stortvloed aan vragen vangt Jesaja de aandacht van zijn toehoorders. En voordat hij ze beantwoordt, vertelt hij over de radicale maatregelen van de wijngaardenier. Niets blijft er over van die prachtige wijngaard. En dan de ontknoping. Kort, maar heftig. 7Israël is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda. Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting.

Die laatste woorden zijn woordspelingen in het Hebreeuws: geen misjpat, maar misjpach, geen tsedaka, maar se-aka. Het tweede woord, vertaald als rechtsverkrachting betekent eigenlijk ‘geschreeuw’, dat is het beklagenswaardige geroep van hen die slachtoffer zijn van onderdrukking, die uitgebuit worden en luidkeels roepen om rechtsbijstand. Woordspelingen zijn het die betekenis hebben. Door woorden te gebruiken die zo op elkaar lijken, maar een volledige andere betekenis hebben, laat Jesaja zien hoezeer het volk van God een parodie is geworden op het huis des Heren. Het is door de keuzen die ze gemaakt hebben, nog geen schim van het volk van God. Dat is de harde boodschap die Jesaja brengt in dit zo liefelijk begonnen lied van de wijngaard.

 

Het beeld van de wijngaard, van de wijnstok of de druiventros is een in de bijbel vaak gebruikt beeld. Ook in de evangeliën, zoals in de lezing van vanmorgen. Maar anders dan het lied over de wijngaard in Jesaja, eindigt de gelijkenis van Jezus met een opening naar de toekomst. De heer van de wijngaard geeft anderen dan de onrechtvaardige pachters een kans om de wijngaard te verzorgen. De Heer van de wijngaard, God, wil dat zijn wijngaard niet verwilderd raakt, niet verweesd, maar hij wil dat de pachters daar in vrede en geluk leven. Dat zijn de goede vruchten, waarover God zich verheugt. Een liefdesverklaring van God aan ons mensen.

Als we een stap terugdoen in de gelijkenis, dan horen we dat de Heer van de wijngaard zijn enige zoon stuurt, om zijn aandeel aan de vruchten op te vragen. Natuurlijk bedoelt Jezus zichzelf met deze zoon. De pachters dachten door hem te verwerpen, erfgenamen te worden van de wijngaard. Maar het is deze zoon die, zoals Jezus uit de psalmen citeert, de verworpen steen is die tot hoeksteen is geworden. In deze Zoon heeft God zijn liefde aan de wereld verklaard. Joh 1. Maar de wereld heeft het niet aangenomen.

Als we opnieuw een stap terugdoen, zien we dat de boodschappers van de eigenaar van de wijngaard worden vervolgd, gedood. Het zijn boodschappers als Jesaja was, profeten die de mensen voorhouden de weg van God te blijven volgen. De boodschappers staan voor het woord van God. En vertellen ons de goede boodschap van de zoon, van het eeuwig leven, het koninkrijk van God, waaraan wij kunnen bouwen, van de liefde van God waarin wij mogen leven, en waaruit wij leven, onder ons, onder elkaar… Maar de mensen luisteren niet. Ze gaan voorbij aan de vrucht van de liefde, de liefde tot God en tot elkaar.

De geschiedenis van de mensheid, tot op de dag van vandaag leert ons dat het  verkeerd gaat in onze samenlevingen, wanneer de mensen zich enkel richten op zichzelf en hun belangen. Wanneer ze zich niet inzetten voor het samenleven, voor de vrede en de vreugde, die we elkaar kunnen brengen, in naam van Gods liefde.

 

En nu zijn we aan begin van de gelijkenis gekomen. God heeft de wijngaard aangelegd. En net als in het liefdeslied uit Jesaja, legt God hier de wijngaard met heel veel zorg aan. Hij zet er een muur om heen, om de wilde dieren tegen te houden, bouwt een wachttoren en graaft de perskuip, waarin de druiven tot kostbare wijn worden geperst. Hij gaat op reis, als hij de wijngaard in bewaring heeft gegeven aan de pachters. Met andere woorden, Hij geeft ons de vrijheid om zijn schepping te bewaren, te koesteren, te verzorgen. Hij schenkt ons zelfs zijn zoon. Een groter teken van Gods liefde is er niet.

 

We zijn geroepen. Mensen van de weg. De weg van Gods liefde. Wat een opdracht. Om steeds weer keuzen te maken op onze levensweg, waarin wij die liefde bevestigen. Naar God en naar elkaar. Een moeilijke opdracht. Maar geen onmogelijke opdracht. We zien het aan mensen die ons hebben geïnspireerd door hun leven,  aan al die keren dat de liefde de haat heeft overwonnen, en bovenal dat wij ondanks alles de pachters van de wijngaard mogen zijn en blijven.

 

Naar het lied dat zo juist gezongen is: ‘Wat zou de wereld anders zijn als liefde ons eens en voorgoed als echte mensen leven doet. Dan zal er hoop en toekomst zijn voor allen die op aarde zijn.

Amen.

 

Ds Ada Rebel

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------6

 

6 september 2020

 

Laten we naar elkaar omzien

 

“Ik leef mijn leven zoals ik dat wil, ik bemoei me toch ook niet met een ander.” Deze regel uit een lied van André Hazes spreekt veel mensen in onze tijd aan. Leven en laten leven… dat is toch een positieve manier om met elkaar om te gaan?  Maar is dat wel zo positief? Stel, je weet dat iemand in jouw omgeving ernstig in de fout gaat of dreigt te gaan. Kun je dan zeggen: “Dat zijn haar of zijn zaken! Daar wil en kan ik me niet mee bemoeien! Daar ga ik niet over!

 

Al eeuwen voor Christus roept de profeet Ezechiël de mensen op om je wél te bemoeien met wat een ander doet.  Wanneer je ziet dat iemand de fout in gaat, spreek haar of hem er dan op aan. Doe je dat niet dan ben jij nalatig!  En hoewel jij in feite niets verkeerd doet, ben je medeschuldig aan het vergrijp dat iemand anders pleegt. Je hebt immers niets gedaan om het te voorkomen.  De profeet heeft het over misdaden. In deze tijd zouden we bijv. kunnen denken aan iemand die er niet voor terugschrikt dronken of high achter het stuur te kruipen,  op grote schaal te frauderen of een kind te misbruiken.

 

De evangelist Matteüs heeft voor de lange toespraken van Jezus veel stof geput uit een bron die helaas verloren is gegaan. In een toespraak over de opbouw van de gemeenschap geeft Jezus enkele regels die  laten zien hoe men in de eerste gemeenten van Joodse aanhangers van Christus met dit soort situaties omging. De eerste regel is: ‘Wijs je broeder of zuster terecht', maar dan wel: 'onder vier ogen'. Dus niet meteen de hele buurt er bij halen en met een hoop kabaal. Geef je broeder of zuster  de kans zijn of haar  gezicht te redden. Als hij  of zij niet luistert, haal er een of twee vertrouwenspersonen bij. Als hij of zij halsstarrig volhoudt, leg het dan voor aan de gemeente. En als ook dat niet helpt verbreek dan het contact. Hij of zij  heeft zichzelf buitenspel gezet.

 

De gemeente van Jezus is barmhartig, maar weet tegelijk dat ze met het evangelie niet alle kanten op kan. Ze mag haar beginselen niet verloochenen, vond Dietrich Bonhoeffer in de tijd van nazi-Duitsland. Hoe konden christenen en nationaalsocialisten naast elkaar in dezelfde kerkbank zitten?

 

Er zijn momenten dat een kerk de rode kaart moet trekken omwille van haar geloofwaardigheid. Dan is het kiezen of delen. Maar de rode kaart is eerder een noodrem dan een straf. Het doel is immers niet je medemens onderuit te halen, maar hem te helpen.

 

Bij de voorbereiding kwamen we tot enkele vaststellingen.

-In de lezing van vandaag herinnert Jezus ons er voorzichtig aan, dat wij, als leden van de kerkgemeenschap, verantwoordelijkheid dragen voor elkaar.

Emeritus paus Benedictus zei in een toespraak daarover dat dit vraagt om bescheidenheid en terughoudendheid. En het vraagt om wederkerigheid. En dat houdt in dat, als ik iemand op iets wijs, ik ervoor open moet staan dat diegene ook mij op iets kan wijzen.

-Het is dus van belang de dialoog met elkaar aan te gaan.

Daarvoor heb je zelfkritiek nodig, want niemand heeft in alles altijd het grote gelijk. De ander kan ook gelijk hebben.

Daarnaast vraagt dialoog om open te staan voor het goede dat een ander inbrengt. Onwrikbaar vasthouden aan je eigen gelijk is er de oorzaak van dat je niet hoort en ziet wat voor goeds de ander in zich heeft.

En bij dialoog moet je vooral niet op eigen gewin uit zijn, maar zoeken naar samenwerking voor het grotere belang dat ook de ander mee insluit.

Kortom… haal eerst de balk uit je eigen oog, voordat je de splinter uit het oog van de ander haalt. Wees zelfkritisch, wanneer je het woord van Jezus – wijs je broeder terecht - serieus neemt.

-Spreek mensen aan vanuit bekommernis, naastenliefde. En kies altijd voor een positieve benadering. C’est le ton qui fait la musique…

-Ook hoorde je duidelijk vanuit de vergadering dat we vaak, afhankelijk van wie we aanspreken, terughoudend reageren.

-Maar ook hoorde je menigeen vertellen over eigen ervaringen: dat “Medemensen elkaar de hand toesteken, een arm om elkaars schouder slaan.”

Er zijn zoveel kansen voor leven met medemensen…

 

Deurne, 27 augustus 2020, Hannie van Heijster/Gerard Jansink

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

5 juli 2020

Teksten van de samenkomst buiten achter de kapel

 

Een gedachte van Anselm Grün

Mijn concrete leven is het materiaal waarmee ik werken kan en moet.

Maar ik kan uit ieder materiaal iets moois scheppen.

Uit steen kan ik een wonderschoon beeld houwen,

uit hout een sierlijk figuur snijden

en van klei kan ik iets prachtigs boetseren.

Ik moet slechts werken met het materiaal dat ik heb.

Ik moet het materiaal van mijn levensgeschiedenis accepteren.

Dan kan ik het vormgeven.

                                                                                (Anselm Grün osb)

 

Ja maar & toch…

Als we straks weer terugkijken op een vakantie, waar we dan ook waren,

en op de periode waarin corona, onaangekondigd, als een soort vloedgolf,

als iets wat je niet tegen kunt houden over ons heen viel,

kunnen we dan zeggen dat we wél konden en kunnen beslissen hoe we ermee omgaan,

omdat wij samen de uitkomst bepalen?

We kunnen nú op zoek gaan, niet naar het nieuwe normaal,

maar naar een nieuwe werkelijkheid van respect, eerlijkheid, gelijkheid, rechtvaardigheid.

“Wat geweldig dat niemand ook maar één minuut hoeft te wachten

met het verbeteren van de wereld”, schreef Anne Frank.

 

Dus niet terug naar het oude.

Ja, maar… ben ik daarvoor wel de geschikte persoon?

 

En dan gaan we na de vakantie weer vieren in de kapel!

Ja, maar… is er wel een plan van aanpak?

 

We gaan er tegenaan.

Ja, maar… hoe gaat dat dan?

Ja, maar???

Kunnen wij met deze houding een ‘oorlog’ winnen, uitmuntende resultaten behalen,

onder tijdsdruk presteren?

Volgens deskundigen is het aanzienlijk productiever als wij leren om te creëren

in plaats van te reageren.

Om oorzaak te zijn in plaats van gevolg van de omstandigheden.

 

Laten we daarom een groet brengen aan alle “En toch mensen”!

Jullie hebben het al zo druk
en tóch vinden jullie nog tijd om naar de vieringen te komen.
Jullie hebben ook je eigen zorgen,
en tóch zijn jullie vaak bereid te luisteren naar die van een ander.
De reclame zweept iedereen op om meer te consumeren,
en tóch blijven jullie nog steeds spreken over versoberen.
"Het is altijd hetzelfde" zegt men na het journaal, "Er is niets aan te doen"
Tóch blijven jullie nadenken of er iets aan gedaan kan worden.
Populair zijn is in: een mooie snoet, een radde tong of een record.
Tóch eren jullie juist stille doordouwers en verzoeners.
Surfen en zappen zijn aan de orde van de dag,
en tóch willen jullie geregeld stilstaan, dieper graven en werken aan de wortels.
Soms hebben jullie ook wel eens de moed verloren,
en tóch willen jullie niet van ophouden weten.
Zo wordt het woord "herbeginnen" bij jullie vaker gebruikt dan "stoppen",
en mede daardoor heeft deze wereld nog een grote toekomst!

 

Geniet van de dagen die misschien anders zijn dan anders.

Houd het gezond. Tot in september (hopen we).

 

Franciscus van Assisi zei het zo:

‘Geef me de moed te veranderen wat ik kan veranderen,

de rust te accepteren wat ik niet kan veranderen en

de wijsheid om het verschil tussen beide te zien.

                                                                         (Gerard Jansink, 5 juli 2020)

 

WEES NIET BANG

Wensen en dromen

zullen de wereld niet veranderen.

Maar ieder nieuw begin,

iedere stap naar iemand toe,

iedere ongerepte morgen

kan je iets leren van de kunst

om een klein stukje van de wereld te herscheppen.

Vrede voor jou en het geschenk van vriendschap

en duizend ogenblikken van geluk

en woorden van verzoening en moed

om te geloven in de mensheid.                       (Kris Gelaude)

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

12 april 2020

 

Beste  Paasvrienden.

 

Inspelend op ons jaarthema  had ik dit jaar als thema gekozen “Op weg met de Emmaüsgangers”.  Helaas  kan de viering niet door gaan, maar ik wil toch enkele gedachten nav  dit thema met jullie delen.

Als evangelie  nemen we het bekende  verhaal van de Emmaüsgangers , Lucas 24, 13-35. En door het mooie lied van Jacques Verhees ( zie boekje 2019) )  kunnen we het dit jaar, ja zeker nu, actualiseren:

 “Mensen van ooit, kind’ren van heden, volk onderweg, vallend en staand, levend van hoop, uitziend naar vrede: dromen  doen mensen wegen gaan”.

 

De  Emmaüsgangers gingen op weg van Jerusalem naar Emmaüs  en Lucas beschrijft het zo plastisch   dat je het  heel concreet  voor je ziet: twee mensen op weg,  pratend, uiting gevend  aan alles wat zij de laatste dagen meegemaakt hebben, ontgoocheld en diep teleurgesteld. En  dan het keerpunt: een derde die zich bij hen aansluit, luistert, ja echt luistert en probeert te duiden. En zij  zien  het weer zitten , het  brandt  in hun binnenste, en  ze gaan  wéér op weg, maar nu terug naar Jerusalem, naar de apostelen, de vrouwen, de andere leerlingen. En dan…ja dan gaan allen op weg en zó ontstaat de Jonge Kerk en worden zij “mensen van de weg”  genoemd.

 

En zó wil ik ieder uitnodigen dit Emmaüsverhaal te plaatsen  in onze huidige tijd en ook in ons leven want ieder van ons heeft wel eens zo’n tocht gemaakt van Jerusalem  naar Emmaüs , van weg en weer terug, en momenteel maken we denk ik ook zo’n tocht mee.  De huidige situatie , in ons land, in de wereld, en ook in ons eigen leven  is zo’n tocht. “Volk onderweg, vallend en opstaand, levend van hoop, uitziend naar vrede…”

Laten we zó proberen het  te vertalen naar  het nu. En vooral denken aan die derde die meeloopt en perspectieven opent. Als je zo iemand ontmoet, er voor open staat, voel je je niet alleen. En die iemand kan ook met een hoofdletter geschreven worden. En je kunt zelf ook zo’n  iemand voor een ander zijn.  We kennen allemaal voorbeelden waar het momenteel gebeurt aan of door ieder van ons…

Zó kan het ook dit jaar ondanks  de beperkingen  Pasen worden. Pasen is immers een steen wegrollen  ,  is uit-tocht vieren, ver-los-sing, op-staan, naar buiten treden…Verhees  vervolgt  het lied met:” Volk onderweg, gaande met velen, mensen elkaar tot bondgenoot. Niemand alleen, geen  minderheden, niemand te veel, te klein, te groot.” 

En dus zeggen  we tot elkaar:  een Zalig en Opwekkend Pasen!

 

p. Koos van Dijk svd

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1 maart 2020

 

Beste Kapelbezoekers,

‘God, Jesus, Trump!’, dat is de titel van een serie van drie documentaires die de afgelopen weken op tv te zien was. Daarin gaat de programmamaker Tijs van den Brink op zoek naar een antwoord op de vraag waarom mensen die zichzelf christenen noemen, Donald Trump als president van hun land kiezen. Voor Tijs past het gedrag van Trump voor- en tijdens diens presidentschap niet bij de wijze hoe christenen met elkaar zouden moeten omgaan. Trump heeft er geen moeite mee om mensen te beledigen, om leugens te verspreiden, zich niet aan regels te houden en hij is allesbehalve bescheiden. Een politicus die zegt pal te staan voor de christelijke waarden en normen en die vervolgens in zijn gedrag het tegenovergestelde doet, daar zou Tijs niet op kunnen stemmen. Letterlijk zegt hij: ”hebben zij, de Trump-stemmers, een bord voor hun kop of zie ik iets over het hoofd”.

Daarom gaat hij in gesprek met verschillende Amerikanen die vanuit hun christelijke overtuiging op Trump gestemd hebben en die dat dit jaar weer gaan doen. Voor velen van hen is de Amerikaanse maatschappij geen veilige plek meer waar zij in vrijheid hun geloof kunnen belijden. Voor hen worden de principes die daarbij horen met voeten getreden. Het belangrijkste is dan ook dat de president die zij kiezen die principes in wetgeving opnieuw vastlegt en wetten die daarmee in strijd zijn, afschaft.  

Naast mensen die tevreden zijn met de president en diens beleid sprak Tijs ook met mensen die er anders over denken. Een moeder van een verslaafde en tot gevangenisstraf veroordeelde zoon, vroeg zich af waarom Trump zijn fouten wel vergeven werden en haar zoon, zijn fouten, niet. Ondanks hard werken en goed zijn best doen werd haar zoon niet geaccepteerd door de gemeenschap waar zij woonden.  Dat is toch met twee maten meten?

Een man die tot de doodstraf veroordeeld was en afwachting van de uitvoering daarvan vroeg zich af hoe je vóór de bescherming van het leven kan zijn en tegelijk mensen ter dood veroordelen. De doodstraf is toch in tegenspraak met de bescherming van het leven. Voor deze man was het duidelijk: er is een verschil tussen in Jezus geloven én Jezus volgen.

In Jezus geloven en jezelf Christen noemen is vrijblijvend. Jezus volgen en Christen zijn heeft consequenties voor wat je doet en welke keuzes je maakt in het leven.

Laten we met dit in gedachten gaan kijken naar de lezing uit Genesis. De mens kiest om te eten van de vruchten van de boom en heeft vanaf dat moment kennis van goed en kwaad. De mens is als het ware volwassen geworden, heeft inzicht gekregen en is daarmee bewust geworden van de verleidingen, het kwaad dat ieder mens in het leven tegenkomt. We leven niet meer in het paradijs en staan soms voor moeilijke keuzes.

Ook Jezus krijgt hiermee te maken. Dat hebben we in de tweede lezing gehoord. Op het moment dat Hij kwetsbaar is, hij heeft honger na veertig dagen in de woestijn, komt de duivel met allerlei interessante voorstellen. Jezus laat zich niet van de wijs brengen en trapt niet in de mooie praatjes van de Duivel. Jezus zegt: “Ga weg Satan”. In de heilige boeken staat: <<Kniel alleen voor de Heer, je God, en vereer alleen Hem>>.

Jezus blijft trouw aan God, aan de opdracht om de goede boodschap van liefde en vrede voor ieder mens, te brengen.  Dat is de keuze die Jezus maakt.

Wat zijn de verleidingen waar wij mensen in deze tijd mee te maken hebben? Tijdens de voorbereiding van deze viering kwamen er heel wat naar voren: zo druk zijn dat je vergeet waar het echt om gaat, jezelf en anderen voorbijlopen, bang zijn iets te missen, denken dat alles maakbaar is, voor God spelen, het recht van de sterkste, eigen volk eerst. Kortom negatieve zaken, kwade zaken die niet leiden naar het ideaal wat Jezus ons voorhoudt namelijk: liefde en vrede voor ieder mens.

Als wij geloven in Jezus en Hem willen volgen dan zouden wij toch niet moeten kiezen voor de verleidingen die ik hiervoor opgesomd heb? Dan zouden we toch kiezen voor aandacht voor elkaar, een ander voor laten gaan, pas op de plaats maken, beseffen dat je niet alles in de hand hebt, respect voor diegenen die anders zijn dan je zelf bent.

Wat is jouw leidraad/ of overtuiging bij het maken van keuzes.

Die vraag heeft ieder van ons tijdens de voorbereiding van deze viering proberen te beantwoorden.

Voor sommigen was dat het voorbeeld dat zij van hun ouders hadden gekregen, de zusters op school, mensen die je tegenkwam in je leven die positief met elkaar omgaan, het christelijk geloof en proberen daarnaar te leven, de boodschap van Christus handen en voeten geven, de vieringen in deze Kapel die inspireren en tot nadenken uitnodigen, kennis en vaardigheden ten dienste van anderen stellen, iets voor een ander doen, ons inzetten voor een stukje hemel op aarde. Een van ons zei: het gaat niet om het hiernamaals maar om het hiernumaals.

Het zal niet altijd lukken om het juiste, het goede - in het spoor van Jezus - te kiezen. Soms valt er niets te kiezen en moet je accepteren dat het zo is. Maar dat hoeft ons er toch niet van te weerhouden om steeds opnieuw te proberen om wel de juiste keuze te maken. Om niet vrijblijvend in Jezus te geloven en jezelf Christen te noemen maar om Jezus te volgen en Christen te zijn in je manier van leven en de keuzes die daarbij horen. Wij mensen hebben keuzevrijheid Godzijdank, laten we er verstandig en goed mee omgaan.

 

Hannie van Heijster

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

2 februari 2020

Maria Lichtmis

 

OP WEG MET LICHT

 

Maleachi is niet direct een profeet,

maar iemand die een en ander opmerkt: een ZIENER.

Hij ziet in zijn omgeving dat priesters en het volk zich WEER afkeren van Gods wil en zijn geboden.

Hij voorziet dat de profeet Elia weer zal terugkeren op aarde

en orde op zaken zal stellen.

Hij is de bode die zorgt dat de weg naar God weer vrijgemaakt wordt: Maleachi ziet dat de priesters

ontrouw geworden zijn aan het verbond van God en de mensen.

Voor de zoveelste maal dwalen ze af!

Maleachi (zijn naam betekent BODE) boodschapper en als zodanig roept hij zijn toehoorders op tot bekering.

Dat is: om weer te gaan leven in trouw aan de Heer.

Nu het land er verdord bij ligt (Straf van God?)

roept hij zijn landgenoten op zich weer in verband met God te stellen en te leven volgens Gods bedoelingen.

Want de droogte die op dat moment heerst

wordt door hem gezien als straf van God.

Hij roept op tot terugkeer naar Gods geboden.

De schrijver van dit laatste boek van het Oude Testament

voelt a.h.w. aan dat er andere tijden zullen aanbreken.

In die zin wordt hij van ziener een profeet.

Met betrekking tot de evangelielezing van deze viering:

Hoofdpersonen zijn Maria en Jozef, de pasgeboren Jezus, Simeon en Hanna.

De twee laatstgenoemden zagen in het kind het Licht der Wereld. Maria bracht haar zoon als een licht de tempel binnen.

Wij zeggen nu: als het licht der wereld.

Een licht dat ook ons hier en nu kan en zal verlichten.

De basis boodschap over de geboorte van Gods zoon,

veertig dagen geleden gevierd, is

dat er een kind geboren is als LICHT.

Wellicht is de ster die de wijzen uit het Oosten de weg wees wel heel symbolisch.

Die ster bleef staan waar het Licht der wereld zich bevond.

Wat mensen later in de geloofsgeschiedenis ervaarden en

beleden werd de gebeurtenis die we vandaag weer mochten aanhoren

uiteindelijk het begin van de viering die we vandaag houden. Zoals Maria en Jozef met het Licht der wereld op weg gingen

zo worden zij nagevolgd door ons, zo’n 2000 jaar na hen.

  

TERZIJDE

Even een terzijde over wat bij de voorbereiding van deze viering ook ter sprake kwam.

Namelijk: deze lezing, ook in de parochie, was ieder jaar weer reden om te praten over wat vroeger de kerkgang werd genoemd.

Een gebeuren dat direct voortkwam uit de Joodse reinigingswetten. De vrouwen hebben feilloos aangevoeld, zeg maar in de 60-er jaren, dat zo'n reinigingsgebeuren niet meer van deze tijd is.

Het was een overblijfsel van de Joodse tradities en wetten. We mogen de moeders dankbaar zijn dat aan die traditie stilzwijgend een einde kwam.

Leve die vrouwen van toen die dat klaargespeeld hebben,

door zelf het besluit te nemen om daar niet meer aan deel te nemen. Op die manier brachten zij licht in een duistere situatie.

Dit even terzijde!

Die gang naar de tempel(40 dagen na de geboorte)

volgde de Joodse voorschriften.

Los daarvan zeggen wij liever: Maria bracht het Licht naar de tempel. Naar de gemeenschap.

Zo werd zij de eerste lichtdrager. Vraag is in hoeverre wij, 2000 jaar later, óók licht brengen in onze tijd en omstandigheden.

Een vraag die we vandaag mogen stellen is in hoeverre wij bereid zijn dat Licht onder de mensen te laten schijnen door het ontvangen licht van Christus verder uit te dragen.

Want als wij het Licht van Christus ontvangen

en weer uitdelen dan brengen ook wij

goed nieuws aan mensen, die daar wel eens naar snakken.

Daarom vind ik de slogan van de KRO-NCRV zo goed:

"Laten we wat meer naar elkaar omkijken"

En het liefst samen, want dat kan de bindende factor worden. Samen, vanuit de gedachte: Heer, geef ons Licht

opdat we dat Licht verder doorgeven aan mensen die

vaak in duisternis leven. Moge het zo zijn.

 

p. Jan van As svd

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

31 december 2019

Overweging oudjaarsviering 2019

 

GOED OP WEG

 

De titel GOED OP WEG en de lezing uit Mattheüs lijken weinig met elkaar te maken te hebben.

Hoe komen we dan bij deze titel: GOED OP WEG?

Zoals u weet maken we bij de voorbereiding van de dienst altijd een rondje, waarbij iedereen de vraag - Hoe was jouw afgelopen jaar?- beantwoordt.

Eigenlijk was iedereen wel tevreden over het jaar. Dus: GOED OP WEG.

Enkele opmerkingen vanuit de werkgroep:

  • We hebben uitbreiding van werkgroep gekregen
  • We krijgen voortaan koekjes bij de koffie
  • Met mijn vrouw gaat het na een zware operatie weer goed
  • Fijn, dat je ziet, als je het moeilijk hebt, dat zoveel mensen je steunen
  • Fijn, dat ik anderen kon ondersteunen bij verdriet, of heel praktische dingen zoals een lamp ophangen
  • Ik kan mijn zoon, die een huis aan het bouwen is, helpen, vooral door er te zijn
  • Ik ben op vakantie geweest en dat is een opening geweest om uit het dal te komen
  • Jonge mensen laten zich horen en voeren actie voor het milieu, voor een mooiere wereld. Ik heb gezien dat jongeren idealistisch zijn

 

Maar waarom dan deze lezing?

Johannes de Doper stelt de vraag of Jezus de Messias is.

Daarop krijgt hij geen direct antwoord.

Jezus zegt: ‘Kijk om je heen.’

Ook wij hopen op betere tijden, op vrede en gerechtigheid voor iedereen, maar precies als Johannes, hebben wij ook onze twijfels. Ook tegen ons wordt gezegd: ‘Kijk om je heen en zie het goede dat gebeurt.’

Maar dat is precies ons probleem.

Als we om ons heen kijken, of de krant lezen, zien we niet veel goeds.

Maar kijken we wel goed?

Kijken we niet te eenzijdig, naar alle negatieve dingen die  inderdaad gebeuren, en generaliseren we niet te vlug?

Een tijd geleden had p. Jan van As, hier in deze kapel een verhaal over het dak en de dakpannen. Als bij een storm een paar pannen van het dak kapot waaien zeggen we: ‘Het dak lekt.’ Dat er nog 897 pannen keurig op hun plaats liggen, daar denken we niet aan. Nee, het dak lekt.

Precies dat doen we als het over mensen gaat.

Als in de krant staat dat steeds meer jongeren in het ziekenhuis terecht komen omdat ze veel te veel gedronken hebben. Dan zeggen we te gemakkelijk: ‘De jeugd zuipt zich te pletter.’

Maar al die jongens en meisjes die zich daar niet schuldig aan maken, zien we even over het hoofd.

Als een paar opgeschoten lummels vernielingen aanrichten, omdat ze geen vuurtje mogen stoken in Scheveningen/Den Haag, dan zeggen we : ‘Die jeugd van tegenwoordig deugt nergens voor.’ Maar dat er bij de meeste jongeren ook veel idealisme gevonden wordt, daar kijken we niet naar.

Nee, het dak lekt.

We horen overal dat de zeespiegel stijgt, dat we teveel CO2 uitstoten. Dat we teveel stikstof uitstoten etc.

Maar we vergeten dat we in de jaren 80 de zure regen hadden; ook die hebben we door milieumaatregelen weten te beteugelen.

In de jaren 90-2000 hadden we een gat in de ozonlaag. Door het Montreal-protocol, dat door maar liefst 197 landen ondertekend werd, werd het gebruik van spuitbussen en fluorkoolwaterstoffen beperkt. Daardoor  is dat probleem ook grotendeels opgelost.

Daarmee wil ik niet zeggen: ‘Laat maar lopen, het lost wel op.’ Nee, gelukkig zijn er veel mensen, jong en oud, in iedere omgeving, die zich daarvoor willen inzetten. Van de Zweedse jongere milieu activiste Greta Thunberg, die jongeren opriep om in actie te komen tot de buurman die zonnepanelen op zijn dak legt, of bewust wat minder met de auto of het vliegtuig gaat.

Kijk hoe ons groepje over het afgelopen jaar dacht.

Kijk naar wat de meeste ouders voor hun kinderen over hebben.

En de meeste kinderen voor hun oud geworden ouders. Dan zie je heel veel liefde en genegenheid.

We moeten de goede dingen willen zien, want anders doen we al die goede mensen die gewoon goed leven , gewoon goed voor elkaar en de maatschappij zorgen, te  kort.

En als we ons zorgen maken over de toekomst dan is dat best terecht, maar het mag ons niet verlammen in ons streven er het beste van te maken.

Zolang er mensen zijn die goed zijn voor elkaar, goed doen aan elkaar, en hopelijk zijn wij allemaal van die mensen, dan gaan we een goed 2020 tegemoet. Amen.

 

René van de Laar, 31 december 2019

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

24 december 2019

 

OP WEG MET DE KERSTBOODSCHAP

 

Overweging van de Thematische Viering tijdens de Kerstnacht in de kapel van kloosterhotel Willibrordhaeghe

Deurne, 24 december 2019

                                                                                   

Beste medechristenen, Kerstvierders,

 

“Op weg met de Kerstboodschap”,

zo luidt, zoals u intussen weet, ons thema vanavond.

Op weg… allemaal immers zijn we op weg gegaan vanavond, op weg naar deze kapel: vanuit het hotel, vanuit Deurne en omgeving of, zoals ik, vanuit Teteringen.

Op weg ja, maar niet zomaar,

we hadden een doel voor ogen: het was immers Kerstmis. We wilden Kerstmis vieren, naar de Kerstboodschap luisteren en zien wat deze voor ons, ook nu, kan betekenen.

We hebben intussen tijdens deze viering reeds mooie en zinvolle teksten gehoord: in de bekende kerstliederen, onze gebeden en vooral de schriftlezingen.

Nu zijn we dan op een punt gekomen dat ik wil proberen samen met onze liturgische werkgroep - proberen ja, meer is het niet - via de overweging ons allen te inspireren om ons deze Kerstboodschap eigen te maken en er inderdaad mee op weg te gaan…  

Op zich is dit niet iets nieuws, dit proberen we immers elk jaar. Bij het dertigjarig bestaan van onze kerstnachtvieringen hebben we, menigeen herinnert het zich nog wel, een boekje uitgegeven met de veelzeggende titel “Kerstmis in veelvoud”. In veelvoud ja, je kunt het kerstgebeuren en dus ook de Kerstboodschap van vele kanten benaderen, be-mediteren, proberen te vertalen en te actualiseren. Ieder jaar weer anders, en toch weer met dezelfde bedoeling.

En zo staan we nu dus meer bewust stil bij de Kerstboodschap en willen we daar mee op weg gaan…

 

De kern van de Kerstboodschap vinden we terug in het Oude Testament en dan vooral bij de profeten en daar met name bij Jesaja.  In vele prachtige visioenen heeft hij die Boodschap geschilderd.

Eén van die visioenen hebben we u laten horen, een visioen om blij en dankbaar bij stil te staan. “De woestijn zal vrolijk zijn en bloeien als een lelie. Blinden zullen kunnen zien, doven horen, mensen die niet konden lopen, zullen springen en mensen die niet konden spreken, zullen roepen en zingen. En dan… dan zal er een weg lopen naar Jerusalem, de Heilige Weg voor alle mensen die van goede wil zijn.” Prachtig toch dit visioen van mensen op weg naar bevrijding, heel-making, mensen nabij zijn. Een echte hoopvolle Boodschap. En het zal de mensen als muziek in de oren geklonken hebben!

Johannes de Doper neemt dit visioen over en spoort zijn tijdgenoten aan: “Maak de weg klaar voor de Heer. Ja, maak de weg recht en verwijder alle obstakels want dan zal iedereen zien dat God redding brengt.”

Weer een nadere aankondiging van de Kerstboodschap. En de mensen vragen hem: wat moeten wij doen? En hij antwoordt: “Wie twee hemden heeft moet er een geven aan iemand die er geen heeft en wie te eten heeft moet delen met een ander die niets heeft.”

 

En dan wordt het Kerstmis … en wat Jesaja nog ziet als een visioen en Johannes   aankondigt, wordt werkelijkheid in die eerste kerstnacht. We horen het de engel tot de herders zeggen: “Schrik niet want ik heb een blijde boodschap voor jullie, een grote vreugde voor het hele volk. Vannacht is in de stad van David jullie Redder geboren. Hij is de Messias, Christus de Heer.” En we horen dat een hele groep engelen die boodschap overneemt en zingt: “Vrede op aarde aan de mensen van wie God houdt.”

Het is maar een korte boodschap, niet zo uitgebreid als het visioen van Jesaja of de boodschap van Johannes. Er wordt alleen maar verteld: de herders gaan naar de stal, vertellen kort wat ze ervaren hebben en gaan dan weer terug naar hun kudde. En Maria? Ze bleef nadenken over wat de herders gezegd en beleefd hadden….

Er wordt dus niet verteld wat zíj met die Boodschap, de vervulling van dat visioen, gedaan hebben… Daar gaat het ook eigenlijk niet om, het gaat om het Kerstkind zelf.  Hoe Hij dat visioen werkelijkheid gemaakt heeft en dat kunnen we lezen in het verdere verslag van het optreden en leven van dat Kerstkind. Op bijna elke bladzijde van het Nieuwe Testament zien en ervaren we hoe Jezus met dat visioen, met die Boodschap, op weg is gegaan.

Denken we aan zijn bezoek aan de synagoge: “Hij rolde de boekrol open en las: De Geest van de Heer rust op mij. Hij heeft mij gezonden om goed nieuws te brengen aan de armen, om gevangenen de vrijheid aan te zeggen, de blinden het daglicht en de onderdrukten vrij te laten.” En dan gaat Hij verder: “Deze profetie, dit visioen, is vandaag in vervulling gegaan.”

Of denken we aan zijn antwoord aan de leerlingen van Johannes die hem om zijn “papieren” vroegen: “Ga Johannes vertellen wat jullie gezien en gehoord hebben. Blinden zien, lammen lopen, melaatsen krijgen een nieuwe huid, doven horen, doden worden opgewekt en het blijde nieuws wordt verkondigd aan de armen.” U hoort het, bijna een letterlijke vervulling van het visioen van Jesaja. Jezus gaat duidelijk op weg met deze Blijde Boodschap, met de Kerstboodschap!

 

En dé vraag is nu aan ons vanavond: willen ook wij met deze Kerstboodschap op weg gaan, willen wij deze nu, anno 2019/2020, tot de onze maken en vervullen? Jezus heeft, zoals we hoorden, die Kerstboodschap verkondigd en waar gemaakt, heeft het visioen van Jesaja omgezet in concrete daden, maar het was en is zijn wens dat wij, zijn volgelingen, deze boodschap nú verder doorgeven, ermee voor de dag komen, ja mee op weg gaan. Willen we dat? Kunnen we dat? En hoe moeten we dat dan waar maken: blinden laten zien, doven horen, lammen lopen…?

Ik zei het al in de inleiding van deze viering: als we om ons heen kijken - dichtbij en ver weg, denk maar aan het dagelijkse journaal - zien en ervaren we dat er nog veel te doen is: aan vrede, begrip voor de ander, armoede, zorg voor elkaar en voor de schepping…En heel veel mensen, zo lees je deze dagen in de media, hebben het wel gehad met Kerstmis en dus ook met de Kerstboodschap. Ze voelen zich lamgeslagen, moedeloos.

En dus nogmaals de vraag: willen wij wél met deze Kerstboodschap op weg gaan, er invulling aan geven?

Wij van de werkgroep hebben ook bij deze vraag stilgestaan en zeiden: kijk, we zijn nu reeds ruim 45 jaar als liturgiegroep op weg, maar we zijn nog lang niet moegestreden. Integendeel: elk jaar en dus ook dit jaar geloven we erin, staan wij ervoor open, open voor Gods plan met deze wereld: een wereld van gerechtigheid en liefde, barmhartigheid en verzoening. En door deze viering, nu vanavond, hopen we én aan elkaar én aan u allen te laten zien dat die Kerstboodschap - natuurlijk vertaald in onze taal en tijd en mogelijkheden - nog steeds de moeite waard is. Dat het geen boodschap is uit een ver verleden, maar een boodschap die actueel is en dus inspirerend, en die omgezet kan worden in daden of woorden.

Uit onze voorbespreking wil ik enkele suggesties aanhalen, voorbeelden die duidelijk laten zien dat het inderdaad mogelijk is.

= De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid zegt in een interview: “Mijn geloof is de basis voor mijn handelen. We hebben twee eenvoudige boodschappen meegekregen: God liefhebben en de naaste. En ik weet dat God een speciale plek heeft voor de zwakken en elke dag oefen ik me daarom erin de zwakken te beschermen in het spoor van Jezus.”

“En”, zegt hij verder, “bij vrede gaat het in de Bijbel vooral om innerlijke vrede: vrede hebben met jezelf en je omgeving.” Een prachtig getuigenis!

= Bij Lucas zien we dat de herders, de “kleyne luyden”, met het goede nieuws op pad gaan. God houdt inderdaad van de zwakken. Dus….

= Paus Franciscus zei eens: “Ik ben niet op zoek naar de perfecte gelovige, ik ben op zoek naar de mens die omziet naar de ander zoals de man van Nazareth dat in zijn tijd deed.”

= Een andere suggestie: Zoals Maria kunnen we die boodschap ook in ons hart overdenken, dan vinden we vanzelf manieren om in actie te komen.

= Of: probeer medestanders te vinden! Als ieder één persoon mee kan krijgen werkt dat als een olievlek en ontstaat er steeds meer vrede op aarde. 1+1 is 2; 2+2 is 4; 4+4 is 8…  

= Of: Soms hoor je pas na vele jaren dat iemand je komt bedanken voor je hulp in een benarde situatie, maar… jouw hulp heeft hem of haar destijds wel geraakt en geholpen.

= In dagblad “De Stem” las ik: Jan, een gehandicapte, kreeg na een 12,5-jarig dienstverband bij een supermarkt een jubileumpremie mee, maar moest deze direct aan het UWV inleveren, omdat hij een uitkering genoot. Er werd spontaan een inzamelingsactie op touw gezet om hem alsnog het geld te geven… Een kille maatschappij, maar hartverwarmende medemensen…

 

Eenvoudige voorbeelden? Zeker, maar: “het zijn de kleine dingen die het doen.”  Of zoals bisschop Desmund Tutu het zegt: “Goedheid is sterker dan slechtheid; liefde is sterker dan haat; licht is sterker dan duisternis; leven is sterker dan dood.”

Wij zeiden het in 2016 zo: “Een goed mens is als een klein licht dat wandelt in de nacht van onze wereld en op zijn weg gedoofde sterren weer aansteekt.”

Laten we als een licht op weg gaan met onze Kerstboodschap en zo medemensen aansteken. In die geest wensen we elkaar een Zalig en inspirerend Kerstfeest. Amen. 

                                                                                                   

p. Koos van Dijk svd