6 september 2020

 

Laten we naar elkaar omzien

 

“Ik leef mijn leven zoals ik dat wil, ik bemoei me toch ook niet met een ander.” Deze regel uit een lied van André Hazes spreekt veel mensen in onze tijd aan. Leven en laten leven… dat is toch een positieve manier om met elkaar om te gaan?  Maar is dat wel zo positief? Stel, je weet dat iemand in jouw omgeving ernstig in de fout gaat of dreigt te gaan. Kun je dan zeggen: “Dat zijn haar of zijn zaken! Daar wil en kan ik me niet mee bemoeien! Daar ga ik niet over!

 

Al eeuwen voor Christus roept de profeet Ezechiël de mensen op om je wél te bemoeien met wat een ander doet.  Wanneer je ziet dat iemand de fout in gaat, spreek haar of hem er dan op aan. Doe je dat niet dan ben jij nalatig!  En hoewel jij in feite niets verkeerd doet, ben je medeschuldig aan het vergrijp dat iemand anders pleegt. Je hebt immers niets gedaan om het te voorkomen.  De profeet heeft het over misdaden. In deze tijd zouden we bijv. kunnen denken aan iemand die er niet voor terugschrikt dronken of high achter het stuur te kruipen,  op grote schaal te frauderen of een kind te misbruiken.

 

De evangelist Matteüs heeft voor de lange toespraken van Jezus veel stof geput uit een bron die helaas verloren is gegaan. In een toespraak over de opbouw van de gemeenschap geeft Jezus enkele regels die  laten zien hoe men in de eerste gemeenten van Joodse aanhangers van Christus met dit soort situaties omging. De eerste regel is: ‘Wijs je broeder of zuster terecht', maar dan wel: 'onder vier ogen'. Dus niet meteen de hele buurt er bij halen en met een hoop kabaal. Geef je broeder of zuster  de kans zijn of haar  gezicht te redden. Als hij  of zij niet luistert, haal er een of twee vertrouwenspersonen bij. Als hij of zij halsstarrig volhoudt, leg het dan voor aan de gemeente. En als ook dat niet helpt verbreek dan het contact. Hij of zij  heeft zichzelf buitenspel gezet.

 

De gemeente van Jezus is barmhartig, maar weet tegelijk dat ze met het evangelie niet alle kanten op kan. Ze mag haar beginselen niet verloochenen, vond Dietrich Bonhoeffer in de tijd van nazi-Duitsland. Hoe konden christenen en nationaalsocialisten naast elkaar in dezelfde kerkbank zitten?

 

Er zijn momenten dat een kerk de rode kaart moet trekken omwille van haar geloofwaardigheid. Dan is het kiezen of delen. Maar de rode kaart is eerder een noodrem dan een straf. Het doel is immers niet je medemens onderuit te halen, maar hem te helpen.

 

Bij de voorbereiding kwamen we tot enkele vaststellingen.

-In de lezing van vandaag herinnert Jezus ons er voorzichtig aan, dat wij, als leden van de kerkgemeenschap, verantwoordelijkheid dragen voor elkaar.

Emeritus paus Benedictus zei in een toespraak daarover dat dit vraagt om bescheidenheid en terughoudendheid. En het vraagt om wederkerigheid. En dat houdt in dat, als ik iemand op iets wijs, ik ervoor open moet staan dat diegene ook mij op iets kan wijzen.

-Het is dus van belang de dialoog met elkaar aan te gaan.

Daarvoor heb je zelfkritiek nodig, want niemand heeft in alles altijd het grote gelijk. De ander kan ook gelijk hebben.

Daarnaast vraagt dialoog om open te staan voor het goede dat een ander inbrengt. Onwrikbaar vasthouden aan je eigen gelijk is er de oorzaak van dat je niet hoort en ziet wat voor goeds de ander in zich heeft.

En bij dialoog moet je vooral niet op eigen gewin uit zijn, maar zoeken naar samenwerking voor het grotere belang dat ook de ander mee insluit.

Kortom… haal eerst de balk uit je eigen oog, voordat je de splinter uit het oog van de ander haalt. Wees zelfkritisch, wanneer je het woord van Jezus – wijs je broeder terecht - serieus neemt.

-Spreek mensen aan vanuit bekommernis, naastenliefde. En kies altijd voor een positieve benadering. C’est le ton qui fait la musique…

-Ook hoorde je duidelijk vanuit de vergadering dat we vaak, afhankelijk van wie we aanspreken, terughoudend reageren.

-Maar ook hoorde je menigeen vertellen over eigen ervaringen: dat “Medemensen elkaar de hand toesteken, een arm om elkaars schouder slaan.”

Er zijn zoveel kansen voor leven met medemensen…

 

Deurne, 27 augustus 2020, Hannie van Heijster/Gerard Jansink

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

5 juli 2020

Teksten van de samenkomst buiten achter de kapel

 

Een gedachte van Anselm Grün

Mijn concrete leven is het materiaal waarmee ik werken kan en moet.

Maar ik kan uit ieder materiaal iets moois scheppen.

Uit steen kan ik een wonderschoon beeld houwen,

uit hout een sierlijk figuur snijden

en van klei kan ik iets prachtigs boetseren.

Ik moet slechts werken met het materiaal dat ik heb.

Ik moet het materiaal van mijn levensgeschiedenis accepteren.

Dan kan ik het vormgeven.

                                                                                (Anselm Grün osb)

 

Ja maar & toch…

Als we straks weer terugkijken op een vakantie, waar we dan ook waren,

en op de periode waarin corona, onaangekondigd, als een soort vloedgolf,

als iets wat je niet tegen kunt houden over ons heen viel,

kunnen we dan zeggen dat we wél konden en kunnen beslissen hoe we ermee omgaan,

omdat wij samen de uitkomst bepalen?

We kunnen nú op zoek gaan, niet naar het nieuwe normaal,

maar naar een nieuwe werkelijkheid van respect, eerlijkheid, gelijkheid, rechtvaardigheid.

“Wat geweldig dat niemand ook maar één minuut hoeft te wachten

met het verbeteren van de wereld”, schreef Anne Frank.

 

Dus niet terug naar het oude.

Ja, maar… ben ik daarvoor wel de geschikte persoon?

 

En dan gaan we na de vakantie weer vieren in de kapel!

Ja, maar… is er wel een plan van aanpak?

 

We gaan er tegenaan.

Ja, maar… hoe gaat dat dan?

Ja, maar???

Kunnen wij met deze houding een ‘oorlog’ winnen, uitmuntende resultaten behalen,

onder tijdsdruk presteren?

Volgens deskundigen is het aanzienlijk productiever als wij leren om te creëren

in plaats van te reageren.

Om oorzaak te zijn in plaats van gevolg van de omstandigheden.

 

Laten we daarom een groet brengen aan alle “En toch mensen”!

Jullie hebben het al zo druk
en tóch vinden jullie nog tijd om naar de vieringen te komen.
Jullie hebben ook je eigen zorgen,
en tóch zijn jullie vaak bereid te luisteren naar die van een ander.
De reclame zweept iedereen op om meer te consumeren,
en tóch blijven jullie nog steeds spreken over versoberen.
"Het is altijd hetzelfde" zegt men na het journaal, "Er is niets aan te doen"
Tóch blijven jullie nadenken of er iets aan gedaan kan worden.
Populair zijn is in: een mooie snoet, een radde tong of een record.
Tóch eren jullie juist stille doordouwers en verzoeners.
Surfen en zappen zijn aan de orde van de dag,
en tóch willen jullie geregeld stilstaan, dieper graven en werken aan de wortels.
Soms hebben jullie ook wel eens de moed verloren,
en tóch willen jullie niet van ophouden weten.
Zo wordt het woord "herbeginnen" bij jullie vaker gebruikt dan "stoppen",
en mede daardoor heeft deze wereld nog een grote toekomst!

 

Geniet van de dagen die misschien anders zijn dan anders.

Houd het gezond. Tot in september (hopen we).

 

Franciscus van Assisi zei het zo:

‘Geef me de moed te veranderen wat ik kan veranderen,

de rust te accepteren wat ik niet kan veranderen en

de wijsheid om het verschil tussen beide te zien.

                                                                         (Gerard Jansink, 5 juli 2020)

 

WEES NIET BANG

Wensen en dromen

zullen de wereld niet veranderen.

Maar ieder nieuw begin,

iedere stap naar iemand toe,

iedere ongerepte morgen

kan je iets leren van de kunst

om een klein stukje van de wereld te herscheppen.

Vrede voor jou en het geschenk van vriendschap

en duizend ogenblikken van geluk

en woorden van verzoening en moed

om te geloven in de mensheid.                       (Kris Gelaude)

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

12 april 2020

 

Beste  Paasvrienden.

 

Inspelend op ons jaarthema  had ik dit jaar als thema gekozen “Op weg met de Emmaüsgangers”.  Helaas  kan de viering niet door gaan, maar ik wil toch enkele gedachten nav  dit thema met jullie delen.

Als evangelie  nemen we het bekende  verhaal van de Emmaüsgangers , Lucas 24, 13-35. En door het mooie lied van Jacques Verhees ( zie boekje 2019) )  kunnen we het dit jaar, ja zeker nu, actualiseren:

 “Mensen van ooit, kind’ren van heden, volk onderweg, vallend en staand, levend van hoop, uitziend naar vrede: dromen  doen mensen wegen gaan”.

 

De  Emmaüsgangers gingen op weg van Jerusalem naar Emmaüs  en Lucas beschrijft het zo plastisch   dat je het  heel concreet  voor je ziet: twee mensen op weg,  pratend, uiting gevend  aan alles wat zij de laatste dagen meegemaakt hebben, ontgoocheld en diep teleurgesteld. En  dan het keerpunt: een derde die zich bij hen aansluit, luistert, ja echt luistert en probeert te duiden. En zij  zien  het weer zitten , het  brandt  in hun binnenste, en  ze gaan  wéér op weg, maar nu terug naar Jerusalem, naar de apostelen, de vrouwen, de andere leerlingen. En dan…ja dan gaan allen op weg en zó ontstaat de Jonge Kerk en worden zij “mensen van de weg”  genoemd.

 

En zó wil ik ieder uitnodigen dit Emmaüsverhaal te plaatsen  in onze huidige tijd en ook in ons leven want ieder van ons heeft wel eens zo’n tocht gemaakt van Jerusalem  naar Emmaüs , van weg en weer terug, en momenteel maken we denk ik ook zo’n tocht mee.  De huidige situatie , in ons land, in de wereld, en ook in ons eigen leven  is zo’n tocht. “Volk onderweg, vallend en opstaand, levend van hoop, uitziend naar vrede…”

Laten we zó proberen het  te vertalen naar  het nu. En vooral denken aan die derde die meeloopt en perspectieven opent. Als je zo iemand ontmoet, er voor open staat, voel je je niet alleen. En die iemand kan ook met een hoofdletter geschreven worden. En je kunt zelf ook zo’n  iemand voor een ander zijn.  We kennen allemaal voorbeelden waar het momenteel gebeurt aan of door ieder van ons…

Zó kan het ook dit jaar ondanks  de beperkingen  Pasen worden. Pasen is immers een steen wegrollen  ,  is uit-tocht vieren, ver-los-sing, op-staan, naar buiten treden…Verhees  vervolgt  het lied met:” Volk onderweg, gaande met velen, mensen elkaar tot bondgenoot. Niemand alleen, geen  minderheden, niemand te veel, te klein, te groot.” 

En dus zeggen  we tot elkaar:  een Zalig en Opwekkend Pasen!

 

p. Koos van Dijk svd

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1 maart 2020

 

Beste Kapelbezoekers,

‘God, Jesus, Trump!’, dat is de titel van een serie van drie documentaires die de afgelopen weken op tv te zien was. Daarin gaat de programmamaker Tijs van den Brink op zoek naar een antwoord op de vraag waarom mensen die zichzelf christenen noemen, Donald Trump als president van hun land kiezen. Voor Tijs past het gedrag van Trump voor- en tijdens diens presidentschap niet bij de wijze hoe christenen met elkaar zouden moeten omgaan. Trump heeft er geen moeite mee om mensen te beledigen, om leugens te verspreiden, zich niet aan regels te houden en hij is allesbehalve bescheiden. Een politicus die zegt pal te staan voor de christelijke waarden en normen en die vervolgens in zijn gedrag het tegenovergestelde doet, daar zou Tijs niet op kunnen stemmen. Letterlijk zegt hij: ”hebben zij, de Trump-stemmers, een bord voor hun kop of zie ik iets over het hoofd”.

Daarom gaat hij in gesprek met verschillende Amerikanen die vanuit hun christelijke overtuiging op Trump gestemd hebben en die dat dit jaar weer gaan doen. Voor velen van hen is de Amerikaanse maatschappij geen veilige plek meer waar zij in vrijheid hun geloof kunnen belijden. Voor hen worden de principes die daarbij horen met voeten getreden. Het belangrijkste is dan ook dat de president die zij kiezen die principes in wetgeving opnieuw vastlegt en wetten die daarmee in strijd zijn, afschaft.  

Naast mensen die tevreden zijn met de president en diens beleid sprak Tijs ook met mensen die er anders over denken. Een moeder van een verslaafde en tot gevangenisstraf veroordeelde zoon, vroeg zich af waarom Trump zijn fouten wel vergeven werden en haar zoon, zijn fouten, niet. Ondanks hard werken en goed zijn best doen werd haar zoon niet geaccepteerd door de gemeenschap waar zij woonden.  Dat is toch met twee maten meten?

Een man die tot de doodstraf veroordeeld was en afwachting van de uitvoering daarvan vroeg zich af hoe je vóór de bescherming van het leven kan zijn en tegelijk mensen ter dood veroordelen. De doodstraf is toch in tegenspraak met de bescherming van het leven. Voor deze man was het duidelijk: er is een verschil tussen in Jezus geloven én Jezus volgen.

In Jezus geloven en jezelf Christen noemen is vrijblijvend. Jezus volgen en Christen zijn heeft consequenties voor wat je doet en welke keuzes je maakt in het leven.

Laten we met dit in gedachten gaan kijken naar de lezing uit Genesis. De mens kiest om te eten van de vruchten van de boom en heeft vanaf dat moment kennis van goed en kwaad. De mens is als het ware volwassen geworden, heeft inzicht gekregen en is daarmee bewust geworden van de verleidingen, het kwaad dat ieder mens in het leven tegenkomt. We leven niet meer in het paradijs en staan soms voor moeilijke keuzes.

Ook Jezus krijgt hiermee te maken. Dat hebben we in de tweede lezing gehoord. Op het moment dat Hij kwetsbaar is, hij heeft honger na veertig dagen in de woestijn, komt de duivel met allerlei interessante voorstellen. Jezus laat zich niet van de wijs brengen en trapt niet in de mooie praatjes van de Duivel. Jezus zegt: “Ga weg Satan”. In de heilige boeken staat: <<Kniel alleen voor de Heer, je God, en vereer alleen Hem>>.

Jezus blijft trouw aan God, aan de opdracht om de goede boodschap van liefde en vrede voor ieder mens, te brengen.  Dat is de keuze die Jezus maakt.

Wat zijn de verleidingen waar wij mensen in deze tijd mee te maken hebben? Tijdens de voorbereiding van deze viering kwamen er heel wat naar voren: zo druk zijn dat je vergeet waar het echt om gaat, jezelf en anderen voorbijlopen, bang zijn iets te missen, denken dat alles maakbaar is, voor God spelen, het recht van de sterkste, eigen volk eerst. Kortom negatieve zaken, kwade zaken die niet leiden naar het ideaal wat Jezus ons voorhoudt namelijk: liefde en vrede voor ieder mens.

Als wij geloven in Jezus en Hem willen volgen dan zouden wij toch niet moeten kiezen voor de verleidingen die ik hiervoor opgesomd heb? Dan zouden we toch kiezen voor aandacht voor elkaar, een ander voor laten gaan, pas op de plaats maken, beseffen dat je niet alles in de hand hebt, respect voor diegenen die anders zijn dan je zelf bent.

Wat is jouw leidraad/ of overtuiging bij het maken van keuzes.

Die vraag heeft ieder van ons tijdens de voorbereiding van deze viering proberen te beantwoorden.

Voor sommigen was dat het voorbeeld dat zij van hun ouders hadden gekregen, de zusters op school, mensen die je tegenkwam in je leven die positief met elkaar omgaan, het christelijk geloof en proberen daarnaar te leven, de boodschap van Christus handen en voeten geven, de vieringen in deze Kapel die inspireren en tot nadenken uitnodigen, kennis en vaardigheden ten dienste van anderen stellen, iets voor een ander doen, ons inzetten voor een stukje hemel op aarde. Een van ons zei: het gaat niet om het hiernamaals maar om het hiernumaals.

Het zal niet altijd lukken om het juiste, het goede - in het spoor van Jezus - te kiezen. Soms valt er niets te kiezen en moet je accepteren dat het zo is. Maar dat hoeft ons er toch niet van te weerhouden om steeds opnieuw te proberen om wel de juiste keuze te maken. Om niet vrijblijvend in Jezus te geloven en jezelf Christen te noemen maar om Jezus te volgen en Christen te zijn in je manier van leven en de keuzes die daarbij horen. Wij mensen hebben keuzevrijheid Godzijdank, laten we er verstandig en goed mee omgaan.

 

Hannie van Heijster

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

2 februari 2020

Maria Lichtmis

 

OP WEG MET LICHT

 

Maleachi is niet direct een profeet,

maar iemand die een en ander opmerkt: een ZIENER.

Hij ziet in zijn omgeving dat priesters en het volk zich WEER afkeren van Gods wil en zijn geboden.

Hij voorziet dat de profeet Elia weer zal terugkeren op aarde

en orde op zaken zal stellen.

Hij is de bode die zorgt dat de weg naar God weer vrijgemaakt wordt: Maleachi ziet dat de priesters

ontrouw geworden zijn aan het verbond van God en de mensen.

Voor de zoveelste maal dwalen ze af!

Maleachi (zijn naam betekent BODE) boodschapper en als zodanig roept hij zijn toehoorders op tot bekering.

Dat is: om weer te gaan leven in trouw aan de Heer.

Nu het land er verdord bij ligt (Straf van God?)

roept hij zijn landgenoten op zich weer in verband met God te stellen en te leven volgens Gods bedoelingen.

Want de droogte die op dat moment heerst

wordt door hem gezien als straf van God.

Hij roept op tot terugkeer naar Gods geboden.

De schrijver van dit laatste boek van het Oude Testament

voelt a.h.w. aan dat er andere tijden zullen aanbreken.

In die zin wordt hij van ziener een profeet.

Met betrekking tot de evangelielezing van deze viering:

Hoofdpersonen zijn Maria en Jozef, de pasgeboren Jezus, Simeon en Hanna.

De twee laatstgenoemden zagen in het kind het Licht der Wereld. Maria bracht haar zoon als een licht de tempel binnen.

Wij zeggen nu: als het licht der wereld.

Een licht dat ook ons hier en nu kan en zal verlichten.

De basis boodschap over de geboorte van Gods zoon,

veertig dagen geleden gevierd, is

dat er een kind geboren is als LICHT.

Wellicht is de ster die de wijzen uit het Oosten de weg wees wel heel symbolisch.

Die ster bleef staan waar het Licht der wereld zich bevond.

Wat mensen later in de geloofsgeschiedenis ervaarden en

beleden werd de gebeurtenis die we vandaag weer mochten aanhoren

uiteindelijk het begin van de viering die we vandaag houden. Zoals Maria en Jozef met het Licht der wereld op weg gingen

zo worden zij nagevolgd door ons, zo’n 2000 jaar na hen.

  

TERZIJDE

Even een terzijde over wat bij de voorbereiding van deze viering ook ter sprake kwam.

Namelijk: deze lezing, ook in de parochie, was ieder jaar weer reden om te praten over wat vroeger de kerkgang werd genoemd.

Een gebeuren dat direct voortkwam uit de Joodse reinigingswetten. De vrouwen hebben feilloos aangevoeld, zeg maar in de 60-er jaren, dat zo'n reinigingsgebeuren niet meer van deze tijd is.

Het was een overblijfsel van de Joodse tradities en wetten. We mogen de moeders dankbaar zijn dat aan die traditie stilzwijgend een einde kwam.

Leve die vrouwen van toen die dat klaargespeeld hebben,

door zelf het besluit te nemen om daar niet meer aan deel te nemen. Op die manier brachten zij licht in een duistere situatie.

Dit even terzijde!

Die gang naar de tempel(40 dagen na de geboorte)

volgde de Joodse voorschriften.

Los daarvan zeggen wij liever: Maria bracht het Licht naar de tempel. Naar de gemeenschap.

Zo werd zij de eerste lichtdrager. Vraag is in hoeverre wij, 2000 jaar later, óók licht brengen in onze tijd en omstandigheden.

Een vraag die we vandaag mogen stellen is in hoeverre wij bereid zijn dat Licht onder de mensen te laten schijnen door het ontvangen licht van Christus verder uit te dragen.

Want als wij het Licht van Christus ontvangen

en weer uitdelen dan brengen ook wij

goed nieuws aan mensen, die daar wel eens naar snakken.

Daarom vind ik de slogan van de KRO-NCRV zo goed:

"Laten we wat meer naar elkaar omkijken"

En het liefst samen, want dat kan de bindende factor worden. Samen, vanuit de gedachte: Heer, geef ons Licht

opdat we dat Licht verder doorgeven aan mensen die

vaak in duisternis leven. Moge het zo zijn.

 

p. Jan van As svd

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

31 december 2019

Overweging oudjaarsviering 2019

 

GOED OP WEG

 

De titel GOED OP WEG en de lezing uit Mattheüs lijken weinig met elkaar te maken te hebben.

Hoe komen we dan bij deze titel: GOED OP WEG?

Zoals u weet maken we bij de voorbereiding van de dienst altijd een rondje, waarbij iedereen de vraag - Hoe was jouw afgelopen jaar?- beantwoordt.

Eigenlijk was iedereen wel tevreden over het jaar. Dus: GOED OP WEG.

Enkele opmerkingen vanuit de werkgroep:

  • We hebben uitbreiding van werkgroep gekregen
  • We krijgen voortaan koekjes bij de koffie
  • Met mijn vrouw gaat het na een zware operatie weer goed
  • Fijn, dat je ziet, als je het moeilijk hebt, dat zoveel mensen je steunen
  • Fijn, dat ik anderen kon ondersteunen bij verdriet, of heel praktische dingen zoals een lamp ophangen
  • Ik kan mijn zoon, die een huis aan het bouwen is, helpen, vooral door er te zijn
  • Ik ben op vakantie geweest en dat is een opening geweest om uit het dal te komen
  • Jonge mensen laten zich horen en voeren actie voor het milieu, voor een mooiere wereld. Ik heb gezien dat jongeren idealistisch zijn

 

Maar waarom dan deze lezing?

Johannes de Doper stelt de vraag of Jezus de Messias is.

Daarop krijgt hij geen direct antwoord.

Jezus zegt: ‘Kijk om je heen.’

Ook wij hopen op betere tijden, op vrede en gerechtigheid voor iedereen, maar precies als Johannes, hebben wij ook onze twijfels. Ook tegen ons wordt gezegd: ‘Kijk om je heen en zie het goede dat gebeurt.’

Maar dat is precies ons probleem.

Als we om ons heen kijken, of de krant lezen, zien we niet veel goeds.

Maar kijken we wel goed?

Kijken we niet te eenzijdig, naar alle negatieve dingen die  inderdaad gebeuren, en generaliseren we niet te vlug?

Een tijd geleden had p. Jan van As, hier in deze kapel een verhaal over het dak en de dakpannen. Als bij een storm een paar pannen van het dak kapot waaien zeggen we: ‘Het dak lekt.’ Dat er nog 897 pannen keurig op hun plaats liggen, daar denken we niet aan. Nee, het dak lekt.

Precies dat doen we als het over mensen gaat.

Als in de krant staat dat steeds meer jongeren in het ziekenhuis terecht komen omdat ze veel te veel gedronken hebben. Dan zeggen we te gemakkelijk: ‘De jeugd zuipt zich te pletter.’

Maar al die jongens en meisjes die zich daar niet schuldig aan maken, zien we even over het hoofd.

Als een paar opgeschoten lummels vernielingen aanrichten, omdat ze geen vuurtje mogen stoken in Scheveningen/Den Haag, dan zeggen we : ‘Die jeugd van tegenwoordig deugt nergens voor.’ Maar dat er bij de meeste jongeren ook veel idealisme gevonden wordt, daar kijken we niet naar.

Nee, het dak lekt.

We horen overal dat de zeespiegel stijgt, dat we teveel CO2 uitstoten. Dat we teveel stikstof uitstoten etc.

Maar we vergeten dat we in de jaren 80 de zure regen hadden; ook die hebben we door milieumaatregelen weten te beteugelen.

In de jaren 90-2000 hadden we een gat in de ozonlaag. Door het Montreal-protocol, dat door maar liefst 197 landen ondertekend werd, werd het gebruik van spuitbussen en fluorkoolwaterstoffen beperkt. Daardoor  is dat probleem ook grotendeels opgelost.

Daarmee wil ik niet zeggen: ‘Laat maar lopen, het lost wel op.’ Nee, gelukkig zijn er veel mensen, jong en oud, in iedere omgeving, die zich daarvoor willen inzetten. Van de Zweedse jongere milieu activiste Greta Thunberg, die jongeren opriep om in actie te komen tot de buurman die zonnepanelen op zijn dak legt, of bewust wat minder met de auto of het vliegtuig gaat.

Kijk hoe ons groepje over het afgelopen jaar dacht.

Kijk naar wat de meeste ouders voor hun kinderen over hebben.

En de meeste kinderen voor hun oud geworden ouders. Dan zie je heel veel liefde en genegenheid.

We moeten de goede dingen willen zien, want anders doen we al die goede mensen die gewoon goed leven , gewoon goed voor elkaar en de maatschappij zorgen, te  kort.

En als we ons zorgen maken over de toekomst dan is dat best terecht, maar het mag ons niet verlammen in ons streven er het beste van te maken.

Zolang er mensen zijn die goed zijn voor elkaar, goed doen aan elkaar, en hopelijk zijn wij allemaal van die mensen, dan gaan we een goed 2020 tegemoet. Amen.

 

René van de Laar, 31 december 2019

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

24 december 2019

 

OP WEG MET DE KERSTBOODSCHAP

 

Overweging van de Thematische Viering tijdens de Kerstnacht in de kapel van kloosterhotel Willibrordhaeghe

Deurne, 24 december 2019

                                                                                   

Beste medechristenen, Kerstvierders,

 

“Op weg met de Kerstboodschap”,

zo luidt, zoals u intussen weet, ons thema vanavond.

Op weg… allemaal immers zijn we op weg gegaan vanavond, op weg naar deze kapel: vanuit het hotel, vanuit Deurne en omgeving of, zoals ik, vanuit Teteringen.

Op weg ja, maar niet zomaar,

we hadden een doel voor ogen: het was immers Kerstmis. We wilden Kerstmis vieren, naar de Kerstboodschap luisteren en zien wat deze voor ons, ook nu, kan betekenen.

We hebben intussen tijdens deze viering reeds mooie en zinvolle teksten gehoord: in de bekende kerstliederen, onze gebeden en vooral de schriftlezingen.

Nu zijn we dan op een punt gekomen dat ik wil proberen samen met onze liturgische werkgroep - proberen ja, meer is het niet - via de overweging ons allen te inspireren om ons deze Kerstboodschap eigen te maken en er inderdaad mee op weg te gaan…  

Op zich is dit niet iets nieuws, dit proberen we immers elk jaar. Bij het dertigjarig bestaan van onze kerstnachtvieringen hebben we, menigeen herinnert het zich nog wel, een boekje uitgegeven met de veelzeggende titel “Kerstmis in veelvoud”. In veelvoud ja, je kunt het kerstgebeuren en dus ook de Kerstboodschap van vele kanten benaderen, be-mediteren, proberen te vertalen en te actualiseren. Ieder jaar weer anders, en toch weer met dezelfde bedoeling.

En zo staan we nu dus meer bewust stil bij de Kerstboodschap en willen we daar mee op weg gaan…

 

De kern van de Kerstboodschap vinden we terug in het Oude Testament en dan vooral bij de profeten en daar met name bij Jesaja.  In vele prachtige visioenen heeft hij die Boodschap geschilderd.

Eén van die visioenen hebben we u laten horen, een visioen om blij en dankbaar bij stil te staan. “De woestijn zal vrolijk zijn en bloeien als een lelie. Blinden zullen kunnen zien, doven horen, mensen die niet konden lopen, zullen springen en mensen die niet konden spreken, zullen roepen en zingen. En dan… dan zal er een weg lopen naar Jerusalem, de Heilige Weg voor alle mensen die van goede wil zijn.” Prachtig toch dit visioen van mensen op weg naar bevrijding, heel-making, mensen nabij zijn. Een echte hoopvolle Boodschap. En het zal de mensen als muziek in de oren geklonken hebben!

Johannes de Doper neemt dit visioen over en spoort zijn tijdgenoten aan: “Maak de weg klaar voor de Heer. Ja, maak de weg recht en verwijder alle obstakels want dan zal iedereen zien dat God redding brengt.”

Weer een nadere aankondiging van de Kerstboodschap. En de mensen vragen hem: wat moeten wij doen? En hij antwoordt: “Wie twee hemden heeft moet er een geven aan iemand die er geen heeft en wie te eten heeft moet delen met een ander die niets heeft.”

 

En dan wordt het Kerstmis … en wat Jesaja nog ziet als een visioen en Johannes   aankondigt, wordt werkelijkheid in die eerste kerstnacht. We horen het de engel tot de herders zeggen: “Schrik niet want ik heb een blijde boodschap voor jullie, een grote vreugde voor het hele volk. Vannacht is in de stad van David jullie Redder geboren. Hij is de Messias, Christus de Heer.” En we horen dat een hele groep engelen die boodschap overneemt en zingt: “Vrede op aarde aan de mensen van wie God houdt.”

Het is maar een korte boodschap, niet zo uitgebreid als het visioen van Jesaja of de boodschap van Johannes. Er wordt alleen maar verteld: de herders gaan naar de stal, vertellen kort wat ze ervaren hebben en gaan dan weer terug naar hun kudde. En Maria? Ze bleef nadenken over wat de herders gezegd en beleefd hadden….

Er wordt dus niet verteld wat zíj met die Boodschap, de vervulling van dat visioen, gedaan hebben… Daar gaat het ook eigenlijk niet om, het gaat om het Kerstkind zelf.  Hoe Hij dat visioen werkelijkheid gemaakt heeft en dat kunnen we lezen in het verdere verslag van het optreden en leven van dat Kerstkind. Op bijna elke bladzijde van het Nieuwe Testament zien en ervaren we hoe Jezus met dat visioen, met die Boodschap, op weg is gegaan.

Denken we aan zijn bezoek aan de synagoge: “Hij rolde de boekrol open en las: De Geest van de Heer rust op mij. Hij heeft mij gezonden om goed nieuws te brengen aan de armen, om gevangenen de vrijheid aan te zeggen, de blinden het daglicht en de onderdrukten vrij te laten.” En dan gaat Hij verder: “Deze profetie, dit visioen, is vandaag in vervulling gegaan.”

Of denken we aan zijn antwoord aan de leerlingen van Johannes die hem om zijn “papieren” vroegen: “Ga Johannes vertellen wat jullie gezien en gehoord hebben. Blinden zien, lammen lopen, melaatsen krijgen een nieuwe huid, doven horen, doden worden opgewekt en het blijde nieuws wordt verkondigd aan de armen.” U hoort het, bijna een letterlijke vervulling van het visioen van Jesaja. Jezus gaat duidelijk op weg met deze Blijde Boodschap, met de Kerstboodschap!

 

En dé vraag is nu aan ons vanavond: willen ook wij met deze Kerstboodschap op weg gaan, willen wij deze nu, anno 2019/2020, tot de onze maken en vervullen? Jezus heeft, zoals we hoorden, die Kerstboodschap verkondigd en waar gemaakt, heeft het visioen van Jesaja omgezet in concrete daden, maar het was en is zijn wens dat wij, zijn volgelingen, deze boodschap nú verder doorgeven, ermee voor de dag komen, ja mee op weg gaan. Willen we dat? Kunnen we dat? En hoe moeten we dat dan waar maken: blinden laten zien, doven horen, lammen lopen…?

Ik zei het al in de inleiding van deze viering: als we om ons heen kijken - dichtbij en ver weg, denk maar aan het dagelijkse journaal - zien en ervaren we dat er nog veel te doen is: aan vrede, begrip voor de ander, armoede, zorg voor elkaar en voor de schepping…En heel veel mensen, zo lees je deze dagen in de media, hebben het wel gehad met Kerstmis en dus ook met de Kerstboodschap. Ze voelen zich lamgeslagen, moedeloos.

En dus nogmaals de vraag: willen wij wél met deze Kerstboodschap op weg gaan, er invulling aan geven?

Wij van de werkgroep hebben ook bij deze vraag stilgestaan en zeiden: kijk, we zijn nu reeds ruim 45 jaar als liturgiegroep op weg, maar we zijn nog lang niet moegestreden. Integendeel: elk jaar en dus ook dit jaar geloven we erin, staan wij ervoor open, open voor Gods plan met deze wereld: een wereld van gerechtigheid en liefde, barmhartigheid en verzoening. En door deze viering, nu vanavond, hopen we én aan elkaar én aan u allen te laten zien dat die Kerstboodschap - natuurlijk vertaald in onze taal en tijd en mogelijkheden - nog steeds de moeite waard is. Dat het geen boodschap is uit een ver verleden, maar een boodschap die actueel is en dus inspirerend, en die omgezet kan worden in daden of woorden.

Uit onze voorbespreking wil ik enkele suggesties aanhalen, voorbeelden die duidelijk laten zien dat het inderdaad mogelijk is.

= De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid zegt in een interview: “Mijn geloof is de basis voor mijn handelen. We hebben twee eenvoudige boodschappen meegekregen: God liefhebben en de naaste. En ik weet dat God een speciale plek heeft voor de zwakken en elke dag oefen ik me daarom erin de zwakken te beschermen in het spoor van Jezus.”

“En”, zegt hij verder, “bij vrede gaat het in de Bijbel vooral om innerlijke vrede: vrede hebben met jezelf en je omgeving.” Een prachtig getuigenis!

= Bij Lucas zien we dat de herders, de “kleyne luyden”, met het goede nieuws op pad gaan. God houdt inderdaad van de zwakken. Dus….

= Paus Franciscus zei eens: “Ik ben niet op zoek naar de perfecte gelovige, ik ben op zoek naar de mens die omziet naar de ander zoals de man van Nazareth dat in zijn tijd deed.”

= Een andere suggestie: Zoals Maria kunnen we die boodschap ook in ons hart overdenken, dan vinden we vanzelf manieren om in actie te komen.

= Of: probeer medestanders te vinden! Als ieder één persoon mee kan krijgen werkt dat als een olievlek en ontstaat er steeds meer vrede op aarde. 1+1 is 2; 2+2 is 4; 4+4 is 8…  

= Of: Soms hoor je pas na vele jaren dat iemand je komt bedanken voor je hulp in een benarde situatie, maar… jouw hulp heeft hem of haar destijds wel geraakt en geholpen.

= In dagblad “De Stem” las ik: Jan, een gehandicapte, kreeg na een 12,5-jarig dienstverband bij een supermarkt een jubileumpremie mee, maar moest deze direct aan het UWV inleveren, omdat hij een uitkering genoot. Er werd spontaan een inzamelingsactie op touw gezet om hem alsnog het geld te geven… Een kille maatschappij, maar hartverwarmende medemensen…

 

Eenvoudige voorbeelden? Zeker, maar: “het zijn de kleine dingen die het doen.”  Of zoals bisschop Desmund Tutu het zegt: “Goedheid is sterker dan slechtheid; liefde is sterker dan haat; licht is sterker dan duisternis; leven is sterker dan dood.”

Wij zeiden het in 2016 zo: “Een goed mens is als een klein licht dat wandelt in de nacht van onze wereld en op zijn weg gedoofde sterren weer aansteekt.”

Laten we als een licht op weg gaan met onze Kerstboodschap en zo medemensen aansteken. In die geest wensen we elkaar een Zalig en inspirerend Kerstfeest. Amen. 

                                                                                                   

p. Koos van Dijk svd