----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zondag 3 juli 2022: “De zin van bezinnen”

In de tekst van Lucas gaat het vandaag over een grote oogst. Wat wil je ook anders, met de boodschap die Jezus verkondigde? Daar kwamen veel mensen op af. “Een grote menigte luisterde naar Jezus”, lees je dan. We hoorden dat 72 leerlingen op pad gestuurd werden, niet om te bekeren of te beleren, niet om voorschriften uit te delen. Nee, ze gingen vrede verspreiden.

Het eerste woord moest dan ook zijn: “Vrede aan dit huis.” En wie geen vrede wilde? Ga er vooral niet over discussiëren, maar ga gewoon verder. Eet wat de pot schaft en genees zieken. En vertel vooral dat het rijk Gods nabij is. Dat was de opdracht aan de 72.

 

Een wel heel bijzondere opdracht voor de leerlingen… Want het was beslist niet zo dat alle mensen die Jezus ontmoette Hem op handen droegen…. Hij had tegenstanders, tegenstanders met macht. En ook de leerlingen moesten er rekening mee houden dat hun boodschap niet overal goed zou worden ontvangen: “als lammeren onder de wolven”. En we weten inmiddels ook in ons land wat dat jammer genoeg kan betekenen.

Als we deze evangelietekst goed willen verstaan is het van belang om tussen de regels door te lezen. Wat is de bedoeling van wat Jezus zegt en van wat de evangelist heeft geschreven? Bij de voorbereiding doen we dat elke keer om zo te proberen te komen tot een goede vertaling, hertaling van de teksten naar onze tijd.

Al pratend en luisterend kwamen we tot het volgende:

Die opdracht voor de 72 en via hen voor ons is om vrede te verspreiden: ‘Breng vrede aan de mensen; genees hen die ziek zijn, en zeg hun dat het Rijk van God gaat beginnen. En neem geen onnodige bagage mee waar je alleen maar last van hebt! Wat je wel mee moet nemen is het vertrouwen dat God met je meetrekt. Vertrouw er maar op dat het je goed gaat als je vrede uitstraalt, en vraag de mensen of ze willen meedoen aan de nieuwe schepping, het rijk van God, waar we elkaar nodig hebben en van betekenis zijn voor elkaar. Daar hoef je geen hoop geld voor te hebben, geen koffer vol geleerde boeken. Je hebt geen pittige opleiding nodig om iets van Gods goedheid te laten zien…’

En als je ergens welkom bent, zegt Jezus, ga dan niet van het ene huis naar het andere. Het is alsof Hij ons daarmee zeggen wil: doe goed waar je leeft en werkt, en zoek het niet telkens ergens anders. Gewoon dichtbij kun je een nieuwe mens zijn, met in je bagage niet veel meer dan gedachten van vrede en barmhartigheid. Je hoeft niet met grote geschenken te komen: wees jezelf, groet met goedendag, shalom, salam, bonjour, grüsss Gott…

Eigenlijk is geloven dan heel eenvoudig en kun je je afvragen waarom er zo vaak discussie is over regels, voorschriften. Paulus had in zijn tijd al genoeg van de discussie over wel of niet besneden zijn. Hij zei: “Waar het om gaat, is of je een stukje van de nieuwe schepping wilt zijn.”

Dit hertalen/vertalen van Bijbelse teksten hebben we sinds september elke maand proberen te doen. We gingen op pad, zoals de leerlingen van Jezus, met als bagage het jaarthema “De zin van…”. Het gaf ons thema’s waarmee we hier in deze kapel samen inspirerend, bezinnend vierden. En ons hoofddoel was dat we ieder op haar zijn manier een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van een stukje hemel op aarde, aan wat Jezus noemt “Het koninkrijk van God”.

Dat was “De zin van ons bezinnen” in de voorbije maanden.

 

Bij de voorbereiding op de viering van vandaag hebben we, ik zei het al in de thema-aanduiding, lang gediscussieerd over het thema. Maar plotseling was het er. Want inderdaad, door ons te bezinnen op de tekst van Lucas van deze zondag zagen we hoe we in de maanden die achter ons liggen, telkens bezinnend bezig waren in de voorbereiding en in de vieringen: het denken over, het ons bezinnen op de Bijbelse verhalen was zinvol, had zin. En zo vonden we toch nog snel het thema voor vandaag!

 

Daarna kwam de vraag op tafel of er tussen de 11 thema’s (zie de pagina’s 6 en 11 van uw boekje) een of meer waren geweest die bijzonder inspireerden.

-Mij spraken vooral de thema’s “de zin van vertrouwen” en “de zin van herdenken” aan, zei iemand. Vertrouwen omdat het leven zonder vertrouwen zinloos is. Vertrouwen heeft voor mij veel te maken met hoop, met toekomst. Voor mijzelf, voor de kinderen, voor de mensheid. En vertrouwen in de goedheid van de mens... En “de zin van herdenken” omdat er zonder herdenken, overdenken geen toekomst is. Terugkijken, reflecteren en plannen maken voor de toekomst zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, voor mij.

-Een ander: mij sprak ook 'de zin van vertrouwen' aan. Vertrouwen in jezelf en de ander, een positieve grondhouding. Je kijkt dan met een open blik naar de ander en de wereld. 

-Het thema van september “De zin van nabijheid” sprak iemand erg aan, omdat we toen herdachten dat p. Cor Buijs, altijd zo nabij in de vieringen, niet lang daarvoor was overleden.

-En het thema van mei, “de zin van ervoor gaan”, toonde in mijn beleving, zei iemand. heel sterk hoe je door bezinning Bijbelse taal kunt hertalen naar hedendaagse taal.

-Het thema van februari was: “de zin van geroepen worden/zijn”. Als christen voel ik me geroepen, vertelde iemand, naaste voor je naaste te zijn door de boodschap van Jezus in daden om te zetten. Zo zijn wij, net als de 72 leerlingen, op weg.

-Het thema van Pasen, “De zin van opstaan”, heeft me zozeer geïnspireerd, zie iemand enthousiast, dat ik voor een werkstuk in het kader van mijn opleiding heb gekozen voor het verhaal van de Enmaüsgangers. Tussen (): met lof geslaagd!

-Iemand anders over hetzelfde thema: Je denkt het is over. Hij is dood. Maar dan plots is daar de herkenning en het enthousiasme is terug!

-Pinksteren: het thema “De zin van elkaar verstaan” sprak iedereen aan. Er heerste een geconcentreerde stilte in de kapel, iedereen was een en al aandacht. Het leek wel de stilte voor de storm van de H. Geest.

-Was er een thema dat u bijzonder aansprak? Misschien straks tijdens de collecte nog even over nadenken.

 

Na dit inspirerende jaar is het goed enkele weken uit te rusten, tot rust te komen. Proberen zorg en stress los te laten, zoals de docente tegen haar studenten zei in de tekst over het glas water. Daarom, zet uw glas op tijd neer. We wensen u mooie zomerse weken vol ontspanning én bezinning toe. En vooral geen Schipholstress, TomTomstress, caravanstress, paspoort vergeten stress, coronaregels stress enz.

Loop eens een kerk binnen en luister af en toe naar de Geest van God.

En om te eindigen geven we u nog een goede raad van de H. Franciscus van Sales mee:

Je ziel even tot rust laten komen

Vogels hebben hun nesten in de bomen en trekken zich daarin terug,

zo vaak ze het nodig vinden.

De herten hebben hun bossen en struikgewas, waar ze rusten

en in de hitte van de zomer koele schaduw vinden.

Zo moeten ook wij elke dag een plaats hebben,

waar we ons steeds kunnen terugtrekken

en waar we kunnen herstellen van de drukte van onze bezigheden.

                                                                       (Franciscus van Sales)

Namens de werkgroep,

Gerard Jansink

Deurne, 29 juni 2022

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

PINKSTEREN 2022: De zin van het elkaar verstaan

Beste pinkstervrienden,
“Wat altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt aan ons vandaag. Dat vuur van het begin, wij ademen het in, Gods woord, dat antwoord vraagt.”

Zo zongen we enthousiast en met overtuiging, het is immers Pinksteren.

Maar… klopt dat wel? Gaat het ook dit jaar op, dat waaien van de Geest, dat vuur van het begin? Ik ben geen doemdenker, dus toen Ik het thema “De zin van het elkaar verstaan” voorstelde, was dat toch ingegeven vanuit de gedachte, de vraag: verstaan wij elkaar nog wel, anno 2022? Elke avond schotelen de media je allerlei negatieve voorbeelden voor van elkaar juist niet begrijpen. Regeringsleiders overleggen wel, bezoeken elkaar, maar verstaan ze elkaar ook echt? De oorlogen gaan immers gewoon door, mensen, hele volken worden onderdrukt en aan hun lot overgelaten. Onze regering en de volksvertegenwoordigers geven bijna dagelijks voorbeelden van elkaar niet verstaan, begrijpen. En zo kan ik meer voorbeelden aanhalen vanuit de samenleving, helaas ook vaak binnen de kerken en gezinnen. 

En dan toch dit thema voorstellen? Ja, juist nú, durf ik te zeggen.

Het Pinksterfeest laat ons juist zien hoe het anders kán en ook anders móet. Ons thema is dus een positieve uitdaging, een uitnodiging: laat de Geest weer waaien, laat het vuur van het begin weer branden…

 

Een prachtig voorbeeld van het waaien van de Geest hoorden en zagen we in de eerste lezing. De apostelen zaten weliswaar in de put zonder hun leermeester en voorganger, de deuren dicht. Maar toch zaten ze niet passief bij elkaar, ze luisterden naar elkaar, naar verhalen over hun ontmoetingen met Jezus, over zijn woorden en daden. En zo pratend met elkaar, luisterend naar elkaar, en biddend - ja, zo staat er letterlijk: eensgezind in gebed - gebeurde er iets met hen. Ze raakten in vuur en vlam en zeiden: dit moeten we verder vertellen, uitdragen. En zie: ze gooiden ramen en deuren open, traden naar buiten en… de mensen verstonden hen, raakten ook in vuur en vlam.

 

Het kan dus wel, elkaar verstaan, maar je moet er wel van beide kanten voor openstaan en vooral… je moet weten te overtuigen, het verstaan uitstralen. Lucas beschrijft het in het boek van de Handelingen van de apostelen. Ze gaan op weg, ja, worden mensen van de weg genoemd. En iedere apostel ervaart op persoonlijke wijze wat die geestkracht in hem losmaakt. Paulus geeft dat prachtig weer in onze tweede lezing, het Hooglied van de liefde. ”Kenmerken van echte liefde, zo zegt hij, zijn: niet opgeven, blijven geloven in iemands goedheid, blijven hopen dat het de volgende keer beter gaat, en heel veel kunnen incasseren. Zo’n liefde houdt niet op, is eeuwig.”

 

En nu maak ik een hele sprong en wel van dat eerste Pinksterfeest naar dat van 1975… Waarom? In de jaren zeventig, velen van ons herinneren het zich wellicht nog, werden de kerken in en rond Deurne, zoals ook elders in Nederland, nog goed bezocht. En toch misten veel kerkgangers iets. De vieringen waren niet echt inspirerend, men miste het enthousiasme en de warmte van de Jonge Kerk, het echte thuisgevoel. Daarom klopte men aan bij het missiehuis met de vraag of deze kapel beschikbaar gesteld kon worden voor, zoals men het noemde, meer eigentijdse vieringen. Het antwoord was positief en men koos, heel begrijpelijk, het Pinksterfeest als startdatum. En zo vond op Pinkstermorgen 1975 de eerste thematische viering plaats met - ook weer heel begrijpelijk - als thema: “Elkaar verstaan”. En men zong ”Wat altijd is geweest

het waaien van de Geest, gebeurt aan ons vandaag… dat vuur van het begin, wij ademen het in, Gods woord dat antwoord vraagt…”

De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat wij de eerste jaren bij het thema “elkaar verstaan” te veel de nadruk hebben gelegd op het talenwonder. We grepen terug naar Babel en de Babylonische spraakverwarring. Mensen verstonden elkaar niet meer, omdat ze een wartaal spraken, er was als het ware een tolk nodig om elkaar te verstaan. Maar intussen weten we gelukkig dat het pinkstergebeuren meer is dan elkaars taal verstaan, het gaat vooral om elkaar aanvoelen, je voor elkaar verantwoordelijk weten, de liefde centraal stellen.                   

 

Weer maken we een sprong, nu naar dit Pinksterfeest van vandaag.

En dit jaar staan we vooral stil, zoals we intussen weten, bij ons thema “De zin van het elkaar verstaan”. Verstaan is immers niet alleen luisteren, maar ook en vooral begrijpen, aanvoelen wat er gezegd en gedaan wordt, of nog concreter: aanvoelen wat ieder beweegt, inspireert, wat hij of zij doet, nodig heeft en van ons verwacht, ja mag verwachten.

De apostelen en de mensen van de Jonge Kerk lieten zich, zoals we hoorden, vooral inspireren door de woorden en daden van hun leermeester, van Christus.

Wij doen dat ook, maar hebben bij onze voorbespreking vooral naar inspirerende voorbeelden gezocht uit onze tijd; mensen, die ons nu laten zien wat de zin van het elkaar verstaan voor hen betekende, en dus ook ons kan helpen.

- En we noemden paus Franciscus. Hij spreekt over zijn kerkmodel. Een mozaïek waarin de vele kleine verschillende steentjes samen een prachtig geheel vormen. En hij zegt: “Verdeeldheid en conflict, het is zo snel gebeurd. Een onvriendelijk woord, een ongeduldig gebaar, een stom misverstand… Maar diep in onszelf verlangen we allen hetzelfde: eenheid en vrede.”
- Een ander voorbeeld: pater Joep Heinemans, jarenlang bewoner van ons missiehuis en bezoeker van onze vieringen. Enkele weken geleden citeerde ik bij zijn herdenking zijn levensmotto: Sail,

het Engelse woord voor zeil. Hij zei: “De wind heb ik heel mijn leven in het zeil gevoeld. En dat is voor mij hét symbool van de H. Geest, die mij steeds weer wist te bezielen, de souffleur, de influisteraar, de roeach… het was steeds de H. Geest die in mijn zeil bleef blazen. Zó verstond ik de mensen. ”

- En zo noemden wij: - ik vermeld het kort, maar ieder kan het aanvoelen en aanvullen met eigen herinneringen - de onlangs overleden vredesactivist Mient Jan Faber; Mariëtte Moors, de activiste tegen kernwapens in de jaren tachtig. Titus Brandsma, in zijn verzet tegen het nazisme, maar ook Gretha Thunberg, de klimaatactiviste; Mandela en bisschop Tutu tegen de apartheid…

- Of pastoor Pieter Scheepers van Mierlo-Hout, een echte herder die het koor van de Edith Stein-parochie met open armen ontving, nadat het niet meer welkom was in de eigen parochie. Of zijn collega pastoor Paul Janssen uit Deurne, de man van verbinding, die we zullen gaan missen…

- Een van ons sprak over de oud-pastor van het Rijtven, die de bewoners in hun eigen taal toesprak, een taal die zij verstonden.

- Weer een ander zei: ik werd geraakt door de medewerkers van de diabetesvereniging…

- Tot slot noemde iemand ook onze eigen werkgroep: in woord en gebaar, in lied en stilte proberen wij al zoveel jaren anderen in hun eigen hedendaagse taal aan te spreken, en met de taal van de liefde te inspireren.

 

Dat is inderdaad de zin van het elkaar verstaan en daarom vervult ons allen vandaag een gevoel van dankbaarheid en zeg ik nogmaals: “Wat altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt nog steeds aan en door ons vandaag. Hij maakt Zijn woorden waar, wij spreken met elkaar een taal van hoop en vrede en zingeving.” Dat is dan ook onze wens als we zeggen:

Een Zalig en Geestdriftig Pinksterfeest. Amen.

                                                                          Koos van Dijk   SVD

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Overweging-bezinnende gedachten Thematische Viering 1 mei 2022

 

Deel 1 n.a.v. Johannes 21: 1-12

Zeven leerlingen staan aan de oever van het meer… Zij lijken niet echt raad te weten met zichzelf en de toekomst. Hun voorganger Jezus is gekruisigd, begraven. Er zijn geruchten, ervaringen, vermoedens van zijn verrijzenis… Wat moeten zij daarmee? Zij weten het even niet, zij zijn als het ware in een gat gevallen.

Simon Petrus neemt, zoals wel vaker, het voortouw en pakt zijn oude beroep weer op: visserman. Dat kent hij, dat geeft hem houvast. Volgeling zijn van een dode leermeester, dat roept op dit moment te veel vraagtekens op, even niet aan denken. De anderen zijn maar wat blij, dat er iets gaat gebeuren, dat zij wat te doen hebben. Zij gaan graag met Petrus weer het water op. Na enige tijd is er dan die deprimerende vaststelling: niets in het net. “Zelfs in ons oude beroep falen wij, gaat het niet zoals we graag zouden willen…” En dan is het nog eens nacht: duisternis, somberheid. Allemaal factoren die niet bijdragen om optimistisch naar de toekomst te kunnen kijken.

Pasen, opstaan en naar het lege graf hollen is ver weg…

 

-Herkennen wij ons in de gevoelens van de apostelen: desillusie, teleurstelling?

-Voelen wij ons ook wel eens in de steek gelaten?

 

Deel 2 n.a.v. Johannes 21: 1-12

En dan is de nacht voorbij, een nieuwe dag, het wordt weer licht.

De vissers, die aanvankelijk somber zijn, zien het weer een beetje zitten. In de lezing komt voor hen Jezus weer in beeld, hun voorbeeld. Hij zou gezegd kunnen hebben: “Bekijk het eens van een andere kant, gooi het eens over een andere boeg.” Deze gedachte geeft de vissers kennelijk vertrouwen. Gedaan met al die sombere gedachten, aan het werk., handen uit de mouwen.

En zie het resultaat: 153 verschillende vissen! Evenveel als het aantal bekende volkeren toentertijd. Wat een symboliek!

Nu voelen en weten de vissers het: zij hebben weer de inspiratie om door te gaan op het pad van Jezus, hun leermeester. Petrus voelt weer energie in zich, het vertrouwen komt terug. En dan lezen wij dat de vissers op het strand gaan eten met een vreemdeling.

Is iemand die met hen brood en vis deelt voor hen werkelijk een vreemdeling? 

Hebben zij iets dergelijks niet eerder gezien aan de oever van datzelfde meer?

En…het laatste avondmaal ligt bij hen toch ook nog vers in het geheugen?

Jezus is in hun midden, dat voelen zij.

-Een omslag,

-nieuw perspectief.

 

-Wat doen wij, als het anders loopt dan wij ons voorgesteld hebben, als alles lijkt tegen te zitten?

-Hoe komen wij uit een dal?

-Met vallen en opstaan?

-Met hulp, steun, liefde van anderen?

-Een goed gesprek?

-Lukt het ons iets over een andere boeg te gooien?

 

Deel 3 n.a.v. Handelingen 5:27-32

De vissers/apostelen hebben de draad opgepakt en zijn vol vuur op pad gegaan om de goede boodschap van Jezus uit te dragen. En wat in de eerste lezing nog onmogelijk lijkt, lukt in de tweede lezing wel. Steeds meer mensen herkennen zich in het gedachtengoed van Jezus en sluiten zich bij hen aan. Het wordt een groeiende beweging, die nieuw licht werpt op de toekomst en vormt daardoor een bedreiging voor machthebbers.

De Joodse leiders leggen de leerlingen een spreekverbod op. Maar Petrus en de zijnen geven hieraan geen gehoor en zeggen: “Het is belangrijker om naar God te luisteren dan naar de mensen. God heeft Jezus de hoogste eer gegeven, hem uitgekozen als onze leider en redder. Door Jezus krijgt het volk van Israël de kans een nieuw leven te beginnen. En daarover vertellen wij, met hulp van de heilige Geest die in ons is.”

Ze gaan voor de goede boodschap van Jezus en willen die uitdragen: de weg van naastenliefde, respect, zorg voor elkaar. De ervaring die zij met Jezus tijdens zijn leven hebben gehad, geeft hun kracht en doorzettingsvermogen hiervoor te blijven gaan.

 

-Wat drijft ons voort?

-Waar ga ik, waar gaan wij voor?

-Hoe geef ik, U, wij, invulling aan de goede boodschap van Jezus?

-Is het misschien een kwestie van

dromen,

durven

doen?

 

Amen

Peter Keijsers, 1 mei 2022

______________________________________________________________________________________________________________________________

OVERWEGING PASEN  2022  

Beste Paasvierders,

Pasen associëren we altijd met de lente. In de natuur breekt inderdaad de lente door, we kijken onze ogen uit, nieuw leven, nieuw élan, nieuwe hoop, nieuw perspectief. Dat is ook de zin van Pasen: nieuw leven, hoop, perspectief, opstaan! Maar… ik zei het al in de inleiding, kunnen we dat ook dit jaar zeggen? Voor de natuur mag het dan wel opgaan, maar ook voor onze wereld? Voor de mensen in Oekraïne en zoveel andere landen? Voor onze kerken? Voor onszelf? Ik moet eerlijk zeggen, dat ik ook dit jaar geworsteld heb bij de voorbereiding van deze overweging en vooral met de vraag: heeft het dit jaar wel zin echt Pasen te vieren? Te praten over opstaan, opstanding, nieuw leven, nieuwe hoop, stenen weggerold??? Iets van die worsteling zult u misschien horen doorklinken in deze overweging, maar toch, zo hoop ik, wil ik u allen de diepere zin van Pasen, ook dit jaar, laten ervaren. Niet in de geest van “dat moet je nu eenmaal wel zeggen”, maar als een gelovig geluid, de uitslag van een gelovige zoektocht, ook bij onze voorbereiding in de liturgiegroep. Ik nodig u daarom nogmaals uit mee op zoek te gaan naar de zin van Pasen, van opstaan, anno 2022.

 

We kijken dan allereerst naar onze lezingen, want ook daarin beluisteren we de vragen die ik zojuist stelde.

De vrouwen uit onze eerste lezing zitten sinds Goede Vrijdag met vele vragen: waarom moest onze goede vriend Jezus sterven? Waar zijn we eigenlijk aan begonnen door Hem te volgen? Heeft dat wel zin gehad? – Zó gestemd gaan ze naar zijn grafeeft dat wel zin gehad> Heeft  en dan… ja dan gebeurt er iets. De steen is weggerold… Is er toch licht? Van binnenuit klinkt er een stem: waarom zoeken jullie de levende bij de doden? Jezus is niet hier, Hij is verrezen, opgestaan. Jullie geloof in Hem had wel degelijk zin en… en dat is belangrijk, het is nu aan jullie zijn werk voort te zetten, zelf op te staan en stenen weg te rollen, te beginnen bij de apostelen. Dus: niet in het graf blijven, maar naar buiten treden, opstaan.

 

Naast de vrouwen worstelen ook andere leerlingen van Jezus met diezelfde vragen, dat hoorden we in onze tweede lezing. Twee van die leerlingen, bekend als de Emmaüsgangers, nokken af. Okay, ze praten wel, maar hun gesprekken gaan over twijfels, ook over de zin van het volgen van Jezus. En dan gloort er ook voor hen ineens licht, wordt er als het ware een steen weggerold. Een onbekende loopt met hen mee, stelt allerlei vragen en, zo samen pratend over hun vragen en twijfels, luistert Hij en begint te duiden. Hij citeert teksten, geeft duidingen en antwoorden, zet hun hart in brand… Ze zien weer de zin van het volgeling zijn, van het breken en delen, van de opdracht: zet mijn werk voort.  De leerlingen maken een radicale ommekeer door, worden van treurende en in zichzelf gekeerde mensen zelfbewuste uitdragers van de boodschap van de Verrezene, samengevat in “bemin God bovenal en de naaste als jezelf”.  Ze staan inderdaad op, gaan terug naar Jerusalem om daar te gaan getuigen.  

 

En nu mijn vraag: kunnen wij ons herkennen in die vrouwen en Emmaüsgangers? Kunnen wij wat van hen leren? Elk jaar vieren we weer Pasen en gaan we, zoals vanmorgen, op zoek naar de zin van dit feest. Je zou het een soort opfriscursus kunnen noemen, nee, het is duidelijk een opstandingsfeest. We worden uitgedaagd, opgeroepen ons te vernieuwen, elk jaar weer met Pasen. We moeten ons realiseren dat het verrijzenisgeloof, dat de opstanding ook bij ons, zoals bij die mensen uit onze lezingen, niet als het ware een deus ex machina gebeuren is, van het ene op het andere moment; het vraagt tijd, het vraagt van ons ons elk jaar weer je te verdiepen in de echte betekenis van de Paasboodschap. En daarom, ik herhaal het nog maar eens, staan we vanmorgen bewust stil bij de vraag: wat is de zin van Pasen, van opstaan, ook dit jaar, ook vanmorgen.

 

Enkele weken geleden was er in Breda een grote bijeenkomst rond het thema: een missionaire parochie en dus de vraag: wat is de zin, betekenis ervan. De spreker, inleider, was een Canadese priester, James Mallon, en hij zei: “Ik ben niet gekomen vanuit de gedachte dat ik hét antwoord heb op alle vragen. Je kunt ons samenzijn vergelijken met de renovatie van een huis, een heel proces naar vernieuwing. Hét doel is: wij moeten weer echte leerlingen van Jezus worden.  We moeten weer geloven in de Verrijzenis door de Heer de kans te geven ons hart te renoveren, bepaalde stenen weg te rollen, het brood weer echt met elkaar te breken en te delen. Christus heeft ons een prachtige boodschap nagelaten. Laten we deze tot leven wekken in onze tijd, in ons leven met en voor elkaar, te vertalen naar deze tijd. De boodschap van Jezus is een Verrijzenisboodschap, een boodschap die ons wijst op de zin van Pasen, van deze dag, van dit feest.”

Een hoopvolle uitdaging, inderdaad een missionaire opdracht: vertel het verder… geloof erin… leef ernaar… sta op…

 

In dit verband moet ik toch weer denken aan het prachtige getuigenis van Abt Baeten, een tekst die ik al eerder geciteerd heb. Een bemoedigende tekst voor onze zoektocht naar de zin van Pasen. Hij zegt; “Soms ben ik bang dat het geloof in Jezus en Zijn Verrijzenis helemaal zal verdwijnen, omdat zo weinig mensen zichtbaar en tastbaar vanuit hun leven durven te getuigen. Maar… telkens als ik Pasen vier, weet ik opnieuw dat het mogelijk is te leven als Hij. Telkens als ik mensen ontmoet die leven vanuit zijn verlangen naar vrede en gerechtigheid, die geloven in het visioen dat een andere wereld mogelijk is en die geloven in een Kerk die haar crisis te boven zal komen, omdat zij getuigt van de hoop die in haar leeft – dan weet ik dat opstanding mogelijk is en dat ook nu mensen tot leven gewekt kunnen worden.”

En bij deze bemoedigende woorden komt bij mij automatisch het beeld naar voren dat naast de kerk, ook de wereld, en nu met name ons werelddeel, in een echte crisis verkeert: enerzijds gruwelijk geweld, anderzijds onvoorstelbaar leed. Daaraan denkend moeten we ons vastklampen aan de hoop en het geloof van Pasen: dat opstanding mogelijk is, een wereld waarin mensen tot inkeer komen en mensen verlost worden uit hun ellende en verdriet.

 

 Voor ons kan Pasen daarom echt een uitdaging zijn om niet bij de pakken neer te gaan zitten. In de boodschap van Jezus kunnen we, gelovend en zoekend, antwoorden vinden op de grote vragen van onze tijd en van ons eigen leven. Nogmaals, het gaat niet van de ene op de andere dag, het is een heel proces zoals ook in de Jonge Kerk.

En dus vroegen we ons bij onze besprekingen af: Hoe kan ik een luisterend oor zijn voor de ander, dichtbij en ver weg? Hoe kan ik ondanks lijden en tegenslag blijven geloven en vertrouwen?

En we noemden bij onze voorbespreking:

-door zelf in actie te komen om de wereld een beetje beter te maken

-door te doneren aan giro 555

-door vluchtelingen op te vangen of mensen daarbij te helpen

-door te getuigen van de Blijde Boodschap, een boodschap waar zoveel goeds in zit

-door te mediteren als een vorm van bidden of mindfulness

- door goed te doen: dat is nog steeds dé evangelische boodschap

= door te denken aan de woorden van Anne Frank “Het is een wonder dat ik niet al mijn verwachtingen heb opgegeven want zij lijken absurd en onuitvoerbaar. Toch houd ik ze vast, ondanks alles, omdat ik nog steeds aan de innerlijke goedheid van de mens geloof.”

 

Ja, beste vrienden: opstaan is inderdaad in beweging komen, herrijzen, verrijzen: dat is dé zin van Pasen en deze boodschap mogen wij beleven en doorgeven. Daarom van harte een Zalig en Gezegend Pasen. Amen.

                                                                                                      

Koos van Dijk SVD

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

OVERWEGING zondag 13 maart 2022

 “De zin van vertrouwen”

In ons leven doen zich vaak momenten voor waarop we ons afvragen: hoe ga ik verder, wat kan ik nog met mijn handicap, kan ik die persoon nog vertrouwen, waarom laat God toe dat mijn kind zo ernstig ziek is? En misschien vult u hier in gedachten een eigen vraag of vragen bij aan… Misschien vraagt u zich wel af: “Wat is vertrouwen in het licht van de gebeurtenissen in Oekraïne?”

In onze zondagse vieringen horen we Bijbelse verhalen, waarin vaak sprake is van mensen die zoekend waren, die twijfelden, die soms een teken nodig hadden om iemand te vertrouwen, om het woord van God te vertrouwen.

 

In de afgelopen vijf minuten kregen we twee verhalen te horen. Dat is anders dan er, zoals wij bij de voorbereiding, enkele uren voor gaan zitten en te overwegen wat het verhaal over Abraham en het verhaal van Lucas ons te vertellen hebben. De auteurs van beide verhalen vonden het kennelijk belangrijk om ze op te tekenen. Ze konden uiteraard niet bevroeden dat hun verhalen nu al eeuwenlang worden doorgegeven aan wie ze wil horen.

 

U bent vanochtend naar deze viering gekomen om te bidden, te zingen en te luisteren naar Bijbelse verhalen en zo samen te vieren. En hopelijk neemt u na deze viering iets mee naar huis, een gedachte, een voornemen. Daarvoor is het wel van belang, zo zeggen we bij elke voorbereiding van een viering, dat de Bijbelse verhalen worden vertaald en hertaald naar onze tijd. Wat kunnen wij vandaag de dag met de dromen van Abraham en de gedaanteverandering van Jezus tegen de achtergrond van het thema van vandaag, “De zin van vertrouwen”?

 

Toch eerst even kort de beide lezingen nader onder de loep nemen.

In de tekst uit het boek Genesis horen we dat Abraham het moeilijk heeft. God beloofde hem zegen en land en nageslacht en daarom had hij alles achter zich gelaten. En na jaren rondtrekken komen de twijfels en klaagt hij tegen God: “Ik heb geen kinderen aan wie ik mijn bezit kan doorgeven.” Zijn vrouw Sara en hij zijn beiden immers hoogbejaard. God vraagt hem in zijn droom doorgesneden dieren tegenover elkaar te leggen. We zien hier een oeroud verbondsritueel. Bij het sluiten van een verbond liepen de beide partijen tussen de stukken door waarmee ze aangaven, dat ze de verplichting het verbond na te komen op zich laadden. In zijn visioen ziet Abraham dan vuur tussen de dieren door gaan: symbool voor God die het verbond met hem sluit.

Verderop in het boek Genesis lees je dat Abraham vol vertrouwen bleef, dat God zijn belofte zou nakomen, ook al had hij alleen maar Gods woord. Tegen alles in vertrouwde Abraham erop dat Sara en hij een kind zouden krijgen

 

Lucas vertelt over Jezus, met drie apostelen op de berg Thabor. In deze evangelietekst horen we, dat twee grote profeten met Jezus spreken over wat in Jeruzalem zou gebeuren. De slapende leerlingen krijgen niet alles van het gesprek mee. Ze vallen in slaap. En dan wordt Petrus wakker en ziet Mozes, Elias en de stralende Jezus. Meteen reageert hij, zoals wel vaker, impulsief: “Laten we drie hutten bouwen”, want dit feelgoodmoment wil hij vasthouden. Maar vanuit een wolk horen ze een stem die zegt: “Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene. Luister naar Hem.” Kunnen we hier lezen: vertrouw Hem, geloof in Hem?

Na twee Bijbelverhalen over vertrouwen de vraag aan ons: Hoe staat het met ons vertrouwen?

Lucas plaatst zijn verhaal op een beslissend moment in het leven van Jezus en van de leerlingen. Jezus volgend ontdekken de leerlingen stilaan hoe Gods zorg voor mensen zich op een heel eigen wijze in Jezus openbaart. Tegelijk voelen ze steeds sterker de vijandigheid van de religieuze leiders die Jezus uit de weg willen ruimen. Dit plaatst de leerlingen voor een fundamentele keuze: blijven we Jezus volgen, ook nu Hij aangeeft dat Hij naar Jeruzalem gaat, zijn dood tegemoet? Op de berg Thabor zien ze het veranderde gezicht van Jezus, gekleed in stralend witte gewaden. Zou je kunnen zeggen dat hun vertrouwen, hun geloof in Jezus hier op de berg sterker wordt nu ze zo duidelijk deelgenoot zijn van dit moment? Dat even later versterkt wordt door Gods stem uit de wolk: “Luister naar mijn Zoon”, m.a.w. je kunt Hem vertrouwen. En naar Jezus’ boodschap luisteren, dat is Hem vertrouwen schenken, dat is proberen te leven naar zijn enige gebod: ‘Bemin God bovenal en uw naaste als uzelf.’ En daarin ligt de belofte van Gods trouw aan ons en aan alle mensen: als we leven naar dat ene gebod, dan is Hij altijd nabij. En dragen wij bij aan een stukje hemel op aarde om ons heen en bouwen wij mee aan de nieuwe aarde, waar plaats is voor iedereen.

Maar geloof kent altijd sterke en zwakke momenten. Denken we maar aan de hof van Olijven en wat daar met de leerlingen gebeurt, wanneer hun weifelend geloof zich laat zien. Geen vertrouwen meer in Hem, veeleer ontrouw. Een vergelijking met Abraham dringt zich op: de twijfelende Abraham zegt tegen God: “Hoe kan ik nou weten dat wat U daar zegt allemaal gebeurt?”

 

Bij de voorbereiding zei iemand: Je kunt zwaar teleurgesteld worden door degene in wie je je vertrouwen had gesteld. Hoe ga je dan verder? Iemand anders zei: Vertrouwen hebben we in onze tijd echt hard nodig. De kerken lopen leeg. En hoe gaan we verder, wanneer pastoor Janssen naar Den Bosch vertrekt, hoe gaan we dan verder in de Willibrordusparochie? Kijken we naar Oekraïne: bijna 80 jaar vrede in Europa wordt ernstig bedreigd. En we hadden zo’n groot vertrouwen in een vreedzaam naast elkaar leven. Hoe krijg ik vertrouwen in vrede terug?

In de Dikke Van Dale lees je dat ‘vertrouwen’ enerzijds met hoop van doen heeft en anderzijds met geloof. ‘Iemand vertrouwen’ staat gelijk aan ‘met zekerheid hopen’, m.a.w. ‘erop vertrouwen dat…’ En ‘het vertrouwen’ heeft als betekenis: ‘geloof in iemands goede trouw en eerlijkheid’.

Bij de voorbereiding legde iemand, na het lezen van de beide Bijbelteksten, een gedachte op tafel over hoe hij vertrouwen beleeft. Hij vergeleek ons - aanwezig bij die vergadering en in breder verband ons christenen allemaal - met Abraham en de leerlingen op de berg Thabor: wij begrijpen, net als de apostelen, ook niet alles en we twijfelen vaak net zo hard als Abraham. En anderen legden daar hun beleving van geloof, van vertrouwen naast. En zo kwamen we tot het thema “De zin van vertrouwen” waarin je het woord ‘trouw’ hoort. Vertrouwen vraagt dat je trouw wilt blijven aan de afspraak, aan de mens met wie je een afspraak maakt. En vertrouwen in God vroegen we ons af? Op de Gerarduskalender van 1 maart stond: “Twijfelen is niet het tegendeel van geloven, maar een bestanddeel van geloof”. We gingen niet met elkaar in discussie, we luisterden naar elkaar en vertelden elkaar waardoor we soms stevig, soms zoekend en tóch vastberaden in ons leven een pad volgen waar vertrouwen zo belangrijk is.

 

En een ander vatte samen: door de goede boodschap van Jezus voel ik me uitgedaagd, uitgedaagd om Jezus te vertrouwen, zijn boodschap te verwerken/me eigen te maken/te vertrouwen en door te geven. Zo worden we geroepen, ja uitgedaagd om met onze christelijke levenshouding voor onze medemensen Jezus’ blijde boodschap uit te dragen, een boodschap van liefde, van nabijheid, van bemoediging, ook vandaag. Met onze christelijke levenshouding kunnen we vertrouwen in Gods woord “wees niet bang” uitstralen en zo medemensen in noodsituaties houvast bieden. Dat is de uitdaging: met onze levenshouding als christen uitstralen dat we samen werken aan samenwerken, in de wetenschap dat je het niet alleen hoeft te doen. Want om samen iets tot stand te brengen heb je anderen nodig. Vertrouwen is namelijk ook een kwestie van geven en nemen, van delen met elkaar, van iets aannemen van een ander, van gemeenschap vormen.

Vanuit die gedachte durven wij, de voorbereidingsgroep, erop te vertrouwen dat samenkomen/samen vieren goed is en inspirerend kan werken voor ons allen hier aanwezig.

Daar heb ik in elk geval alle vertrouwen in.

 

Gerard Jansink, namens de voorbereidingsgroep

Deurne, 6 maart 2022

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

OVERWEGING 6 februari 2022

“De zin van geroepen worden/zijn”                                           

We hebben beide lezingen gehoord en u zult het met mij eens zijn dat de keuze van ons thema van vandaag duidelijk geïnspireerd is door deze lezingen: geroepen worden/zijn.

 

Jesaja ontmoet God en deze vraagt hem het volk weer op het rechte spoor te zetten. Jesaja aarzelt, maar nadat zijn lippen als het ware zijn aangeraakt zegt hij volmondig: ja! En dit woord verandert heel zijn leven en geeft er zin aan: hij wordt een grote profeet zoals we verder in de Bijbel kunnen lezen.

Een inspirerend voorbeeld!

 

En dan Petrus uit de tweede lezing. Ook hij wordt geroepen, maar er gaat een bizar gebeuren aan vooraf. Petrus - nu nog Simon geheten - was een ervaren visser en zeker ook een harde werker. Er staat immers: de hele nacht hebben we gezwoegd; okay, we hebben deze keer niets gevangen, maar dat kan gebeuren. En dan hoort hij die rabbi, in zijn ogen een leek op vissersgebied, hem zeggen: gooi je netten nog maar eens uit en wel in het diepe. Echt de taal van iemand die geen vakman is. Maar Simon doet het… en dan ontdekt hij dat het succes niet alleen van zijn vakmanschap afhangt en geeft hij zich gewonnen. Ook hij voelt zich aangeraakt. Hij wordt Petrus en stelt zijn leven van nu af in dienst van die rabbi, in dienst van zijn medemensen en met vallen en opstaan - denk aan zijn verloochening - ontdekt hij de zin van zijn leven, van zijn geroepen zijn.

Ook weer een prachtig verhaal.

 

Twee echt menselijke verhalen en nu ga ik, geholpen natuurlijk ook nu weer door de andere leden van de liturgiegroep, op zoek naar de zin van ons leven, naar ons geroepen worden.  

In dat woord “geroepen worden” zit natuurlijk het woord “roeping”. Velen van ons weten nog net als ik dat in onze kerk dit woord vroeger voorbehouden was aan priesters en religieuzen. Zij hadden roeping, de andere gelovigen hadden een ambt, taak, opdracht. Ik denk terug aan 1946: ik ging als 13-jarige naar het kleinseminarie en had vanaf die tijd, ook in ons gezin, roeping. En mijn andere broers en zussen dan? Inderdaad, hun levenskeuze noemden wij geen roeping, maar een vak: zij werden bloemist, makelaar, verpleegster, professor…

Nu kijken we daar gelukkig heel anders naar en vinden we dat we allemaal, jong en oud, man en vrouw, geroepen worden om net als Jesaja en Petrus gehoor te geven aan de stem van God en Christus en van ons leven iets goeds te maken, ons in dienst te stellen van onze medemensen. Dat dit met andere woorden de zin is van ons geroepen worden en geroepen zijn.

Natuurlijk was het vroeger op zich niet anders, alleen noemden we het niet zo en, om weer even persoonlijk te worden, als ik nu terugkijk op mijn leven en dat van mijn broers en zussen, dan is er eigenlijk geen verschil. Allemaal proberen we een goed mens te zijn, mensen-vissers, d.w.z. in dienst te staan van de medemens, heel dichtbij, in het gezin en de familie, maar ook verder weg, bijvoorbeeld via de Stichting Hulp aan de Filippijnen.

 

Het is wel wat persoonlijk aan het worden, maar ik zit hier natuurlijk ook als vertegenwoordiger van de liturgiegroep, en zoals steeds hebben we geprobeerd de boodschap van de lezingen te vertalen naar ieders dagelijks leven en wel deze keer in het kader van ons thema: “De zin van geroepen worden/zijn ”. Ieder mens krijgt een opdracht mee, en wel een opdracht voor zijn leven, en dat geldt niet alleen voor ons christenen, dat geldt voor ieder mens.

Ik denk bijvoorbeeld aan onze nieuwe regering. Na veel wikken en wegen kwam er een akkoord tot stand en koos men voor het motto: “omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst.” Een prachtig motto, een opdracht en programma voor hun inzet de komende jaren. Ik weet het, velen zeggen: mooie woorden, maar ik heb er weinig vertrouwen in. Maar dan zeg ik: waarom zouden we Jesaja en Petrus wel geloven en onze ministers niet?

Dit is toch dé zin van hún geroepen zijn?

Hetzelfde kan ik zeggen van onze liturgiegroep. We begonnen in 1975 met het motto “Elkaar verstaan” en we wilden de blijde boodschap naar onze tijd vertalen. We kenden ook, zoals Jesaja en Petrus, onze ups-and-downs, maar we ‘leven’ nog steeds en hebben daarom vandaag gekozen voor een moment van bezinning, van een antwoord op de vraag: wat is de zin van ons geroepen zijn in deze tijd?

Daarom is het goed, denk ik, daarvoor even de tijd te nemen.

Zelf heb ik dat tijdens de voorbereiding op vandaag gedaan op 1 februari, de dag van mijn priesterwijding, 63 jaar geleden.

63 jaar… en ik denk terug aan het thema bij het 50-jarig jubileum “In dienst van de mensen” of het zestigjarig feest “Geroepen tot verbondenheid”. En nu dus: ”De zin van geroepen worden/zijn”…

En zo is elke bijeenkomst van onze liturgiegroep steeds weer een bezinning. En terugkijkend, nu in 2022, mogen we dankbaar zeggen: het is een indrukwekkende lijst van vieringen met als doel de blijde boodschap steeds weer te vertalen, te actualiseren.

En zo waren we ook tijdens deze voorbereiding bezinnend bezig en noem ik enkele opmerkingen of gedachten die naar voren kwamen.

 

- De een zei: het gaat niet om het vangen van mensen als vissen, maar om het opvangen van mensen en wel in allerlei situaties en omstandigheden: in de diepte van de chaos; de wanhoop als er geen uitweg meer lijkt te zijn; de moedeloosheid, wanneer problemen niet opgelost worden (denk aan de toeslagenaffaire of de situatie in Groningen); het perssimisme in deze coronatijd… Deze mensen opvangen zie ik als mijn roeping.

- een ander: ik voel me geroepen, ja uitgedaagd mijn medemensen te vertellen over Jezus’ blijde boodschap, een boodschap van liefde, van nabijheid, van bemoediging, ook in deze tijd.

- weer een ander: ik sport graag, maar ik voel me ook geroepen me in te zetten via een sportclub voor de jeugd, om hen te trainen en te begeleiden.

- en nog een ander: ik wil zoals Petrus vertrouwen op Gods woord: “wees niet bang”, en daarom probeer ik mijn net uit te werpen en zo medemensen in noodsituaties houvast te bieden.

 

Voldoende inspirerende voorbeelden, denk ik.

Ze maken duidelijk, zoals ik in het begin zei, dat roeping, geroepen worden, niet alleen priesters en religieuzen aangaat, maar ieder mens, en dus ook ieder van ons.

En ik kan het niet laten om toch weer te eindigen met het gezegde van onze geliefde paus Franciscus:

“Ik ben niet op zoek naar de perfecte gelovige, ik ben op zoek naar de mens die omziet naar de ander, zoals de Man van Nazareth dat deed in zijn tijd.”

Inderdaad, dat is dé zin van ons geroepen zijn. Amen.

                                                                                   Koos van Dijk svd

_________________________________________________________________________________________________________________________________

OVERWEGING KERSTMIS 2021

Beste medechristenen.

“De zin van de Kersboodschap”, zo luidt dus ons thema vanmorgen.

U bent van ons gewend dat we steeds op zoek gaan naar een bepaalde invalshoek om de bekende kerstboodschap te actualiseren.

We vroegen ons steeds weer af: wat is de kerstboodschap in deze tijd.

Ik herinner de vaste bezoekers aan de brochure die we uitgegeven hebben bij het dertigjarig bestaan van onze   vieringen, een brochure met de veelzeggende titel “Kerstmis in veelvoud”.

De lezingen met Kerstmis zijn steeds hetzelfde, maar de vertaling naar de dan bestaande situatie kan heel verschillend zijn. Daarom kozen we steeds thema`s ontleend aan de situatie van dat moment, dat jaar. Zoals “Wereld zonder muren” of “In het spoor van de zwervende God”.

En zo zijn we vanmorgen gekomen tot ons huidige thema: ”De zin van de kerstboodschap”. Veel mensen van onze tijd, we weten het maar al te goed, worstelen met de vraag: wat is de zin van… en dan denk ik niet alleen aan de corona-epidemie, maar ook de vele milieurampen, de pijnlijke situatie van de vluchtelingen aan de grenzen van Wit-Rusland en Polen, het oorlogsgeweld in zovele landen, de polarisatie in eigen land enz. En de zoektocht naar een antwoord op die zinvragen werkt voor velen negatief, depressief, deprimerend. Het is moeilijk niet somber te worden.

Wij hopen elkaar door onze viering vanmorgen een ander, een positief, een hoopgevend antwoord te bieden. De Kerstboodschap kan ons juist in deze tijd lichtpuntjes aanreiken.

Ik ga daarom even terug naar onze Adventsviering van 5 december jl. Het thema luidde toen: “De zin van inkeren”. In momenten van inkeer, reflectie kunnen allerlei vragen naar boven komen, vragen als: Hoe staat het met mij? Waar ben ik mee bezig? Wie of wat verwacht ik? En vooral dé hamvraag: Kijken we met verwachting uit naar de herdenking van de geboorte van Jezus en wat kan dat voor ieder van ons betekenen? Of… blijven we staren op wat vroeger was, blijven we stilstaan bij het verleden?   

Welnu, het feit dat u gekomen bent en we hier nu in kerststemming samen zijn, is m.i. een teken dat we verwachtingsvol uitzien naar de zin van de kerstboodschap voor ons, nu in 2021. We vragen ons opnieuw af: wat is de Kerstboodschap in deze tijd. En met de engel uit het evangelie van vanmorgen durven we met overtuiging te zeggen: wees niet bang, ik heb goed nieuws! En zo hopen ook wij een positief antwoord te geven op onze vraag vanmorgen naar de zin van de Kerstboodschap. Deze komt als het ware naar ons toe en vraagt ons deze door te geven aan elkaar.

In dat vertrouwen hebben we u de profeet Jesaja laten horen. Hij steekt het volk in een moeilijke situatie - de ballingschap - een hart onder de riem, hij brengt hun goed nieuws.

Eeuwenlang was er al voorspeld dat er een vreugdebode zou komen, een redder, dat er een nieuwe loot aan de stam van Jesse zou ontspruiten. Het volk zit echter in de put, in ballingschap zoals ik al zei, in een soort coronacrisis. En dan geeft Jesaja hun als profeet, als gezant van God, weer moed, vertelt hij goed nieuws zoals we hoorden: “het volk in duisternis zal een groot licht zien. Hij, de redder, zal vervuld zijn van een nieuwe geest, niet een geest van somberheid en negativisme, maar een geest van wijsheid, inzicht, kennis van goed en kwaad.” En Jesaja besluit met het prachtige slottafereel: “De wolf zal de gast zijn van het lam; koe en berin zullen tezamen leven en de baby speelt bij het hol van de slang”. Wat een machtig visioen!

En het bemoedigende, hoopgevende voor ons is dat dit visioen werkelijkheid geworden is met Kerstmis. We horen immers, ik herhaal het nog maar eens, dat de engel tot de herders zegt: “Wees niet bang, depressief, negatief, want ik heb goed nieuws voor jullie, ja voor heel het volk. Vannacht is in de stad van David jullie Redder geboren, de Messias.”

Ik weet het, het is maar een korte boodschap, maar wat deze feitelijk inhoudt, wordt steeds meer werkelijkheid in het verdere verslag van het leven van deze Redder, van Jezus. Op bijna elke bladzijde van het Nieuwe Testament ervaren we dat Jezus het visioen van Jesaja waarmaakt. Zijn komst is werkelijk goed nieuws, is vervuld van die goede geest. Hij komt immers inderdaad op voor het recht van de zwakken en de armen genieten zijn voorkeur. En… en dat is steeds weer de kern: Hij stelt de liefde centraal. Hij gaat om met tollenaars en zondaars, hij is de barmhartige Samaritaan. En dus kunnen we concluderen: dit is echt goed nieuws, dit is een echte vertaling van het visioen van de panter en het bokje, koe en berin, kleuter en slang. Zoekend naar de zin van de Kerstboodschap vinden we hiervan een concreet verslag in heel Jezus’ leven.

Toch is dit, zo durf ik te zeggen, nog maar een deel van onze zoektocht naar de zin. want het verhaal moet wel doorgaan, m.a.w. wij moeten nú in onze tijd op zoek gaan naar, zoals ik al eerder, zei de vertaling, ons antwoord op deze zinvraag, onszelf proberen te vernieuwen, ons aandeel als christen te leveren aan een betere samenleving, ieder naar haar/zijn mogelijkheden.

Ik verwijs naar het voorbeeld van onze geliefde paus Franciscus. Ik heb hem vorig jaar ook geciteerd, maar deze overweging bleef beperkt tot de website. Sta me daarom toe een en ander te herhalen. De paus heeft als een moderne profeet dé boodschap samengevat in zijn herderlijke brief met de titel “Fratelli Tutti ”: allemaal zijn we broers en zussen van elkaar en moeten we proberen dit ook waar te maken in ons dagelijks leven. We mogen ons, zo zegt hij, er niet bij neerleggen dat mensen buitengesloten worden, vluchteling zijn, armoede lijden, onder oorlogsgeweld gebukt gaan. We moeten er daadwerkelijk, zoals Jezus, tegen ingaan. Een en ander heeft hij enkele weken geleden nog weer eens benadrukt tijdens zijn bezoek aan Lesbos en zijn duidelijke boodschap aan de Europese landen en dus ook aan ieder van ons. “Fratelli Tutti”!

Dat, beste vrienden, is de zin van de kerstboodschap: niet alleen een boodschap van liefde, hoop, toekomst, maar ook een boodschap van daadwerkelijke inzet. Zoals paus Franciscus eens zei: “Ik ben niet op zoek naar de perfecte gelovige, ik ben op zoek naar de mens die omziet naar de ander zoals de Man van Nazareth dat deed in zijn tijd.”

En dat kan, zo zult u met mij eens zijn, juist in deze tijd van corona, rampen, wantoestanden. En gelukkig zien we het overal om ons heen ook daadwerkelijk gebeuren. U kent het motto van het Rode Kruis: “Als we er allemaal voor elkaar zijn, is er niemand meer alleen.” Of van de TV: “Laten we meer naar elkaar omkijken.” Of: “Schenk aandacht aan de ander.” En als lid van een missiecongregatie vul ik graag aan: niet alleen de ander dichtbij, maar ook wereldwijd, en dus ook in Wit-Rusland en Polen, Afghanistan, het Midden-Oosten en vele landen in Afrika.

Meer voorbeelden hoef ik niet te geven, we zien het als we erop attent zijn overal om ons heen en kunnen ons daarbij van harte aansluiten en zo zin geven aan de mooie Kerstboodschap; deze inderdaad handen en voeten geven…

En daarom tot slot de tekst waarmee we deze viering begonnen: “In een tijd dat alle hout dood lijkt, is het bijna onmogelijk te geloven in nieuw leven, maar wie een ander warmte geeft en licht, zal weten dat er wonderen bestaan.”

Daarom wensen we elkaar een gezegend en zinvol kerstfeest toe. Amen.

Koos van Dijk SVD      

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zondag 5 december 2021: Tweede zondag van de Advent

Advent, tijd van bezinning, even stilstaan, inkeren in jezelf. Het is vroeg donker, en dat kan ons helpen om wat meer naar onze binnenkant te kijken. Je moet er wel af en toe de tijd voor nemen… Want Sinterklaas, het naderende kerstfeest, al die ondanks corona feestelijk verlichte etalages die onze aandacht trekken…

 

Zo ongeveer waren onze eerste gedachten aan het begin van de voorbereiding van de viering van vandaag, tweede Adventszondag.

 

Om u en ons op weg te helpen hebben we als thema gekozen voor “De zin van INKEREN”. Want in momenten van inkeren, van reflectie kunnen allerlei vragen naar boven komen: Hoe staat het met mij? Waar ben ik mee bezig? Kan ik echt af en toe gas terugnemen? Wat of wie verwacht ik?

Juist een tijd als de Advent nodigt uit tot reflectie om zo je handel en wandel te onderzoeken en je af te vragen: Hoe kijk ik naar de toekomst? Wat kan ik bijdragen aan die toekomst?

En al pratend stelden we vast dat reflectie niet betekent “stilstaan”, maar juist opladen in stilte om vooruit te kunnen in de periode na de Advent, wanneer de dagen geleidelijk weer gaan lengen, de natuur op een  kantelpunt komt en jij, na je bezinning, misschien met nieuw elan de goede boodschap die met de geboorte van Christus onder ons kwam probeert handen en voeten te geven.

Het bovenstaande is niet bedoeld om ons - u, mezelf - belerend toe te spreken. Ik wil u slechts gedachten aanreiken die we in de voorbereiding hebben uitgesproken na het lezen van de beide Bijbelteksten van vandaag.

Denken, nadenken kent ook in coronatijd geen restricties… Laat uw gedachten af en toe eens hun gang gaan: Proberen wij recht te maken wat krom is in onszelf? Houden we vast aan hoe het was vroeger of is er ruimte voor nieuw gebaande wegen zonder kuilen, zonder obstakels? Kijken we met verwachting uit naar de herdenking van de geboorte van Jezus en wat dat voor ons kan betekenen? Of blijven we staren op wat vroeger was, blijven we stilstaan in het verleden?

 

De beide lezingen van deze zondag vormen de aanleiding voor bovenstaande gedachten. Voeg daar de coronacrisis en misschien ook de crisis in de kerken bij en je hebt heel wat te overdenken.

 

De tekst uit het boek Baruch: de schrijver troost het volk van Israël: “Jeruzalem, sta op, je kinderen komen naar huis.”

Het geschrift stamt uit de tweede of eerste eeuw voor Christus. In het voorwoord lees je dat het geschreven is door Baruch, de zoon van Neria. Deze Baruch was de secretaris van de profeet Jeremia. Het lijkt echter zeer onaannemelijk dat hij           de schrijver is.  Aangenomen wordt dat het gaat om een tekst die toegeschreven wordt aan een bekend persoon - Baruch dus - uit het verleden. Op die manier is het boek binnen de traditie van de joodse geschriften geplaatst.
Het volk van Israël ging indertijd gebukt onder de overheersing door de Grieken: de 'moderne' Hellenistische cultuur overheerste het Middellandse zeegebied en tornde aan de overtuigingen, waarden en gebruiken van het toenmalige joodse volk. Veel inwoners van Israël keerden zich af van de Joodse traditie. In die crisis herinnert Baruch het volk aan de bevrijding uit de Babylonische ballingschap van twee eeuwen eerder. Hij vertelt van de vreugde over de bevrijding uit die ballingschap. Hij wil daarmee zeggen: Zoals toen het ondenkbare mogelijk bleek, zo kan het ook nu gaan; houdt moed! Herinnering aan “TOEN” kan een kracht zijn om “NU” vol te houden en te blijven uitzien naar een betere toekomst die wortels heeft in het verleden. Baruch geeft de mensen troost, en troost geven is HOOP geven. Maar dat gaat niet zonder eigen inbreng: “Sta op”, zegt Baruch, “zorg voor een effen vlakte.” Zou dat in onze tijd kunnen zijn: luister naar de ander, blijf in dialoog met elkaar, maak recht wat krom is in je relatie met de ander, overbrug die kloof tussen jou en die ander, voorkom polarisatie? In feite een uitdaging om een steen te verleggen, zodat het effect van jouw handelen blijft doorwerken!

 

Lucas richt zich in zijn goede boodschap tot zowel joodse als niet-joodse volgelingen van Jezus. Johannes de Doper is de stem van de joodse traditie die oproept de wegen te egaliseren naar de nieuwe wereld van Hem die redding komt brengen. Lucas brengt traditie en voortdurende vernieuwing samen in zijn evangelie waarin hij, met de woorden van Johannes de Doper, ons oproept tot inkeren, bezinnen om zo de weg voor de Messias vrij te maken van obstakels. Dat inkeren kende Johannes uit eigen ervaring: hij woonde in de stilte van de woestijn en daar werd deze kleine man geraakt door Jahweh. En zo gebeurde het dat Johannes geen roepende in de woestijn werd, maar iemand naar wie het joodse volk luisterde. Hij sprak over de actieve inbreng van de mensen zelf: “maak de wegen vlak, want dan brengt God redding”. Een kleine man die het joodse volk opriep zich voor te bereiden op de komst van de Messias. “Begin een nieuw leven”.

Lucas laat heel duidelijk merken dat “kleine” mensen een belangrijke rol spelen wanneer het gaat om ommekeer na inkeren: het zijn niet de groten der aarde - Lucas noemt hen expliciet bij naam en toenaam aan het begin van hoofdstuk 3 van zijn goede boodschap - die uitgedaagd worden door Jahweh. Nee, het is de profeet uit de woestijn die een beweging van onderop, van eenvoudige, barmhartige mensen in gang zet met zijn aansporing: 'Dat wij omkeren, verlaten ons domein, beleven 't woord des Heren en niet weerbarstig zijn.'

 

En wat die woorden voor ons betekenen? We nodigen u uit daarover na te denken in deze Advent van het jaar waarin Joe Biden president van de USA is, Mark Rutte demissionair premier van Nederland, Angela Merkel wordt opgevolgd als bondskanselier door Olaf Scholz en Franciscus onze paus is. Dat wij, gehoor gevend aan de oproep van Johannes de Doper, over enkele weken onze weg gereed hebben voor de geboorte van Jezus.

 

Ik wens ons allen een tijd van in stilte inkeren in onszelf, een tijd waaruit we, net als de pelgrim na zijn wandeltocht, met vernieuwde inzichten over ons leven, over onze christelijke levenshouding ook in tijden van crisis onze steen, ons steentje kunnen blijven verleggen als onze bijdrage aan dat kleine stukje hemel hier op aarde.

 

Namens de kapelgroep,

Gerard Jansink

1 december 2021

 

 

 

____________________________________________________________________________________________________________________________

Zondag 7 november

"De zin van herdenken"

Goede morgen allemaal!

We zijn vanmorgen begonnen met het aansteken van een kaars en het noemen van de namen van onze geliefden. Daarbij denken we aan hen, het verdriet van het gemis, de steen die op ons hart drukt, zoals Mariet het in de begroeting zo mooi zei. Maar ook welk voorbeeld zij voor ons zijn geweest, wat zij betekend hebben. Onze dierbaren zijn nog steeds van betekenis en helpen ons een besluit te nemen bij vragen die opkomen. We denken aan gezamenlijke belevenissen en gesprekken. We laten opnieuw licht schijnen over de herinneringen en misschien kijken we met ander ogen? Kortom: “we gedenken, herdenken, denken opnieuw aan”.

Is dit de zin van herdenken?

In de lezing van Lucas hoorden we dat Jezus zijn leerlingen op weg stuurde. Hij gaf hun een aantal richtlijnen mee. Zo mochten zij niets meenemen. In de Joodse traditie is gastvrijheid een groot goed, waarbij reizigers, bekend of onbekend, gastvrij worden ontvangen en verzorgd. Dus wanneer je ergens niet welkom bent, kun je maar beter wegwezen, want dan deugt het op een of andere manier niet. Je mag dan wel laten merken dat je het er niet mee eens bent. Daarmee geef je de ander de kans om zijn mening opnieuw te overdenken, te overwegen: te HER-DENKEN!

Het is vandaag 7 november, feestdag van Sint Willibrord. U ziet hem, hier links achter mij, in het gebrandschilderde raam van kunstenaar Pieter Wiegersma. Willibrord ging op weg, sprak mensen aan en vertelde hen over het leven en de levenshouding van Jezus. Hij zal vast niet altijd gehoor hebben gevonden, het weerhield hem echter niet om op de ingeslagen weg door te gaan. Willibrord volgde het voorbeeld van de op weg gestuurde apostelen. Hij bracht hier, in de lage landen, de boodschap van Jezus Christus. Hij stimuleerde mensen het verhaal van Jezus en zijn volgelingen te blijven vertellen en uit te dragen, te gedenken en te HER-DENKEN.

Anselm Grün, de tweede lezing, wordt niet op weg gestuurd, maar kiest er zelf voor op pad te gaan, hij neemt brood en thee mee, voor het geval dat…. Hij pelgrimeert zoals nu nog vele mensen doen. Bij het pelgrimeren gaat het er niet om op de plaats van bestemming te komen, maar de ontmoeting, het vertrouwen, de overpeinzingen onderweg. Anselm Grün vertrekt vol twijfel en is bang, hij vertrekt zonder landkaarten, zonder wegwijzers (wij zouden nu zeggen zonder navigatie), maar mét het vertrouwen dat het goed komt en dat hij geholpen zal worden onderweg. Hij kiest, zoals onlangs ook een van de leden van onze werkgroep, voor de wandeling, het onderweg zijn gebruikend om gedachten en gevoelens te overwegen, opnieuw te wegen, te HER-DENKEN

Ik wil u graag een ervaring uit mijn werk vertellen die mij heeft laten zien dat mensen beslissingen kunnen herzien en dat ze in staat zijn om daarna anders te handelen. Jaren geleden werd ik door kinderartsen benaderd, ze vroegen hulp voor een ouderpaar dat een kindje had gekregen met ernstige lichamelijke en verstandelijke beperkingen. Ouders, die dit te horen krijgen, hiermee geconfronteerd worden, schrikken enorm en zijn ontdaan. Deze ouders waren zéér geraakt en ook boos dat dit hun was overkomen. Een enorme pijn. Ze wilden geen band met het kindje; anderen moesten voor het kindje zorgen, zij konden en wilden het niet doen. Samen met de artsen hebben we gepraat met de ouders en we kwamen overeen dat het kindje in het ziekenhuis mocht blijven waar het geboren was. Wel verwachtten we van hen dat we in gesprek bleven met hen over hún kindje. Zij zijn én blijven de ouders van het kind en we wilden dat zij betrokken bleven en verantwoordelijkheid hielden, bij beslissingen meedachten. Welke zorg heeft het nodig? Wie kan die het beste geven?

De ouders stemden in, ze waren opgelucht en blij dat zij afstand konden en mochten nemen. In de periode daarna sprak ik met hen. De ouders ervoeren allerlei emoties: boosheid en verwijten. Waarom overkwam het hún? Wat was er fout gegaan? Hoe had dit kunnen gebeuren? Wat of wie was de oorzaak? Was er een oorzaak? Na het uiten van de boosheid en de vragen kwam er verdriet, veel verdriet. Verdriet om het verlies van hun toekomstbeeld, hun dromen en de wens van een gezond kind… Ze waren in rouw. Door het luchten van hun hart voelden ze gaandeweg ruimte en verandering. Af en toe gingen ze naar het kindje in het ziekenhuis. Ze gingen vragen stellen aan de artsen en verpleegkundigen. Ze wilden meer: meedenken, meepraten over de toekomst van het kindje. Wat heeft het kindje nodig? Hoe moet er voor het kindje gezorgd worden? En wie moet dat doen? Ze gingen helpen bij de verzorging. Ze leerden sondevoeding geven. Er kwam iets van berusting.

Het kindje is gaan logeren en daarna gaan wonen op een kindergroep. De ouders zorgden, samen met de begeleiding, dat het kindje een fijn thuis had. De ouders waren zeer betrokken, zowel bij hun kindje als bij de plek waar het woonde. Ze kwamen veel op bezoek, zorgden, knuffelden, verwenden, ondernamen samen activiteiten, ze spraken steeds met de begeleiding over wat er nodig en wenselijk was. Het was hun kindje! Dit proces heb ik van dichtbij mogen volgen. Deze ouders hebben me laten zien dat mensen in staat zijn om situaties en gebeurtenissen opnieuw te overdenken, te her-denken en dat dit kan leiden tot een nieuwe beslissing en anders handelen. Door deze ervaring leerde ik, dat wanneer ouders dat kunnen, dit ook mogelijk moet zijn voor mij, voor ieder van ons…

HERDENKEN HEEFT ZIN, heeft wel degelijk zin! 

Jezus, de apostelen, Willibrord, Anselm Grün, onze voorouders, állen die ons zijn voorgegaan, onze voorbeelden, hén herdenken blijft belangrijk! Hun verhalen, hun boodschap steeds opnieuw onder een vergrootglas leggen. Deze steeds met

een andere bril bekijken en bespreken. Welke boodschap kunnen wij er NU uit halen? Waarmee kunnen wij op weg? 

Wij mensen hebben de mogelijkheid te HER-DENKEN! Dat is een groot en kostbaar goed!

Een lid van de werkgroep verwoordde het prachtig: ‘In het herdenken verfrissen we onze herinneringen’

 

Amen, laat het zo zijn.

Fien Vollenberg, 7 november 2021

__________________________________________________________________________________________________________________________

Zondag 3 oktober 2021

Oecumenische viering Kapelgroep en Protestantse Gemeente Deurne

 

"De zin van gelijkwaardigheid"

Is het een handige reclametruc of is het oprecht oog hebben voor de kwetsbare mens? Een supermarkt uit het zuiden heeft de kletskassa geïntroduceerd. Een kassa waar je je boodschappen kunt afrekenen en waar je even kunt kletsen met een caissière. Ik houd van kletsen, zoiets zei een van de caissieres in de krant.

Zover zijn we gekomen. Dat in de week tegen de eenzaamheid een speciale kassa wordt geopend waarbij een luisterend oor en een vriendelijk woord wordt geboden. Het is dus geen vanzelfsprekendheid meer? Misschien wel in ons dorp, maar er zullen zeker plaatsen zijn waar geen tijd en aandacht meer is voor iemand, die naar de winkel gaat om in ieder geval 1 keer per dag iets te kunnen zeggen tegen een ander. Het is goed dat er oog voor is. Het is goed dat er extra aandacht voor is in de week tegen eenzaamheid. Want we kunnen niet zonder contact, hoe gering ook, we hebben dat nodig.

De bijbel is er duidelijk over. De schepping is nog niet af als God de mens heeft geschapen. Want die mens is eenzaam. En dat bevalt God niet. Daarom schept God allerlei dieren. Maar dat helpt de mens niet helemaal. Er staat dat Adam namen gaf aan al het vee en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren van het veld. ‘maar voor de mens vond hij geen hulp als iemand tegenover hem’. Pas als uit de rib van de mens de vrouw wordt geschapen, is het probleem van de eenzaamheid opgelost. Uit één mens ontstaan man en vrouw. Vaak zien we hier een ongelijkheid in. Alsof de vrouw ondergeschikt is aan de man. Maar let op. Pas als God de vrouw heeft geschapen, is er ook sprake van de man. Daarvoor wordt er alleen gesproken over de mens.

Het verhaal verklaart dus niet het ondergeschikt zijn van de ene mens onder de ander. Het woord ‘hulp’ of ‘helper’ is in het Hebreeuws ook het woord dat gebruikt wordt voor de hulp van God. De scheppingsorde is niet één van rangorde, maar van gelijkwaardigheid. En als de man en de vrouw samen gaan wonen en één vlees worden zoals het er staat, dan maakt de man zich ook los van zijn ouders. We lezen daar gemakkelijk overheen. Maar het was gebruikelijk dat de vrouw introk bij de familie van haar man. Het scheppingsverhaal uit de bijbel zet daar een gelijkwaardige verhouding tegenover.

Het gaat in dit tweede scheppingsverhaal natuurlijk niet over de biologische oorsprong van de man en de vrouw. Het laat wel zien hoe God over de mens denkt. De mens is geschapen voor gemeenschap. De mens is een sociaal wezen. De één heeft meer behoefte aan contact dan de ander. Maar geen mens kan zonder contact. Mensen hebben elkaar nodig om mens te kunnen zijn. Dat is de kern van het scheppingsverhaal dat we hebben gelezen uit Genesis.

 

En de evangelielezing dan? In de cyclus van het leesrooster, hebben we drie jaar geleden ook deze lezing gelezen. Toen legden we het accent op wat Jezus zegt over scheiden. Het blijft een lastige tekst, zoals iemand vorige week nog zei. Maar in de voorbereiding van deze viering hebben we op initiatief van pater Koos van Dijk een andere insteek genomen. Niet dat we de woorden van Jezus hebben verdraaid. Of naar onze hand willen zetten. Maar we hebben Jezus’ woorden gelezen in verbinding met de lezing uit Genesis. ‘Mensen hebben elkaar nodig om mens te zijn’ was de conclusie uit het verhaal van de schepping. In alle gelijkwaardigheid. In de discussie met de schriftgeleerden wijst Jezus de gangbare praktijk af. En dat is dat de man wel van de vrouw mocht scheiden maar niet andersom. Maar Jezus benadrukt net als in Genesis de gelijkwaardigheid van man en vrouw. In hun eigenheid en hun samenzijn. Wanneer het gesprek met de schriftgeleerden tot een einde is gekomen, maakt Jezus zichtbaar wat het betekent om mensen niet uit te sluiten. Eigenlijk gaat Jezus nog een stap verder. En houdt hij de groten een spiegel voor door de kinderen centraal te stellen in zijn verkondiging van het koninkrijk van God. Of, zoals de Nieuwe bijbelvertaling zegt, van de ‘nieuwe wereld’. ‘Je moet openstaan voor ​Gods nieuwe wereld. Net zoals een ​kind​ dat doet. Anders kun je er niet binnenkomen.’ zegt Jezus.

Jezus stelt de kinderen gelijk aan de volwassenen, hij stelt hen tot voorbeeld. Een voorbeeld uit onverwachte hoek.

 

Om te leren, moeten we ons openstellen voor de woorden uit de bijbel, de woorden van Jezus. Moeten we nadenken over de consequenties van Jezus’ woorden in ons dagelijks leven.

Deze zondag heeft het thema ‘de zin van gelijkwaardigheid’ meegekregen. Dit thema gaat ervanuit dat we elkaar nodig hebben. Elkaar niet kunnen voorbijgaan. Onszelf niet boven een ander verheffen. Als ik de politiek van nu volg, dan zie ik wat de gevolgen zijn als je dat wel doet. Als je je wel beter voelt dan de ander. Als je daarom de ander uitsluit, wegzet, wegduwt, als de kinderen door de leerlingen werden weggeduwd. Hoe zou Jezus zich bezig kunnen houden met een paar kinderen? Maar Jezus toont hen de waarde van het kleine, kwetsbare kind. En van het kleine, kwetsbare mensenkind, dat we allemaal zijn.

We spreken over gelijkwaardigheid. Ten grondslag hiervan ligt het woord ‘waardigheid’. De Joodse filosoof Abraham Heschel schreef: ‘wezenlijk voor de bijbelse godsdienst is het besef van Gods belangstelling in de mens, het besef van een verbond, van een verantwoordelijkheid van Hem als van ons.’ Dit verbond begon met de schepping en werd bevestigd door Jezus, Gods Zoon, die Gods nieuwe wereld, het Rijk van God verkondigt.

Met de mens heeft God een verbond gesloten. De mens is waardig om verbondspartner van God te zijn. De mens, ieder mens, is het waard om deel van dit verbond uit te maken.

Kijken we om ons heen, dan zien we juist dat de waardigheid van veel mensen in het geding is. Op die al die plekken waar mensen overheerst worden, onderdrukt en vervolgd, misbruikt, gebruikt…, daar wordt de waardigheid van mensen met de voeten getreden.

Jezus omarmt de kinderen, de kleinen en zegent hen. Ieder mens doet er toe. Ook de kleinen, de onaanzienlijken, ook de mensen die ‘anders’ zijn in onze ogen.

De ‘zin van gelijkwaardigheid’, het thema van vanmorgen ligt besloten in de omarming en de zegen van Jezus voor ieder mens. Als navolgers van Jezus worden wij geroepen om elkaar als gelijkwaardigen te zien: als mensen kostbaar in Gods ogen.

Amen.

Ds. Ada Rebel

__________________________________________________________________________________________________________________________

zondag 5 september 2021

 

“De zin van nabijheid”

 

Beste medechristenen,

 

Eén zin keert telkens terug als onze minister-president een persconferentie houdt i.v.m. de corona-epidemie. De zin: “Mensen, houdt afstand! - de anderhalve meter is noodzakelijk willen we deze pandemie overwinnen.”

Houdt afstand… ja en dan zeggen wij vanmorgen via de lezingen en ons thema tegen elkaar: weest elkaar nabij…

Ieder van u begrijpt natuurlijk wel dat beide aansporingen - houdt afstand en weest nabij - een andere inhoud, zin, betekenis hebben. Die 1.5 meter is inderdaad noodzakelijk in deze coronatijd, maar het elkaar nabij zijn is even noodzakelijk, als wij ons christenen of eigenlijk gewoon mensen noemen.

Ik ga daarom samen met u verder mediteren over ons thema of - zoals een bekend motto in deze coronatijd luidt - geef elkaar meer aandacht. Een meditatie als brood voor onderweg…

 

Uit mijn overwegingen met Pasen en in juli weet u intussen dat ik, zeg maar, verliefd ben op de laatste encycliek van onze sympathieke Paus Franciscus, de encycliek met de mooie titel ” Fratelli Tutti”, vrij vertaald “Allemaal zijn we broeders en zussen van elkaar.” De Paus heeft zich laten inspireren bij het schrijven door twee personen. Natuurlijk door zijn naamgever Franciscus van Assisi en hij citeert: “Franciscus, die zich een broeder voelde van de zon, de zee en de wind, wist zich eigenlijk nog het meest verwant met de medemens. Overal waar hij kwam, zaaide hij vrede en stapte hij schouder aan schouder met wie arm, aan zijn lot overgelaten, gebrekkig en uitgesloten was, de minste van zijn broeders en zusters.”

Maar in de eerste plaats heeft hij zich laten inspireren door Jezus en als een rode draad loopt als het ware door deze encycliek de parabel van de barmhartige Samaritaan. ” Een parabel, waarvan hij zegt, dat Jezus die tweeduizend jaar geleden heeft verteld maar waarmee ieder mens van goede  wil, ongeacht zijn/haar religieuze overtuiging, zich kan identificeren en waarin ieder een uitdaging kan vinden.”

 

Waarom ik zo de nadruk leg op deze parabel?  Omdat onze evangelielezing van vandaag daarvan een echte toepassing, vertolking is. Kijk, de parabel van de Barmhartige Samaritaan is natuurlijk een prachtige parabel, maar wel een parabel en een parabel is volgens de Grote van Dale “een gelijkenis, een zinnebeeldig verhaal om iets aanschouwelijk te maken”. Jezus laat ons vandaag zien in het evangelie dat hij niet alleen maar mooie vrome woorden spreekt zoals in die parabel, maar ze ook zelf toepast, werkelijkheid laat worden. Hij schenkt inderdaad zoals die Samaritaan aandacht aan de mens langs de weg, in ons geval dus een doofstomme. Wij weten maar al te goed dat wie doof is en niet kan spreken, vereenzaamt. Jezus neemt hem apart, raakt hem letterlijk aan en zegt: effata, ga open. Open de vensters van je oren en je hart, laat het onbekende binnenstromen als een verfrissende wind. Ga met je medemens relaties aan en wordt hun gelijke. Luister naar hen, praat met hen, leer van hen en zij kunnen ook leren van jou. In één woord: word een mens zoals de Schepper de mens gewild heeft: medemens, naaste, elkaar nabij.

Ja, Jezus geeft een prachtig staaltje van nabijheid en zoals de paus dit geleerd heeft van Jezus, heeft Jezus dit weer van Zijn Vader geleerd. Op zeer veel plaatsen in het Oude Testament - dat Jezus zoals elke Jood kende - laat God zich zien als: “Ik ben er… Ik ben er voor de mens, ik ben ieder nabij…” We zagen   het in onze eerste lezing. Ten tijde van de profeet Jesaja zaten de mensen in de put, zagen het niet meer zitten. En dan zegt de profeet: “God zal jullie helpen en dan zullen de ogen van de blinden worden geopend, de oren van de doven gaan horen; zal de lamme springen als een dartel hert en de stomme zal niet alleen spreken, hij zal jubelen want… God is nabij.”                                                                                                                     

 

Het is verleidelijk te denken: ja, dat was toen, maar wij leven nu in 2021. De paus zegt dan tot ons: “Elke dag wordt de mensheid en dus ieder van ons uitgedaagd een barmhartige Samaritaan te zijn of… een onverschillige voorbijganger. Vroeg of laat zullen we allemaal iemand tegenkomen die lijdt en de beslissing is aan ons om wie gewond (of doofstom) aan de kant van de weg ligt, op te nemen of uit te sluiten. Of met andere woorden: te bewijzen dat we in het spoor van Jezus willen gaan.” We zongen het: “Hij ging van stad tot stad…, en al wie Jezus naam belijdt zal wonderen verrichten en als een lamp verlichten de lange gang van onze tijd.”

 

En als liturgiegroep noemen we, zoals u gewend bent, enkele voorbeelden van nabijheid.

-En we denken aan pater Cor Buijs. We willen hem immers vandaag speciaal en dankbaar gedenken. Cor was als missionaris en priester de medemens nabij. Eerst dertig jaar in Mexico en daarna als pasto(o)r in Kelpen-Oler (bij Weert) en dus ook hier in Deurne bij onze thematische vieringen. Cor was met recht een medemens die wat hij als priester verkondigde, omzette in daden van nabijheid. In het In Memoriam staat: “Het geheim van zijn pastorale taak is vooral daarin gelegen: aanwezig te zijn daar waar de parochianen zijn… Zo kent hij bijna iedereen met naam en toenaam en is hij aanwezig bij feestelijke en droevige gebeurtenissen.” Bij zijn uitvaart is dan ook ieder aanwezig: de seniorenvereniging, het huiskamerproject, de jeugd, de carnavalsvereniging, de Zonnebloem, fanfare, ja heel de parochie. En natuurlijk ook een delegatie van onze liturgiegroep. Dankbaar willen we terugdenken aan zijn voorgaan hier in deze kapel. Een hartelijk mens, mensen nabij. Tot zijn parochianen en ook tot ons zegt hij op het gedachtenisprentje: “Even was ik uw herder, ga nu samen moedig verder.” Laten we dit ter harte nemen!

 

-Mensen nabij zijn was en is nog steeds de insteek van onze vieringen. Zoals velen van u weten zijn we in 1975 gestart met deze vieringen, omdat velen zich in de kou voelden staan, zich buitengesloten voelden, niet voldoende inspiratie kregen vanuit de parochies. Toegegeven, wij zijn ook maar mensen met ook onze tekorten, maar we willen ons wel steeds weer - zoals ook vanmorgen -laten inspireren door de Schrift, door Gods woord om zo deze Blijde Boodschap aan elkaar door te geven, en dus elkaar nabij te zijn. Het komt ook steeds naar voren in onze voorbeden en het doel van onze collectes. En ik ben nog steeds dankbaar dat deze vieringen, ook na mijn vertrek, doorgegaan zijn. We proberen een en ander ook in praktijk te brengen door elkaar nabij te zijn als leed, verdriet, lijden, tegenslag iemand treft. Zelf heb ik het ook dankbaar ervaren bij mijn corona-ziekte en nu wordt het weer gepraktiseerd doordat regelmatig mensen op bezoek gaan bij onze Norma in deze moeilijke situatie.  

 

 -Nabijheid speelt ook, zo bleek uit onze voorbesprekingen, een belangrijke rol bij vele sacramenten, vooral het doopsel en de ziekenzalving. We worden door de doop een mens met oren die kunnen luisteren, ogen die kunnen zien, en een hart dat de ander toelaat… Gods Geest daalt als het ware op ons neer en zegt; effata - ga open!

Bij de ziekenzalving worden onze handen gezalfd, handen die veel hebben gegeven en aangeraakt; ogen die naar anderen gekeken hebben; oren die hebben geluisterd…

 

En zo proberen we te gaan in het spoor van Jezus en elkaar nabij te zijn. De maatregelen van de corona worden versoepeld en brengen ook letterlijk mensen weer dichter bij elkaar. Maar we weten ook dat de situatie in de wereld steeds dringender een beroep doet op ieder van ons om in woord en daad een barmhartige Samaritaan te zijn zoals Jahweh en Jezus…

 

Iemand zei een dezer dagen: “Wij christenen moeten steeds weer onze rugzak vullen met brood voor onderweg.” Vanmorgen doen we dat door de oproep elkaar nabij te zijn. Moge het zo zijn. Amen.

 

p. Koos van Dijk svd

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 4 juli 2021

“Laten we genieten van kleine dingen”


Beste vrienden.

 

De bekende pastor Seef Konijn heeft een brochure geschreven met als titel: ”De kunst van het genieten.”  Ik ga hem niet uitvoerig citeren, maar enkele gedachten van hem wil ik u niet onthouden. Zo zegt hij o.a.:

  • “Genieten geeft kleur en diepte aan je leven.”
  • “Je Kunt alleen maar echt genieten als je bewust stilstaat bij de dingen en dus innerlijk in rust bent.”
  • “Wie kan genieten is een gelukkig mens.”
  • “De hoogste vorm van genieten is genieten van elkaar.”

 Zo maar enkele citaten en uit het vervolg van deze overweging zal, hoop ik, blijken hoe juist deze opmerkingen van hem zijn.

 

“Je kunt pas echt genieten als je innerlijk tot rust bent gekomen.” Dat is, zo weten we maar al te goed, de eigenlijke bedoeling van de vakantietijd. Ik heb het vaker gezegd: vakantie komt van het Latijnse woord vacare en dat woord heeft twee betekenissen: vrij zijn van en vrij zijn voor. Vrij zijn van inderdaad het moeten, het kantoor of de school, het horloge… om vrij te zijn voor het tot rust komen, ja voor het genieten. We hebben de moeilijke coronaperiode eindelijk grotendeels achter ons gelaten, er zijn allerlei versoepelingen afgekondigd, we mogen weer veel, we proberen die ballast los te laten, weer vitaminen te gaan verzamelen, weer genieten... En daarvoor hoef je niet per se op reis te gaan, je kunt overal genieten als je er maar de rust voor neemt, de stilte zoekt, weet te onthaasten…

Ik moet in dit verband denken aan het verhaal van een medebroeder, missionaris in Afrika. Het was nog in de tijd dat zo’n missionaris te voet van de ene naar de andere statie/parochie trok. Zijn bagage werd gedragen door enkele boys. Op zekere dag, zo vertelde hij me, was hij weer onderweg, toen zijn boys ineens de bagage neerzetten op de grond en ernaast gingen zitten.

“Hé”, zei hij, “we moeten nog verder anders komen we niet voor het donker op de plaats van bestemming.” Geen reactie, de boys bleven zitten. “Moeten jullie soms een betere vergoeding?” Geen reactie. “Wat is er dan aan de hand?” Daarop zei een van de boys: “Pater, onze ziel moet tijd hebben om ons lichaam in te halen.”

Prachtig gezegd… onze ziel moet tijd hebben om ons lichaam in te halen… of om met Seef Konijn te spreken: “Je kunt pas echt genieten als je innerlijk tot rust bent gekomen.” Of zoals wij jaren geleden in een vakantieviering zeiden: “Je moet je vleugels telkens weer laten drogen” zoals aalscholvers doen. Of zoals de lezingen vandaag zeggen en ook ons thema: “Laten we genieten van kleine dingen.”

 

Jezus was een echte natuurmens, genoot van de natuur en het vele mooie ervan, zoals blijkt uit vele parabels. Denken we aan de zaaier en het zaad, de wijnbouwer en de druivenranken, de herder en zijn schapen… En zo zegt Hij vandaag: kijk eens naar de lelies, hoe ze groeien in het veld en de natuur kleur geven. Of kijk naar de vogels in de lucht. Ze zaaien niet en vullen geen voorraadschuren, het is God die ze voedt. - Jezus wil ons op het hart drukken: maak je niet te veel zorgen, geniet van de natuur, geniet van kleine dingen.

Zo kunnen we ook genieten van het kleine jongetje uit onze tweede lezing: het jongetje met zijn zeesterren. Er is tegenwoordig veel te doen over het klimaat, het milieu, de uitstoot van CO2, de afvalberg van plastic enz. … Gepraat wordt er genoeg, maar dat kereltje doet tenminste iets. Ontroerend vind ik dat, ik geniet van zijn gebaar en zijn antwoord: “Voor die ene zeester maakt het wel het verschil.” Het zijn inderdaad de kleine dingen die het doen.

In dit verband denk ik ook met dankbaarheid terug aan de vele vakantieweken van de Zonnebloem destijds in ons missiehuis hier: voor zieken, bejaarden, gehandicapten. Er gebeurden in die weken geen geweldige dingen, zaken die de pers of het journaal haalden, maar… er was wel aandacht voor de ander, tijd voor een gesprek, een luisterend oor, een wandeling naar het dorp, een lach en een traan. Onder elkaar noemden we het vaak “zon voor een schijntje”. Het kostte niet veel, een schijntje, maar je liet wel de zon schijnen, zodat de mensen genoten en daarmee weer verder konden; een week, een maand, een jaar. Of om weer met Seef Konijn te spreken: “Genieten geeft kleur aan je leven, en wie kan genieten is een gelukkig mens.”

 

En zo kom ik dan bij onszelf en de aansporing: “Laten we genieten van de vele kleine dingen…” Als een steuntje in de rug hebben we daarom bij de voorbereiding aan elkaar gevraagd: waar geniet jij zoal van en welke suggestie kun je meegeven voor de komende weken? Het is weer een mooie bloemlezing geworden, luistert u maar:

- ik geniet van de eerste reacties van mijn kleinkind; ik van de voorderingen van mijn

  kleinkinderen; ik van de kinderen van mijn zus

- ik geniet van de herinneringen aan mijn vader die mij leerde zingen en die zorg had voor de

  natuur

- ik geniet tijdens de vakantie van de ontmoeting met onbekenden en van de gesprekken

 met hen

- ik geniet ervan dat wat ik in mijn kinderen geïnvesteerd heb, nu naar mij terugkomt; ik dat

  de kinderen zich om hun ouders bekommeren; ik van de hulp van mijn zoon

- ik geniet van de natuur en van het kijken naar de libellen om mij heen

- ik geniet van de stilte in een kerk: je hoort de Geest van God

- ik geniet ervan als ik iets goeds heb gedaan

- ik geniet ervan als ik niet op mijn horkloge hoef te kijken in de vakantie

- ik geniet van het besef dat ik gelukkig ben.

 

Een korte bloemlezing die wij graag aan u meegeven als vitaminen voor de komende weken. En zo zullen we steeds weer nieuwe vitaminen ontdekken want de apotheek van het leven bevat nog veel meer. “Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen.” En om met Seef Konijn te eindigen: “De hoogste vorm van genieten is genieten van elkaar.”

Dat wensen we elkaar dan ook van harte toe. Amen.

 

Koos van Dijk SVD

 

 

    

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------23 mei 2021

 

OVERWEGING  PINKSTEREN   2021: “Laten we ook nú geestkracht uitstralen’

 

Beste Pinkstervrienden,

 

Ik denk dat u het met mij eens bent dat we ook deze keer een inspirerend thema gekozen hebben voor onze Pinksterviering:

“Laten wij ook nú geestkracht uitstalen!” 

Toch kan ik me indenken dat u enige aarzeling voelt bij dit thema: geestkracht uitstralen? begeestering? enthousiasme? nú? Is dat deze keer mogelijk?

We hebben immers nog steeds te maken met een lockdown, met allerlei beperkingen: niet alleen in het intermenselijk verkeer, maar ook in onze kerken en dus ook in deze kapel. Kijkt u maar even om u heen. Eigenlijk zou onze kapel goed bezet moeten zijn op dit mooie Pinksterfeest, maar helaas…

Ik moest bij de voorbereiding echter denken aan het gezegde van Johan Cruyff: “Elk nadeel heeft zijn voordeel.” En dus vroeg ik me af: heeft deze coronacrisis ook niet zijn voordelen? Dwingen deze beperkingen, dwingt deze lockdown ons niet juist tot bezinning en reflectie, tot de vraag: wat zeggen die wekelijkse, maandelijkse vieringen mij nou echt? Gaat het alleen om volle kerken en mooie gezangen, of is er meer? En ik dacht aan het lied van Huub Oosterhuis: “Wat altijd is geweest, dat waaien van de Geest, gebeurt dat ook aan ons nog vandaag? Dat vuur van het begin, ademen we het echt in, Gods Woord dat antwoord vraagt?” 

 

Daarom nodig ik u uit met mij terug te gaan naar dat eerste Pinksterfeest, dus naar het begin. De apostelen zaten ook in een soort lockdown sinds Goede Vrijdag, en zeker na Jezus’ Hemelvaart. Ze hadden ramen en deuren gesloten uit vrees voor de Joden, ze waren als het ware de draad kwijt en vroegen zich af: Hoe moet het nu verder? Wat betekent Jezus’ belofte: “Jullie worden over enkele dagen gedoopt met heilige Geestkracht? ”. Geestkracht? Wat wil dat zeggen? Lucas beschrijft het als het ware in een soort stripverhaal: er verschijnen vurige tongen boven de hoofden van dat groepje angstige leerlingen, ze worden aangeblazen, aangewakkerd om die lockdown te doorbreken en naar buiten te treden en wel met geestkracht.

Om een nieuw begin te maken.

Het is inderdaad het begin van een nieuwe beweging. Pastoor Verhees beschrijft het in een van zijn boeken zo: “Eerst was er een beweging, leven, spontaan en van binnenuit, ontmoeting van mensen die elkaars vreugde en verwachtingen deelden. Zo is begonnen wat nu Kerk heet: ontmoeting van mensen in een of ander huis, mensen die als vrienden hun brood met elkaar deelden en zó de herinnering aan hun Vriend levend hielden. Ze waren, zo lezen we in de Handelingen, één van hart en ziel, verstonden elkaar en werden mensen van de Weg.” (Einde citaat).
Góed begin was dat! Een nieuwe tijd met ongekende perspectieven en met geestkracht! Dat straalden zij en de Jonge Kerk uit.

 

En nu maak ik met u een grote sprong en ga naar 1975. Veel mensen, ook hier in Deurne en omgeving, zaten als het ware binnen de kerken in een soort lockdown. Goed, men kwam wel samen in kerken, maar miste toch de warmte, het thuisgevoel. Men miste vieringen met teksten, liederen en gebeden aangepast aan de tijd. Er was, zo bleek uit gesprekken, behoefte aan meer aangepaste vieringen. En dus besloten we met een groepje een poging te wagen aan die behoefte te voldoen, een helpende hand uit te steken, deze mooie kapel ervoor open te stellen. En vooral… die geestkracht van het begin weer aan te wakkeren, de Jezus’ beweging nieuw leven in te blazen. En zo, u kunt het lezen op de voorpagina van ons boekje, vult op Pinksteren 1975 de kapel van missiehuis Sint Willibrord zich met nieuwe gezichten. En dat we het Pinksterfeest als startdatum kozen spreekt, denk ik, vanzelf. Want steeds als je, zoals vandaag, dat prachtige verhaal van de Handelingen hoort, word je er warm van: het is een gebeuren dat je hart raakt, je in vuur en vlam zet, die je die goede boodschap van liefde, respect, rust, verbondenheid leert verstaan.

 

Een góed begin was dat, het begin van een sindsdien onafgebroken reeks van thematische vieringen, elke eerste zondag van de maand en op feestdagen, zeker op Pinsteren. Ik denk aan inspirerende thema’s als: elkaar verstaan; in vuur en vlam; op weg met het Pinkstervuur; met Geestkracht verder; en zo vanmorgen: Laten we ook nú Geestkracht uitstralen.

 

En zo, beste vrienden, zijn we aangekomen bij vandaag, het ‘nu’ van ons thema: laten we ook NÚ geestkracht uitstralen. Wij zitten momenteel ook, zo weten we maar al te goed, in een lockdown. Een lockdown met zijn min- en pluspunten, zijn negatieve en positieve ervaringen, zijn invloed op ons dagelijks leven, maar ook op ons kerkelijk leven, ons geloofsleven. Ik wil proberen van dit laatste na ruim een jaar de balans op te maken en daarom heb ik aan de leden van de werkgroep twee vragen gesteld: heeft deze lockdown je geestkracht verzwakt of juist versterkt?

We hoorden het Paulus zeggen in onze tweede lezing: ieder van jullie heeft de kracht van de Geest ontvangen. Er zijn weliswaar verschillende gaven, talenten, charisma’s, maar de Geest is toch het bindende element en helpt ons om gemeenschap te stichten, om geestkracht uit te stralen.

Vandaar dus mijn vraag; lukt dat ons ook nú? Heeft de lockdown ons daarbij geholpen, was het een opfrisbeurt of toch eerder een domper?

Ik moet zeggen: de antwoorden hebben mij blij gemaakt. Natuurlijk, niet alles was even fijn, we misten de bijeenkomsten, als werkgroep en als geloofs-gemeenschap, we misten de vieringen, de persoonlijke contacten; we voelden ons vaak eenzaam, opgesloten…. Maar… elk nadeel heeft zijn voordeel…

Luister maar naar die voordelen, de positieve ervaringen.

-ik vind nu tijd om te lezen en zo nieuwe inspiratie op te doen

-ik heb meer tijd om aandacht te schenken aan de mensen om mij heen: partner, kinderen, vrienden, ja vooral zieken en eenzamen

-ik ben meer bewust bezig met het geloof: wat is nu echt belangrijk, wat niet?

 kerkbezoek of tijd voor elkaar…

-Ik ga belangrijk en onbelangrijk scheiden; het onbelangrijke gooi ik weg, het belangrijke schrijf ik op een lijstje

-Ik ben me meer bewust van de betekenis van verbondenheid: we zijn allemaal schakels aan één ketting, ook al waren er minder vieringen en ontmoetingen

-ik krijg inspiratie via telefonische en andere contacten, omdat we allemaal in dezelfde situatie verkeren

-ik voel, als er dan weer een viering is, me als het ware opnieuw aangeblazen.

 

Zo maar wat reacties… nee, niet zomaar, maar juist echt inspirerend, bezield van geestkracht. En ik hoop dat dit ons allen zoals we vanmorgen bij elkaar zijn 

aangezet heeft nieuwe geestkracht uit te stralen.

Ik wil besluiten met het al eerder aangehaalde lied van Huub Oosterhuis:

“Wat altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt aan (en door) ons vandaag. Dat vuur van het begin, wij ademen het (ook nu) in. Gods Woord dat antwoord vraagt. Die in de stilte sprak, het noodlot onderbrak en nieuwe wegen baande (ook in onze tijd), want Hij is nog niet verstomd. Hij zwaait ons toe en komt en zegt “Ik ben uw Vader. Hij geeft daarom een nieuw gezicht aan duisternis en licht, aan alles wat wij doen. Hij maakt Zijn woorden waar, wij spreken met elkaar een taal van hoop en vrede.”

 

Dat is onze wens, als we zeggen: Een Pinksterfeest vol geestkracht. Amen.

 

Koos van Dijk SVD

  

 

 

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 2 mei 2021

5e zondag van Pasen:

“Laten we verdergaan in verbondenheid”

 

De kernboodschap van de evangelietekst van Johannes zou je als volgt kunnen omschrijven:

“Laten we met elkaar verbonden blijven, want zo kun je vruchten dragen”

 

En de boodschap van de tekst uit de Handelingen van de apostelen vinden we in de zoektocht van Saulus, die later Paulus genoemd wordt. Hij zoekt aansluiting bij de apostelen, hij wil met hen en met Jezus verbonden zijn. En het is te danken aan Barnabas dat Paulus geleidelijk aan door de volgers van Jezus wordt aanvaard.

 

In het evangelie van Johannes gebruikt Jezus diverse keren beeldtaal, bijv. wanneer

Hij over zichzelf spreekt als de “goede herder” of, zoals vandaag, als de “wijnstok”.

Die wijnstok roept beelden op van verbondenheid: verbondenheid met de wijnstok, verbondenheid met de ranken aan die wijnstok, verbondenheid met de wijngaardenier. Jezus vertelt dit verhaal in Zijn afscheidsrede tijdens het laatste avondmaal. De leerlingen vragen zich af hoe het nu met hen verder moet, wanneer Jezus er niet meer zal zijn. En met de parabel van de wijnstok en de ranken maakt Jezus hun duidelijk dat ze niet bang hoeven te zijn. Door verbonden te blijven met Hem blijven ze ook verbonden met de ranken, waarmee Jezus doelt op de mens en zijn naaste. Je zou hier kunnen spreken van horizontale verbondenheid. En dóór Jezus blijven ze verbonden met de zorgzame wijngaardenier, wat je zou kunnen omschrijven als verticale verbondenheid. De wijngaardenier doet er alles aan om goede vruchten aan de wijnstok te laten groeien. Want snoeien doet groeien…

 

Je zou deze parabel naar onze tijd kunnen verplaatsen. We hechten tegenwoordig veel belang aan privacy. De cultuur van “ieder voor zich” kent helaas een onrustbarende groei. Op die manier zijn we van niemand afhankelijk…

Maar is dat dan verbondenheid die vruchten oplevert waarover Johannes schrijft? Omzien naar elkaar, een luisterend oor bieden, een hand uitsteken naar de ander… ik noem een paar kleine, maar o zo belangrijke elementen die kunnen bijdragen aan een verbondenheid die voor onszelf en voor onze naaste vruchten oplevert. En dat geldt zeker voor de coronatijd waarin veel mensen helaas vereenzamen.

En de uitdaging daarbij voor ons christenen van deze tijd is niet gelegen in het streven naar perfecte heiligheid. Wat zei paus Franciscus ook alweer? “Heiligen zijn geen supermensen. Ze zijn niet perfect geboren.” Voor de paus geldt vooral dat wij “fratelli tutti”, broers en zussen van elkaar zijn. In de encycliek met de naam “Fratelli tutti” verwijst de paus naar Franciscus van Assisi die zijn medemensen met deze woorden opriep iedere mens te erkennen, te waarderen en lief te hebben ongeacht zijn of haar fysieke aanwezigheid, ongeacht waar hij of zij geboren is of leeft. Paus Franciscus wijst daarmee op de uitdaging die je kunt vinden door te luisteren naar de goede boodschap van Jezus en door die op eigen wijze handen en voeten te geven.

 

Paulus kan daarbij voor ons een voorbeeld zijn. Op weg naar Damascus heeft hij de Heer ontmoet: de christenvervolger wordt een volger van Jezus, hij gaat verder in verbondenheid met Jezus. Paulus zoekt dan aansluiting bij de volgelingen van Jezus in Jeruzalem. Maar die leerlingen zijn er niet echt gerust op: is Paulus te vertrouwen? Hij was toch altijd bezig ons te vervolgen! Hij was toch betrokken bij het ter dood brengen van Stefanus! En nu wordt Paulus zelf bedreigd door Griekssprekende Joden vanwege de gedode Stefanus, ook een Griekssprekende Jood. Barnabas echter ziet al goedheid en geloof in het leven van Paulus en hij gaat op hem af. Hij haalt Paulus erbij en zo maakt Barnabas het mogelijk dat Paulus met zijn grote kennis van de heilige Schrift van betekenis kan zijn voor de jonge Kerk. De zoektocht van Paulus naar verbondenheid met de volgelingen van Jezus is hiermee ten einde gekomen. Paulus heeft zijn eigen koers kunnen volgen en op die manier een nieuwe beweging van de Geest op gang gebracht: de Geest als bindend element, als beschermheer van verbondenheid met God en met elkaar, de Geest die ons zegent met een pluriformiteit aan talenten en tegelijk hoeder is van eenheid.

 

Paulus kan een voorbeeld zijn voor ons. Hij is inderdaad niet perfect. Maar hij probeert wel de weg van de verrezen Heer te gaan. Hij heeft zich aangesloten bij de volgers van Jezus om met hen samen de goede boodschap handen en voeten te geven van de man die zich de goede herder noemde, die de wijnstok is en in dat beeld hemel en aarde bij elkaar brengt.

Wanneer wij ons, net als Paulus, sterk willen maken voor verbinding en voor de goede boodschap mogen we hopen op meer verbondenheid in de samenleving.

Gelukkig zijn we niet alleen. Overal zie je mensen, hoopgevende mensen die in hun eentje of samen met anderen zich inzetten voor vrede en gerechtigheid.

En de hoopgevende Jezus daagt ons uit hoopgevende mensen te zijn en zo de hoop op een stukje hemel op aarde levend en zichtbaar te houden.

 

Iris Penning, stadsdichter van Eindhoven, dichtte zo voor Koningsdag 2021:

“We zagen het op verlaten straten,

we hoorden het in de stille stad,

dat we niet terug-, maar verdergaan,

omdat we samen beter dromen.”

 

In die geest wens ik ons allen verbondenheid.

 

Gerard Jansink

Deurne, 28 april 2021

 

 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 - 4 april 2021

PASEN  2021: LATEN  OOK  WIJ  OPSTAAN!

Beste Paasvrienden,

“Laten ook wij opstaan!” Dat is dus vanmorgen ons thema.

Opstaan kan vele betekenissen hebben. Vandaag wil ik het, vooral in het licht van Pasen, zien als een nieuw begin, nieuw leven, een leven met perspectief.

In de natuur breekt de lente door, de winter is voorbij, we kijken onze ogen uit: nieuw leven, nieuw elan, nieuwe hoop, nieuw perspectief.

De mensen van onze tijd, ik zei het in de inleiding en we weten het maar al te goed, zitten met zoveel vragen, zoveel angst, ze zien het niet meer zitten. Zij hopen vurig op een nieuw begin, licht in de tunnel. Wanneer, ja wanneer? Wie geeft ons perspectief?

Ook de hoofdrolspelers in de beide lezingen snakken naar een antwoord, een nieuw begin, licht. Hun vragen zijn duidelijk: is er toch nog een nieuw perspectief mogelijk, een opstaan? 

We zagen de vrouwen uit het Lucasevangelie, Zij zitten sinds Goede Vrijdag met vele vragen: waarom moest onze vriend, Jezus, sterven? Waar zijn we eigenlijk aan begonnen door Hem te volgen, nu al 1,2,3 jaar? En hoe moet het nu verder?  Kom zeggen ze: we gaan naar het graf om het lichaam van onze vriend te balsemen.  En daarmee zeggen ze als het ware: we moeten toch iets doen, en door de Sabbat hadden we nog niet de gelegenheid. En dan, aangekomen bij het graf, zien zij een opening: de steen is weggerold… Is er toch licht? Ja, want van binnenuit schijnt er licht naar buiten en klinkt er een stem: waarom zoeken jullie de Levende bij de doden? Jezus is niet hier, Hij is verrezen, opgestaan… Opgestaan? Ja…En dan staan ook zij op, zien ze weer licht, perspectief, rennen ze naar de apostelen, zijn meest intieme vrienden en begint ook bij hen het opstandingsgeloof te ontwaken… Aarzelend, twijfelend ja, we zien het bij Petrus: hij is vol verwondering…

Lucas voelde die aarzeling, twijfel ook nadat hij de ervaring van die vrouwen had neergeschreven. Misschien is hij toch te snel van stapel gelopen. Hij heeft maar enkele regels, 12 verzen, gebruikt maar feitelijk is het natuurlijk een heel proces geweest. Daarom heeft hij het hele Paasgebeuren nog eens verteld, maar nu in een langer en begrijpelijker verhaal: het bekende Emmaüsverhaal, onze tweede lezing. We zien dat de 12 verzen naadloos gevolgd worden door 23 andere verzen: “Op diezelfde dag” zo staat er…

Naast de vrouwen, zo laat hij ons weten, worstelen ook andere leerlingen van Jezus met vele vragen. Zo zien we dat er twee zelfs Jerusalem verlaten. Hun droom ligt aan diggelen, de man op wie ze al hun kaarten hadden gezet, is dood. Ze nokken af. En dan, samen pratend over hun twijfels, wanhoop, teleurstellingen, merken ze opeens dat een onbekende met hen meeloopt. Na een tijdje stelt deze achteloos de vraag: zeg, wat is er met jullie aan de hand? En dan, zo herkenbaar, rollen al hun vragen en twijfels uit hun mond. En die ander luistert... met beide oren maar vooral met het hart. En dan begint hij te duiden en …luisteren zij. En ze horen hem zeggen: als je het nu eens zo en zo bekijkt, en hij citeert teksten die zij kennen. Hij duidt en zij luisteren.  Hij zet als het ware hun hart in brand. Ze zien het weer zitten, zien weer perspectief, gaan open… Daarom nodigen ze die onbekende uit: blijf nog wat bij ons. En dan herkennen zij hem aan het breken van het brood en hollen ze als het ware terug naar Jerusalem, staan zij op… en getuigen ervan bij de apostelen en andere getrouwen.

Zo beste vrienden heb ik geprobeerd beide lezingen te duiden en is het nu tijd deze te vertalen naar onze situatie, ons thema: laten ook wij opstaan en anderen doen opstaan….

Dat is immers dé boodschap van Pasen. We bidden dadelijk weer die mooie tekst: ” Ik geloof dat Pasen is: uittocht, verlossing, opstaan. Ik geloof dat Pasen is: naar buiten treden, je gezicht laten zien, getuigen. Ik geloof dat Pasen is de steen wegrollen waar deze voor één alleen te zwaar is…”

De steen wegrollen…Vele mensen gaan, zo hoorden we, gebukt onder zware stenen, stenen die hen terneerdrukken, ze snakken naar perspectief. We denken dan natuurlijk allereerst aan de velen die lijden door corona. Dagelijks horen we de verhalen en we moeten oppassen niet doof te raken. Corona is geen complottheorie, het is harde werkelijkheid. Vandaar steeds weer de aansporing: laten we wat meer naar elkaar omkijken, stenen wegrollen. En gelukkig doen veel mensen dat en ontstaan er allerlei initiatieven van burenhulp, bezoekjes, aandacht voor eenzamen…. Hartverwarmend. Ze geven medemensen weer hoop, bieden perspectief, doen ze opstaan, letterlijk en figuurlijk. Dat is Pasen!

De steen wegrollen. Ik noem nogmaals de encycliek van Paus Franciscus: Tutti Fratelli. We zijn allemaal broers en zussen van elkaar, zegt hij en hij vraagt ons stenen weg te rollen die op medemensen drukken: drukken door oorlogen, onderdrukking, armoede, vervolgingen, opsluiting… Denken we aan Myanmar, Tigray in Ethiopië, Syrie, de Oeigoeren in China, de christenen in vele landen… Een hele litanie helaas. En ik citeer nog maar eens de Paus: “Ik ben niet op zoek naar de perfecte gelovige, maar naar de mens die omziet naar de ander zoals Jezus dat deed.” Zelf gaf hij enkele weken geleden het voorbeeld met zijn bezoek aan Irak.   We hoorden het ook in het Emmaüsverhaal: Jezus rolde de steen van hun hart… En zo worden ook wij uitgedaagd stenen weg te rollen, op te staan tegen geweld en ander leed, mensen nabij te zijn. Niet alleen mensen dicht bij huis, maar ook wereldwijd.

Ten slotte mogen we ook elkaar helpen stenen weg te rollen, want velen van ons worstelen met vragen over de toekomst van de kerk, onze vieringen, het kerkbezoek, het geloof. Laten we opstaan, het Pasen laten worden, elkaar een hart onder de riem steken.

Ik las ergens: “Ik ben opnieuw begonnen.

    Zoek mij niet langer in het verleden.

    Ik ben hier met al de levensbronnen,

    die mij krachtig voeden in het heden.”

Dat is onze wens: dat wij vanmorgen weer nieuwe energie en perspectief hebben ontvangen, zelf allereerst en om daarmee dan naar buiten te treden: een nieuw begin!

Dan is het Pasen: uittocht, verlossing, een steen weggerold. Dan staan ook wij op. In die geestzeg ik: van harte een Zalig Pasen! Amen.

                                                                                                           Pater Koos van Dijk svd

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

-24 december 2020

 

Beste medechristenen,

 

We hebben zojuist weer het kerstevangelie gehoord en ik kan me voorstellen dat het zeer bekend overgekomen is; dat u misschien zelfs dacht: dat ken ik intussen wel, het is niets nieuws, ik hoor het elk jaar.

Zo heb ik er ook eerst naar gekeken bij de voorbereiding, totdat mijn oog viel op één bepaald gedeelte: “en de engel zei tot de herders: jullie hoeven niet bang te zijn, want ik breng jullie goed nieuws.”

Goed nieuws… We worden in onze tegenwoordige tijd overspoeld met nieuws, met allerlei berichten in de media, ja zelfs met nep nieuws. Het duizelt je en je weet op een gegeven moment niet meer wat je moet geloven, wat waar is  en wat niet waar.  Zijn de verkiezingen in Amerika nu eerlijk geweest of niet?  Is het vaccin tegen corona nu veilig of niet?  Heeft Baudet nu echte democratie voor ogen of niet? Heeft…vult u het zelf maar in. Het duizelt ons inderdaad en we verlangen naar zekerheid, naar echt en goed, naar betrouwbaar nieuws….

 

En dan durf ik vanavond met de engel te zeggen: Wees niet bang, ik heb goed nieuws voor jullie, dé boodschap van kerstmis is goed nieuws.  Ach ja, zegt u misschien: jij hebt mooi praten, dat moet je wel zeggen als voorganger. En dan zeg ik op mijn beurt: waarom bent u naar deze viering gekomen of hebt u er op afgestemd? Toch ook hopend, vertrouwend, rekenend op goed nieuws, op de echte Kerstboodschap.

In dat vertrouwen hebben we u de profeet Jesaja laten horen, zoals we ook in onze adventsviering geluisterd hebben naar de profeten en met name dus Jesaja. Hij steekt het volk van Israël een hart onder de riem, hij brengt hen goed nieuws. Eeuwenlang was er voorspeld dat er een vreugdebode zou komen, een redder, een nieuwe loot aan de stam van Jesse, van Jacob. En als Jesaja zelf met zijn landgenoten in ballingschap zit, in een soort corona-epidemie, ziet hij dat die voorspelling werkelijkheid wordt. “Het volk in duisternis ziet een groot licht. Hij, de redder, zal vervuld zijn van de ware geest: een geest van wijsheid en inzicht, van kennis van goed en kwaad.”

En dan dat prachtige slottafereel: “De wolf is de gast van het lam; koe en berin leven samen; de baby speelt bij het hol van de slang.”   En dus vrienden: luister.

Sta stil bij dit goede nieuws…bij deze aankondiging van de echte kerstboodschap.

 

Aankondiging ja, want wat Jesaja nog ziet als een visioen, wordt werkelijkheid in die eerste kerstnacht. Ook wij horen het de engel tot de herders zeggen: “Wees niet bang want ik heb goed nieuws voor jullie, ja voor heel het volk. Vannacht is in de stad van David jullie Redder geboren, de Messias, de Heer.”

Ik weet het, het is maar een korte boodschap, maar wat deze feitelijk inhoudt kunnen we lezen in het verdere verslag van Jezus’ leven, te beginnen met de keuze van zijn ouders en de herders, de eenvoudigen van die tijd. Op bijna elke bladzijde van het nieuwe testament zien en ervaren we dat Jezus dat visioen van Jesaja waar maakt. Zijn komst is daarom inderdaad goed nieuws. Hij is inderdaad vervuld van de Geest, de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van kennis van goed en kwaad. Hij komt inderdaad   op voor het recht van de zwakken, en de armen genieten zijn voorkeur. Hij draagt inderdaad de gerechtigheid als een riem om zijn middel. En… en dat is steeds weer de kern: Hij stelt de liefde centraal. Hij gaat om met tollenaars en zondaars. Hij is de barmhartige Samaritaan. Hij geneest zieken en zoekt het verloren schaap.

Dus mijn herhaalde vraag: is dat geen goed nieuws? Is dat geen vertaling van het samenleven van panter en bokje, koe en berin, kleuter en slang…? Luisteren naar de kerstboodschap wil daarom zeggen: niet alleen luisteren naar de engel, maar naar het hele verhaal van Jezus’ leven.

En daarom, beste vrienden, wordt van ons verwacht dat wij dat goede nieuws vertalen naar onze tijd; nú proberen waar te maken. Dat we laten zien in ons leven: er is meer tussen hemel en aarde dan het nieuws op de TV en de andere media.

Daarover heeft Paus Franciscus kort geleden een encycliek, zeg maar een herderlijke brief, geschreven met de prachtige titel  “Fratelli tutti”: allemaal zijn we in zijn ogen broers en zussen van elkaar en moeten we proberen dat ook uit te stralen.   We mogen ons er niet bij neerleggen, zo zegt hij, dat mensen buitengesloten worden, vluchteling zijn, armoede lijden, onder oorlogsgeweld gebukt gaan enz. Niet alleen ons er niet bij neerleggen, nee: hij vraagt van ons een actieve bijdrage: we zijn immers allen, tutti, broers en zussen van elkaar, mede-mensen. Diezelfde paus zei eerder: “Ik ben niet op zoek naar de perfecte gelovige, ik ben op zoek  naar de mens die omziet naar de ander zoals de Man van Nazareth dat in zijn tijd deed.”

 

Ik las ergens: God levert geen Messias die het wel even opknapt. Wat de Messias doet is echt mens worden en ons een goed, zinvol leven voorleven. En het is aan ons dit leven voort te zetten.”.

En dat kan heel zeker ook , ja vooral, in deze coronatijd, want juist nu geldt dat Fratelli tutti: mogen, kunnen wij broers en zussen van en voor elkaar zijn, dat uitstralen, werkelijkheid maken?

-Mark Rutte wees op de 10.000 lege plaatsen aan onze kersttafels…: denken we aan hen en gedenken we hen? 

-Hugo de Jonge zei: Laat het corona niet de winnaar zijn van onze kerstmis, maar laat het vooral een feest zijn van solidariteit; van het denken aan en rekening houden met elkaar; van het rekening houden met de eenzame medemens door een bezoekje, telefoontje, kaartje, hulp bij boodschappen…

-Het Rode Kruis heeft als motto: “als we er allemaal voor elkaar zijn, is er niemand meer alleen.”

-En in de media horen we steeds weer; “laten we meer naar elkaar omkijken” of “schenk aandacht aan de ander.” En als lid van een missiecongregatie vul ik graag aan: niet alleen de mens dichtbij, maar ook wereldwijd…

-Ik zou nog meer citaten en voorbeelden kunnen aanhalen, maar ieder kan dit zelf aanvullen….als we maar luisteren, actief, naar de boodschap van Kerstmis, naar de oproep van de Paus: Fratelli tutti, naar het goede nieuws…

 

En daarom tot besluit een tekst :

In een tijd

dat alle hout dood lijkt,

is het bijna onmogelijk

te geloven in nieuw leven,

maar wie een ander

warmte geeft en licht,

barmhartigheid en liefde,

zal weten dat wonderen bestaan.

 

In dat vertrouwen wensen we elkaar in alle eenvoud een gezegend en hoopvol Kerstmis toe.

                                                          

                                                                                Koos van Dijk svd

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------6 december 2020

 

Tweede zondag van de Advent, 6 december 2020: “Laten we luisteren naar de profeten”

 

“Welke boodschap horen we in de lezingen voor de samenleving van deze tijd?”

Onze werkgroep stelt zich bij het voorbereiden van de maandelijkse viering telkens deze vraag. Aan de hand van de kernwoorden in de teksten proberen we dan de Bijbelse boodschap als het ware te hertalen.

Bij het voorbereiden van de viering van vandaag hebben we gezocht naar de sleutelwoorden in de tekst van Jesaja en bij Marcus. En we vonden: troost, moed houden, obstakels ruimen, vooruitkijken, goed nieuws, ommekeer, blijde boodschap, stilte. Het zijn inspirerende, opbeurende gedachten die achter deze woorden schuilgaan. Daarom kozen we voor het thema van vandaag: “laten we luisteren naar de profeten”, een bezinnend en tegelijk inspirerend thema.

 

Luisterend naar Jesaja, profeet tijdens de ballingschap van het Joodse volk in Babylon, horen we hoe hij het einde van de ballingschap aankondigt. De profeet steekt het volk van Israël een hart onder de riem, hij geeft troost en zegt tegen het volk: “We zitten nog in de woestijn - niet een gemakkelijke plek om in te leven. Maar er is uitzicht op betere tijden. We kunnen erop wachten: Jahweh komt ons bevrijden uit de ballingschap.” Zo laat Jesaja merken dat hij er heel veel vertrouwen in heeft dat God de belofte aan Zijn volk waar zal maken. Jesaja heeft er alle vertrouwen in dat het volk van Israël niet in een godverlaten wereld leeft. Jahweh de Heer laat Zijn volk niet in de steek. Hij is de goede herder. En dat is, naast troost, goed nieuws.

De profeet zegt er nog wel iets belangrijks bij: maak de woestijn begaanbaar voor de Heer. M.a.w.: laat je oude leven achter je, kom tot inkeer, bekeer je, begin een nieuw leven. Ga vooral niet achteroverleunen. Jesaja zegt zeker niet: “Het komt allemaal wel goed.” Hij zet de toehoorders aan tot actie: “Maak die woestijn in je leven begaanbaar. Ga op zoek naar nieuw leven.”

 

Toen ik dit had geschreven, dacht ik wel, na het overlijden vorige week van onze nicht Mieke, de oudste dochter van een zus van mijn vrouw: Troost? Hoe troost je een moeder wier dochter van 62 jaar onlangs is overleden aan kanker? Op dat soort momenten word je heel erg stil. En dan troost bieden in de vorm van: "Het beste, hou je goed, hou de moed erin, het komt allemaal wel in orde" kost niet veel moeite, maar levert ook weinig op. Het gaat niet alleen om mooie woorden. Het vraagt om meeleven, om belangstelling tonen, om hoop bieden. Als je dat op kunt brengen en je dan te horen krijgt: “Dankjewel voor je luisterend oor!” dan is je troost waardevol geweest, heeft jouw troost wellicht hoop gegeven. 

 

-muziek: Comfort ye uit de Messiah

 

Advent is wachten op iemand voor wie we de weg dienen klaar te maken, stelt Marcus bij monde van Johannes de Doper. En Marcus gaat daarvoor te rade bij Jesaja, die het volk Gods opriep tot ommekeer en legt Johannes de woorden van Jesaja in de mond: “Begin een nieuw leven, laat je dopen met water, laat het oude leven achter je.” En Johannes doopte de mensen van goede wil in de rivier de Jordaan. En hij vertelde de mensen bijzonder goed nieuws: “Na mij komt iemand die je doopt met de heilige Geest!” De inspirerende kracht van Gods Geest kan jou aanzetten tot, wat Johannes tegen zijn toehoorders zegt, een nieuw leven.

 

Onze actieradius is momenteel erg beperkt. Corona zou er de oorzaak van kunnen zijn dat veel mensen de moed laten zakken. Bij het vooruitkijken naar Kerstmis, in deze Adventsperiode, liggen er voor ons christenen tal van mogelijkheden om wegen vlak te maken, obstakels weg te nemen. Geef aan je medemens in nood een gevoel van eigenwaarde, wees een lichtpunt voor wie in het duister van de ellende de weg niet meer kan vinden. Laat vooral het oude leven achter je, want na corona zijn er nieuwe kansen. Laat je inspireren door de goede boodschap van Jezus van Nazareth: met jouw inzet, met mijn inzet is het mogelijk te werken aan een wereld waarin gerechtigheid heerst, waarin wolf en lam samen zijn, waarin het leven voor iedereen goed kan zijn en die we vaak benoemen als het Koninkrijk Gods. Die hemel op aarde begint hier en nu, in ons, rondom ons en het betekent dat je opkomt voor de zwakkeren, dat je oog hebt voor de mensen die het minder goed hebben.

Dat betekent, samengevat door Jezus: “Ik geef jullie één gebod: heb elkander lief.”

 

Hoe kan ik dat vormgeven?

-Hoe kies ik ervoor betrokken te zijn bij de wereld om je

 heen?

-Hoe kies ik ervoor om een verschil te maken?

-Hoe wil ik helpen om een wereld, die wél werkt, te creëren?

Laten we in onszelf zoeken naar antwoorden tijdens de volgende aria uit de Messiah, terwijl we kijken naar de adventskrans en de kaarsen.

 

-Het licht van de krans brandt niet voor niets. Wij geloven

 dat het ook voor ons schijnt als een lamp voor onze voeten,

 een licht op ons pad.

-Het licht van de krans brandt dankzij de lucht. Wij geloven

 dat ook wij onze levensadem ontvangen om licht, warmte en

 liefde te geven aan elkaar.

-Het licht van de krans wijst ons de weg door het donker.

 Wij geloven dat ook wij in de woestijn van ons leven mensen

 mogen ontmoeten die ons hoop en uitzicht bieden.

-God, in U geloven wij, op U vertrouwen wij. Met één enkel

 woord schiep U in den beginne licht en met Uw stralende

 aanwezigheid bent U ons steeds nabij.

 

-muziek: He shall feed His flock

 

Gerard Jansink

Deurne, 1 december 2020

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

4 oktober 2020 Oecumenische viering 

Laten we elkaar verstaan…

 

Lieve mensen,

Van een gemeentelid kreeg ik een keer het boekje ‘Jihad van liefde’. Geschreven door de Mohamed El bachiri, wiens was omgekomen bij een terroristische aanslag in Brussel in 2016. Hij wil zijn kleine kinderen meegeven dat wraak niet helpt om verder te leven. Maar dat liefde doet overleven. ‘Een leven zonder liefde is een wereld zonder zon. Ik heb liefde nodig als de lucht die ik adem. Als het water dat ik drink.’ En ergens anders in het kleine boekje schrijft hij: ‘Moge de liefde overwinnen’. Liefde, die over grenzen van godsdiensten heengaan. Liefde, die over onze grens heengaat, van protestants en katholiek. En die verder gaat, andere grenzen over. ‘Liefde kent alleen genade en vergeving’, staat er in een gedicht over liefde.

 

In de voorbereiding werd met instemming uit dit boekje geciteerd. Hoe kun je als mens ook tegen dit verhaal zijn, wat deze Mohamed aan zijn kinderen meegeeft: leef van de liefde.

Ons thema van vanmorgen is: ‘Laten we elkaar verstaan’. We doelden op onze beide tradities waarin we staan. ‘Elkaar’: protestants en katholiek. Christenen. Aanhangers van de weg, zo staat in het boek Handelingen. Hier zijn we vandaag voor de 17e keer bij elkaar.  Als twee geloofsgemeenschappen van de weg. In het verleden zag de weg er wel ‘ns anders uit in onze tradities. Er zijn keuzen gemaakt, wegen ingeslagen, we zijn verwijderd van elkaar geweest, en we hebben elkaar weer gevonden. Wij, de katholieke en protestantse gemeenschappen hier. Omdat uiteindelijk wij niet bepalen hoe de weg eruit ziet. Maar Hij, wiens weg wij volgen. Dus, al luisterend naar Gods Woord, al zoekend naar hoe wij elkaar kunnen verstaan en welke keuzen wij moeten maken in ons leven, persoonlijk en als gemeenschap, in een wereld vol uitdagingen, volgen wij de weg van Christus.

 

In de bijbel lezen we over mensen die net als wij, het vaak moeilijk vinden om de weg te volgen, die God hen wees. Het volk Israël, Gods volk, laat keer op keer zien dat hij andere wegen inslaat, dan die hem gewezen wordt. Profeten vertellen hierover aan Israël. In opdracht van God. Steeds met het doel, om de mensen te bewegen op hun schreden terug te keren, om zich om te draaien, te bekeren. Met dit doel voor ogen moeten we ook het ‘lied van de wijngaard’ uit Jesaja 5 lezen. 

Jesaja heeft waarschijnlijk het lied gezongen, op de markt, op de hoek van de straat, waar voorbijgangers de zanger konden horen. Een lied, dat de aandacht trok. Want het begint als een liefdeslied, waar we ook nu, graag naar luisteren. Pas later in het lied, komen we erachter dat God de geliefde is. Dat de wijngaard Israël is. Wat zo mooi begon als een ode aan de wijngaard, verandert in een ommezien in een aanklacht. Met een stortvloed aan vragen vangt Jesaja de aandacht van zijn toehoorders. En voordat hij ze beantwoordt, vertelt hij over de radicale maatregelen van de wijngaardenier. Niets blijft er over van die prachtige wijngaard. En dan de ontknoping. Kort, maar heftig. 7Israël is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda. Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting.

Die laatste woorden zijn woordspelingen in het Hebreeuws: geen misjpat, maar misjpach, geen tsedaka, maar se-aka. Het tweede woord, vertaald als rechtsverkrachting betekent eigenlijk ‘geschreeuw’, dat is het beklagenswaardige geroep van hen die slachtoffer zijn van onderdrukking, die uitgebuit worden en luidkeels roepen om rechtsbijstand. Woordspelingen zijn het die betekenis hebben. Door woorden te gebruiken die zo op elkaar lijken, maar een volledige andere betekenis hebben, laat Jesaja zien hoezeer het volk van God een parodie is geworden op het huis des Heren. Het is door de keuzen die ze gemaakt hebben, nog geen schim van het volk van God. Dat is de harde boodschap die Jesaja brengt in dit zo liefelijk begonnen lied van de wijngaard.

 

Het beeld van de wijngaard, van de wijnstok of de druiventros is een in de bijbel vaak gebruikt beeld. Ook in de evangeliën, zoals in de lezing van vanmorgen. Maar anders dan het lied over de wijngaard in Jesaja, eindigt de gelijkenis van Jezus met een opening naar de toekomst. De heer van de wijngaard geeft anderen dan de onrechtvaardige pachters een kans om de wijngaard te verzorgen. De Heer van de wijngaard, God, wil dat zijn wijngaard niet verwilderd raakt, niet verweesd, maar hij wil dat de pachters daar in vrede en geluk leven. Dat zijn de goede vruchten, waarover God zich verheugt. Een liefdesverklaring van God aan ons mensen.

Als we een stap terugdoen in de gelijkenis, dan horen we dat de Heer van de wijngaard zijn enige zoon stuurt, om zijn aandeel aan de vruchten op te vragen. Natuurlijk bedoelt Jezus zichzelf met deze zoon. De pachters dachten door hem te verwerpen, erfgenamen te worden van de wijngaard. Maar het is deze zoon die, zoals Jezus uit de psalmen citeert, de verworpen steen is die tot hoeksteen is geworden. In deze Zoon heeft God zijn liefde aan de wereld verklaard. Joh 1. Maar de wereld heeft het niet aangenomen.

Als we opnieuw een stap terugdoen, zien we dat de boodschappers van de eigenaar van de wijngaard worden vervolgd, gedood. Het zijn boodschappers als Jesaja was, profeten die de mensen voorhouden de weg van God te blijven volgen. De boodschappers staan voor het woord van God. En vertellen ons de goede boodschap van de zoon, van het eeuwig leven, het koninkrijk van God, waaraan wij kunnen bouwen, van de liefde van God waarin wij mogen leven, en waaruit wij leven, onder ons, onder elkaar… Maar de mensen luisteren niet. Ze gaan voorbij aan de vrucht van de liefde, de liefde tot God en tot elkaar.

De geschiedenis van de mensheid, tot op de dag van vandaag leert ons dat het  verkeerd gaat in onze samenlevingen, wanneer de mensen zich enkel richten op zichzelf en hun belangen. Wanneer ze zich niet inzetten voor het samenleven, voor de vrede en de vreugde, die we elkaar kunnen brengen, in naam van Gods liefde.

 

En nu zijn we aan begin van de gelijkenis gekomen. God heeft de wijngaard aangelegd. En net als in het liefdeslied uit Jesaja, legt God hier de wijngaard met heel veel zorg aan. Hij zet er een muur om heen, om de wilde dieren tegen te houden, bouwt een wachttoren en graaft de perskuip, waarin de druiven tot kostbare wijn worden geperst. Hij gaat op reis, als hij de wijngaard in bewaring heeft gegeven aan de pachters. Met andere woorden, Hij geeft ons de vrijheid om zijn schepping te bewaren, te koesteren, te verzorgen. Hij schenkt ons zelfs zijn zoon. Een groter teken van Gods liefde is er niet.

 

We zijn geroepen. Mensen van de weg. De weg van Gods liefde. Wat een opdracht. Om steeds weer keuzen te maken op onze levensweg, waarin wij die liefde bevestigen. Naar God en naar elkaar. Een moeilijke opdracht. Maar geen onmogelijke opdracht. We zien het aan mensen die ons hebben geïnspireerd door hun leven,  aan al die keren dat de liefde de haat heeft overwonnen, en bovenal dat wij ondanks alles de pachters van de wijngaard mogen zijn en blijven.

 

Naar het lied dat zo juist gezongen is: ‘Wat zou de wereld anders zijn als liefde ons eens en voorgoed als echte mensen leven doet. Dan zal er hoop en toekomst zijn voor allen die op aarde zijn.

Amen.

 

Ds Ada Rebel

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------6

 

6 september 2020

 

Laten we naar elkaar omzien

 

“Ik leef mijn leven zoals ik dat wil, ik bemoei me toch ook niet met een ander.” Deze regel uit een lied van André Hazes spreekt veel mensen in onze tijd aan. Leven en laten leven… dat is toch een positieve manier om met elkaar om te gaan?  Maar is dat wel zo positief? Stel, je weet dat iemand in jouw omgeving ernstig in de fout gaat of dreigt te gaan. Kun je dan zeggen: “Dat zijn haar of zijn zaken! Daar wil en kan ik me niet mee bemoeien! Daar ga ik niet over!

 

Al eeuwen voor Christus roept de profeet Ezechiël de mensen op om je wél te bemoeien met wat een ander doet.  Wanneer je ziet dat iemand de fout in gaat, spreek haar of hem er dan op aan. Doe je dat niet dan ben jij nalatig!  En hoewel jij in feite niets verkeerd doet, ben je medeschuldig aan het vergrijp dat iemand anders pleegt. Je hebt immers niets gedaan om het te voorkomen.  De profeet heeft het over misdaden. In deze tijd zouden we bijv. kunnen denken aan iemand die er niet voor terugschrikt dronken of high achter het stuur te kruipen,  op grote schaal te frauderen of een kind te misbruiken.

 

De evangelist Matteüs heeft voor de lange toespraken van Jezus veel stof geput uit een bron die helaas verloren is gegaan. In een toespraak over de opbouw van de gemeenschap geeft Jezus enkele regels die  laten zien hoe men in de eerste gemeenten van Joodse aanhangers van Christus met dit soort situaties omging. De eerste regel is: ‘Wijs je broeder of zuster terecht', maar dan wel: 'onder vier ogen'. Dus niet meteen de hele buurt er bij halen en met een hoop kabaal. Geef je broeder of zuster  de kans zijn of haar  gezicht te redden. Als hij  of zij niet luistert, haal er een of twee vertrouwenspersonen bij. Als hij of zij halsstarrig volhoudt, leg het dan voor aan de gemeente. En als ook dat niet helpt verbreek dan het contact. Hij of zij  heeft zichzelf buitenspel gezet.

 

De gemeente van Jezus is barmhartig, maar weet tegelijk dat ze met het evangelie niet alle kanten op kan. Ze mag haar beginselen niet verloochenen, vond Dietrich Bonhoeffer in de tijd van nazi-Duitsland. Hoe konden christenen en nationaalsocialisten naast elkaar in dezelfde kerkbank zitten?

 

Er zijn momenten dat een kerk de rode kaart moet trekken omwille van haar geloofwaardigheid. Dan is het kiezen of delen. Maar de rode kaart is eerder een noodrem dan een straf. Het doel is immers niet je medemens onderuit te halen, maar hem te helpen.

 

Bij de voorbereiding kwamen we tot enkele vaststellingen.

-In de lezing van vandaag herinnert Jezus ons er voorzichtig aan, dat wij, als leden van de kerkgemeenschap, verantwoordelijkheid dragen voor elkaar.

Emeritus paus Benedictus zei in een toespraak daarover dat dit vraagt om bescheidenheid en terughoudendheid. En het vraagt om wederkerigheid. En dat houdt in dat, als ik iemand op iets wijs, ik ervoor open moet staan dat diegene ook mij op iets kan wijzen.

-Het is dus van belang de dialoog met elkaar aan te gaan.

Daarvoor heb je zelfkritiek nodig, want niemand heeft in alles altijd het grote gelijk. De ander kan ook gelijk hebben.

Daarnaast vraagt dialoog om open te staan voor het goede dat een ander inbrengt. Onwrikbaar vasthouden aan je eigen gelijk is er de oorzaak van dat je niet hoort en ziet wat voor goeds de ander in zich heeft.

En bij dialoog moet je vooral niet op eigen gewin uit zijn, maar zoeken naar samenwerking voor het grotere belang dat ook de ander mee insluit.

Kortom… haal eerst de balk uit je eigen oog, voordat je de splinter uit het oog van de ander haalt. Wees zelfkritisch, wanneer je het woord van Jezus – wijs je broeder terecht - serieus neemt.

-Spreek mensen aan vanuit bekommernis, naastenliefde. En kies altijd voor een positieve benadering. C’est le ton qui fait la musique…

-Ook hoorde je duidelijk vanuit de vergadering dat we vaak, afhankelijk van wie we aanspreken, terughoudend reageren.

-Maar ook hoorde je menigeen vertellen over eigen ervaringen: dat “Medemensen elkaar de hand toesteken, een arm om elkaars schouder slaan.”

Er zijn zoveel kansen voor leven met medemensen…

 

Deurne, 27 augustus 2020, Hannie van Heijster/Gerard Jansink

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

5 juli 2020

Teksten van de samenkomst buiten achter de kapel

 

Een gedachte van Anselm Grün

Mijn concrete leven is het materiaal waarmee ik werken kan en moet.

Maar ik kan uit ieder materiaal iets moois scheppen.

Uit steen kan ik een wonderschoon beeld houwen,

uit hout een sierlijk figuur snijden

en van klei kan ik iets prachtigs boetseren.

Ik moet slechts werken met het materiaal dat ik heb.

Ik moet het materiaal van mijn levensgeschiedenis accepteren.

Dan kan ik het vormgeven.

                                                                                (Anselm Grün osb)

 

Ja maar & toch…

Als we straks weer terugkijken op een vakantie, waar we dan ook waren,

en op de periode waarin corona, onaangekondigd, als een soort vloedgolf,

als iets wat je niet tegen kunt houden over ons heen viel,

kunnen we dan zeggen dat we wél konden en kunnen beslissen hoe we ermee omgaan,

omdat wij samen de uitkomst bepalen?

We kunnen nú op zoek gaan, niet naar het nieuwe normaal,

maar naar een nieuwe werkelijkheid van respect, eerlijkheid, gelijkheid, rechtvaardigheid.

“Wat geweldig dat niemand ook maar één minuut hoeft te wachten

met het verbeteren van de wereld”, schreef Anne Frank.

 

Dus niet terug naar het oude.

Ja, maar… ben ik daarvoor wel de geschikte persoon?

 

En dan gaan we na de vakantie weer vieren in de kapel!

Ja, maar… is er wel een plan van aanpak?

 

We gaan er tegenaan.

Ja, maar… hoe gaat dat dan?

Ja, maar???

Kunnen wij met deze houding een ‘oorlog’ winnen, uitmuntende resultaten behalen,

onder tijdsdruk presteren?

Volgens deskundigen is het aanzienlijk productiever als wij leren om te creëren

in plaats van te reageren.

Om oorzaak te zijn in plaats van gevolg van de omstandigheden.

 

Laten we daarom een groet brengen aan alle “En toch mensen”!

Jullie hebben het al zo druk
en tóch vinden jullie nog tijd om naar de vieringen te komen.
Jullie hebben ook je eigen zorgen,
en tóch zijn jullie vaak bereid te luisteren naar die van een ander.
De reclame zweept iedereen op om meer te consumeren,
en tóch blijven jullie nog steeds spreken over versoberen.
"Het is altijd hetzelfde" zegt men na het journaal, "Er is niets aan te doen"
Tóch blijven jullie nadenken of er iets aan gedaan kan worden.
Populair zijn is in: een mooie snoet, een radde tong of een record.
Tóch eren jullie juist stille doordouwers en verzoeners.
Surfen en zappen zijn aan de orde van de dag,
en tóch willen jullie geregeld stilstaan, dieper graven en werken aan de wortels.
Soms hebben jullie ook wel eens de moed verloren,
en tóch willen jullie niet van ophouden weten.
Zo wordt het woord "herbeginnen" bij jullie vaker gebruikt dan "stoppen",
en mede daardoor heeft deze wereld nog een grote toekomst!

 

Geniet van de dagen die misschien anders zijn dan anders.

Houd het gezond. Tot in september (hopen we).

 

Franciscus van Assisi zei het zo:

‘Geef me de moed te veranderen wat ik kan veranderen,

de rust te accepteren wat ik niet kan veranderen en

de wijsheid om het verschil tussen beide te zien.

                                                                         (Gerard Jansink, 5 juli 2020)

 

WEES NIET BANG

Wensen en dromen

zullen de wereld niet veranderen.

Maar ieder nieuw begin,

iedere stap naar iemand toe,

iedere ongerepte morgen

kan je iets leren van de kunst

om een klein stukje van de wereld te herscheppen.

Vrede voor jou en het geschenk van vriendschap

en duizend ogenblikken van geluk

en woorden van verzoening en moed

om te geloven in de mensheid.                       (Kris Gelaude)

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

12 april 2020

 

Beste  Paasvrienden.

 

Inspelend op ons jaarthema  had ik dit jaar als thema gekozen “Op weg met de Emmaüsgangers”.  Helaas  kan de viering niet door gaan, maar ik wil toch enkele gedachten nav  dit thema met jullie delen.

Als evangelie  nemen we het bekende  verhaal van de Emmaüsgangers , Lucas 24, 13-35. En door het mooie lied van Jacques Verhees ( zie boekje 2019) )  kunnen we het dit jaar, ja zeker nu, actualiseren:

 “Mensen van ooit, kind’ren van heden, volk onderweg, vallend en staand, levend van hoop, uitziend naar vrede: dromen  doen mensen wegen gaan”.

 

De  Emmaüsgangers gingen op weg van Jerusalem naar Emmaüs  en Lucas beschrijft het zo plastisch   dat je het  heel concreet  voor je ziet: twee mensen op weg,  pratend, uiting gevend  aan alles wat zij de laatste dagen meegemaakt hebben, ontgoocheld en diep teleurgesteld. En  dan het keerpunt: een derde die zich bij hen aansluit, luistert, ja echt luistert en probeert te duiden. En zij  zien  het weer zitten , het  brandt  in hun binnenste, en  ze gaan  wéér op weg, maar nu terug naar Jerusalem, naar de apostelen, de vrouwen, de andere leerlingen. En dan…ja dan gaan allen op weg en zó ontstaat de Jonge Kerk en worden zij “mensen van de weg”  genoemd.

 

En zó wil ik ieder uitnodigen dit Emmaüsverhaal te plaatsen  in onze huidige tijd en ook in ons leven want ieder van ons heeft wel eens zo’n tocht gemaakt van Jerusalem  naar Emmaüs , van weg en weer terug, en momenteel maken we denk ik ook zo’n tocht mee.  De huidige situatie , in ons land, in de wereld, en ook in ons eigen leven  is zo’n tocht. “Volk onderweg, vallend en opstaand, levend van hoop, uitziend naar vrede…”

Laten we zó proberen het  te vertalen naar  het nu. En vooral denken aan die derde die meeloopt en perspectieven opent. Als je zo iemand ontmoet, er voor open staat, voel je je niet alleen. En die iemand kan ook met een hoofdletter geschreven worden. En je kunt zelf ook zo’n  iemand voor een ander zijn.  We kennen allemaal voorbeelden waar het momenteel gebeurt aan of door ieder van ons…

Zó kan het ook dit jaar ondanks  de beperkingen  Pasen worden. Pasen is immers een steen wegrollen  ,  is uit-tocht vieren, ver-los-sing, op-staan, naar buiten treden…Verhees  vervolgt  het lied met:” Volk onderweg, gaande met velen, mensen elkaar tot bondgenoot. Niemand alleen, geen  minderheden, niemand te veel, te klein, te groot.” 

En dus zeggen  we tot elkaar:  een Zalig en Opwekkend Pasen!

 

p. Koos van Dijk svd

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1 maart 2020

 

Beste Kapelbezoekers,

‘God, Jesus, Trump!’, dat is de titel van een serie van drie documentaires die de afgelopen weken op tv te zien was. Daarin gaat de programmamaker Tijs van den Brink op zoek naar een antwoord op de vraag waarom mensen die zichzelf christenen noemen, Donald Trump als president van hun land kiezen. Voor Tijs past het gedrag van Trump voor- en tijdens diens presidentschap niet bij de wijze hoe christenen met elkaar zouden moeten omgaan. Trump heeft er geen moeite mee om mensen te beledigen, om leugens te verspreiden, zich niet aan regels te houden en hij is allesbehalve bescheiden. Een politicus die zegt pal te staan voor de christelijke waarden en normen en die vervolgens in zijn gedrag het tegenovergestelde doet, daar zou Tijs niet op kunnen stemmen. Letterlijk zegt hij: ”hebben zij, de Trump-stemmers, een bord voor hun kop of zie ik iets over het hoofd”.

Daarom gaat hij in gesprek met verschillende Amerikanen die vanuit hun christelijke overtuiging op Trump gestemd hebben en die dat dit jaar weer gaan doen. Voor velen van hen is de Amerikaanse maatschappij geen veilige plek meer waar zij in vrijheid hun geloof kunnen belijden. Voor hen worden de principes die daarbij horen met voeten getreden. Het belangrijkste is dan ook dat de president die zij kiezen die principes in wetgeving opnieuw vastlegt en wetten die daarmee in strijd zijn, afschaft.  

Naast mensen die tevreden zijn met de president en diens beleid sprak Tijs ook met mensen die er anders over denken. Een moeder van een verslaafde en tot gevangenisstraf veroordeelde zoon, vroeg zich af waarom Trump zijn fouten wel vergeven werden en haar zoon, zijn fouten, niet. Ondanks hard werken en goed zijn best doen werd haar zoon niet geaccepteerd door de gemeenschap waar zij woonden.  Dat is toch met twee maten meten?

Een man die tot de doodstraf veroordeeld was en afwachting van de uitvoering daarvan vroeg zich af hoe je vóór de bescherming van het leven kan zijn en tegelijk mensen ter dood veroordelen. De doodstraf is toch in tegenspraak met de bescherming van het leven. Voor deze man was het duidelijk: er is een verschil tussen in Jezus geloven én Jezus volgen.

In Jezus geloven en jezelf Christen noemen is vrijblijvend. Jezus volgen en Christen zijn heeft consequenties voor wat je doet en welke keuzes je maakt in het leven.

Laten we met dit in gedachten gaan kijken naar de lezing uit Genesis. De mens kiest om te eten van de vruchten van de boom en heeft vanaf dat moment kennis van goed en kwaad. De mens is als het ware volwassen geworden, heeft inzicht gekregen en is daarmee bewust geworden van de verleidingen, het kwaad dat ieder mens in het leven tegenkomt. We leven niet meer in het paradijs en staan soms voor moeilijke keuzes.

Ook Jezus krijgt hiermee te maken. Dat hebben we in de tweede lezing gehoord. Op het moment dat Hij kwetsbaar is, hij heeft honger na veertig dagen in de woestijn, komt de duivel met allerlei interessante voorstellen. Jezus laat zich niet van de wijs brengen en trapt niet in de mooie praatjes van de Duivel. Jezus zegt: “Ga weg Satan”. In de heilige boeken staat: <<Kniel alleen voor de Heer, je God, en vereer alleen Hem>>.

Jezus blijft trouw aan God, aan de opdracht om de goede boodschap van liefde en vrede voor ieder mens, te brengen.  Dat is de keuze die Jezus maakt.

Wat zijn de verleidingen waar wij mensen in deze tijd mee te maken hebben? Tijdens de voorbereiding van deze viering kwamen er heel wat naar voren: zo druk zijn dat je vergeet waar het echt om gaat, jezelf en anderen voorbijlopen, bang zijn iets te missen, denken dat alles maakbaar is, voor God spelen, het recht van de sterkste, eigen volk eerst. Kortom negatieve zaken, kwade zaken die niet leiden naar het ideaal wat Jezus ons voorhoudt namelijk: liefde en vrede voor ieder mens.

Als wij geloven in Jezus en Hem willen volgen dan zouden wij toch niet moeten kiezen voor de verleidingen die ik hiervoor opgesomd heb? Dan zouden we toch kiezen voor aandacht voor elkaar, een ander voor laten gaan, pas op de plaats maken, beseffen dat je niet alles in de hand hebt, respect voor diegenen die anders zijn dan je zelf bent.

Wat is jouw leidraad/ of overtuiging bij het maken van keuzes.

Die vraag heeft ieder van ons tijdens de voorbereiding van deze viering proberen te beantwoorden.

Voor sommigen was dat het voorbeeld dat zij van hun ouders hadden gekregen, de zusters op school, mensen die je tegenkwam in je leven die positief met elkaar omgaan, het christelijk geloof en proberen daarnaar te leven, de boodschap van Christus handen en voeten geven, de vieringen in deze Kapel die inspireren en tot nadenken uitnodigen, kennis en vaardigheden ten dienste van anderen stellen, iets voor een ander doen, ons inzetten voor een stukje hemel op aarde. Een van ons zei: het gaat niet om het hiernamaals maar om het hiernumaals.

Het zal niet altijd lukken om het juiste, het goede - in het spoor van Jezus - te kiezen. Soms valt er niets te kiezen en moet je accepteren dat het zo is. Maar dat hoeft ons er toch niet van te weerhouden om steeds opnieuw te proberen om wel de juiste keuze te maken. Om niet vrijblijvend in Jezus te geloven en jezelf Christen te noemen maar om Jezus te volgen en Christen te zijn in je manier van leven en de keuzes die daarbij horen. Wij mensen hebben keuzevrijheid Godzijdank, laten we er verstandig en goed mee omgaan.

 

Hannie van Heijster

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

2 februari 2020

Maria Lichtmis

 

OP WEG MET LICHT

 

Maleachi is niet direct een profeet,

maar iemand die een en ander opmerkt: een ZIENER.

Hij ziet in zijn omgeving dat priesters en het volk zich WEER afkeren van Gods wil en zijn geboden.

Hij voorziet dat de profeet Elia weer zal terugkeren op aarde

en orde op zaken zal stellen.

Hij is de bode die zorgt dat de weg naar God weer vrijgemaakt wordt: Maleachi ziet dat de priesters

ontrouw geworden zijn aan het verbond van God en de mensen.

Voor de zoveelste maal dwalen ze af!

Maleachi (zijn naam betekent BODE) boodschapper en als zodanig roept hij zijn toehoorders op tot bekering.

Dat is: om weer te gaan leven in trouw aan de Heer.

Nu het land er verdord bij ligt (Straf van God?)

roept hij zijn landgenoten op zich weer in verband met God te stellen en te leven volgens Gods bedoelingen.

Want de droogte die op dat moment heerst

wordt door hem gezien als straf van God.

Hij roept op tot terugkeer naar Gods geboden.

De schrijver van dit laatste boek van het Oude Testament

voelt a.h.w. aan dat er andere tijden zullen aanbreken.

In die zin wordt hij van ziener een profeet.

Met betrekking tot de evangelielezing van deze viering:

Hoofdpersonen zijn Maria en Jozef, de pasgeboren Jezus, Simeon en Hanna.

De twee laatstgenoemden zagen in het kind het Licht der Wereld. Maria bracht haar zoon als een licht de tempel binnen.

Wij zeggen nu: als het licht der wereld.

Een licht dat ook ons hier en nu kan en zal verlichten.

De basis boodschap over de geboorte van Gods zoon,

veertig dagen geleden gevierd, is

dat er een kind geboren is als LICHT.

Wellicht is de ster die de wijzen uit het Oosten de weg wees wel heel symbolisch.

Die ster bleef staan waar het Licht der wereld zich bevond.

Wat mensen later in de geloofsgeschiedenis ervaarden en

beleden werd de gebeurtenis die we vandaag weer mochten aanhoren

uiteindelijk het begin van de viering die we vandaag houden. Zoals Maria en Jozef met het Licht der wereld op weg gingen

zo worden zij nagevolgd door ons, zo’n 2000 jaar na hen.

  

TERZIJDE

Even een terzijde over wat bij de voorbereiding van deze viering ook ter sprake kwam.

Namelijk: deze lezing, ook in de parochie, was ieder jaar weer reden om te praten over wat vroeger de kerkgang werd genoemd.

Een gebeuren dat direct voortkwam uit de Joodse reinigingswetten. De vrouwen hebben feilloos aangevoeld, zeg maar in de 60-er jaren, dat zo'n reinigingsgebeuren niet meer van deze tijd is.

Het was een overblijfsel van de Joodse tradities en wetten. We mogen de moeders dankbaar zijn dat aan die traditie stilzwijgend een einde kwam.

Leve die vrouwen van toen die dat klaargespeeld hebben,

door zelf het besluit te nemen om daar niet meer aan deel te nemen. Op die manier brachten zij licht in een duistere situatie.

Dit even terzijde!

Die gang naar de tempel(40 dagen na de geboorte)

volgde de Joodse voorschriften.

Los daarvan zeggen wij liever: Maria bracht het Licht naar de tempel. Naar de gemeenschap.

Zo werd zij de eerste lichtdrager. Vraag is in hoeverre wij, 2000 jaar later, óók licht brengen in onze tijd en omstandigheden.

Een vraag die we vandaag mogen stellen is in hoeverre wij bereid zijn dat Licht onder de mensen te laten schijnen door het ontvangen licht van Christus verder uit te dragen.

Want als wij het Licht van Christus ontvangen

en weer uitdelen dan brengen ook wij

goed nieuws aan mensen, die daar wel eens naar snakken.

Daarom vind ik de slogan van de KRO-NCRV zo goed:

"Laten we wat meer naar elkaar omkijken"

En het liefst samen, want dat kan de bindende factor worden. Samen, vanuit de gedachte: Heer, geef ons Licht

opdat we dat Licht verder doorgeven aan mensen die

vaak in duisternis leven. Moge het zo zijn.

 

p. Jan van As svd

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

31 december 2019

Overweging oudjaarsviering 2019

 

GOED OP WEG

 

De titel GOED OP WEG en de lezing uit Mattheüs lijken weinig met elkaar te maken te hebben.

Hoe komen we dan bij deze titel: GOED OP WEG?

Zoals u weet maken we bij de voorbereiding van de dienst altijd een rondje, waarbij iedereen de vraag - Hoe was jouw afgelopen jaar?- beantwoordt.

Eigenlijk was iedereen wel tevreden over het jaar. Dus: GOED OP WEG.

Enkele opmerkingen vanuit de werkgroep:

  • We hebben uitbreiding van werkgroep gekregen
  • We krijgen voortaan koekjes bij de koffie
  • Met mijn vrouw gaat het na een zware operatie weer goed
  • Fijn, dat je ziet, als je het moeilijk hebt, dat zoveel mensen je steunen
  • Fijn, dat ik anderen kon ondersteunen bij verdriet, of heel praktische dingen zoals een lamp ophangen
  • Ik kan mijn zoon, die een huis aan het bouwen is, helpen, vooral door er te zijn
  • Ik ben op vakantie geweest en dat is een opening geweest om uit het dal te komen
  • Jonge mensen laten zich horen en voeren actie voor het milieu, voor een mooiere wereld. Ik heb gezien dat jongeren idealistisch zijn

 

Maar waarom dan deze lezing?

Johannes de Doper stelt de vraag of Jezus de Messias is.

Daarop krijgt hij geen direct antwoord.

Jezus zegt: ‘Kijk om je heen.’

Ook wij hopen op betere tijden, op vrede en gerechtigheid voor iedereen, maar precies als Johannes, hebben wij ook onze twijfels. Ook tegen ons wordt gezegd: ‘Kijk om je heen en zie het goede dat gebeurt.’

Maar dat is precies ons probleem.

Als we om ons heen kijken, of de krant lezen, zien we niet veel goeds.

Maar kijken we wel goed?

Kijken we niet te eenzijdig, naar alle negatieve dingen die  inderdaad gebeuren, en generaliseren we niet te vlug?

Een tijd geleden had p. Jan van As, hier in deze kapel een verhaal over het dak en de dakpannen. Als bij een storm een paar pannen van het dak kapot waaien zeggen we: ‘Het dak lekt.’ Dat er nog 897 pannen keurig op hun plaats liggen, daar denken we niet aan. Nee, het dak lekt.

Precies dat doen we als het over mensen gaat.

Als in de krant staat dat steeds meer jongeren in het ziekenhuis terecht komen omdat ze veel te veel gedronken hebben. Dan zeggen we te gemakkelijk: ‘De jeugd zuipt zich te pletter.’

Maar al die jongens en meisjes die zich daar niet schuldig aan maken, zien we even over het hoofd.

Als een paar opgeschoten lummels vernielingen aanrichten, omdat ze geen vuurtje mogen stoken in Scheveningen/Den Haag, dan zeggen we : ‘Die jeugd van tegenwoordig deugt nergens voor.’ Maar dat er bij de meeste jongeren ook veel idealisme gevonden wordt, daar kijken we niet naar.

Nee, het dak lekt.

We horen overal dat de zeespiegel stijgt, dat we teveel CO2 uitstoten. Dat we teveel stikstof uitstoten etc.

Maar we vergeten dat we in de jaren 80 de zure regen hadden; ook die hebben we door milieumaatregelen weten te beteugelen.

In de jaren 90-2000 hadden we een gat in de ozonlaag. Door het Montreal-protocol, dat door maar liefst 197 landen ondertekend werd, werd het gebruik van spuitbussen en fluorkoolwaterstoffen beperkt. Daardoor  is dat probleem ook grotendeels opgelost.

Daarmee wil ik niet zeggen: ‘Laat maar lopen, het lost wel op.’ Nee, gelukkig zijn er veel mensen, jong en oud, in iedere omgeving, die zich daarvoor willen inzetten. Van de Zweedse jongere milieu activiste Greta Thunberg, die jongeren opriep om in actie te komen tot de buurman die zonnepanelen op zijn dak legt, of bewust wat minder met de auto of het vliegtuig gaat.

Kijk hoe ons groepje over het afgelopen jaar dacht.

Kijk naar wat de meeste ouders voor hun kinderen over hebben.

En de meeste kinderen voor hun oud geworden ouders. Dan zie je heel veel liefde en genegenheid.

We moeten de goede dingen willen zien, want anders doen we al die goede mensen die gewoon goed leven , gewoon goed voor elkaar en de maatschappij zorgen, te  kort.

En als we ons zorgen maken over de toekomst dan is dat best terecht, maar het mag ons niet verlammen in ons streven er het beste van te maken.

Zolang er mensen zijn die goed zijn voor elkaar, goed doen aan elkaar, en hopelijk zijn wij allemaal van die mensen, dan gaan we een goed 2020 tegemoet. Amen.

 

René van de Laar, 31 december 2019

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

24 december 2019

 

OP WEG MET DE KERSTBOODSCHAP

 

Overweging van de Thematische Viering tijdens de Kerstnacht in de kapel van kloosterhotel Willibrordhaeghe

Deurne, 24 december 2019                                                                              

Beste medechristenen, Kerstvierders,

“Op weg met de Kerstboodschap”,

zo luidt, zoals u intussen weet, ons thema vanavond.

Op weg… allemaal immers zijn we op weg gegaan vanavond, op weg naar deze kapel: vanuit het hotel, vanuit Deurne en omgeving of, zoals ik, vanuit Teteringen.

Op weg ja, maar niet zomaar,

we hadden een doel voor ogen: het was immers Kerstmis. We wilden Kerstmis vieren, naar de Kerstboodschap luisteren en zien wat deze voor ons, ook nu, kan betekenen.

We hebben intussen tijdens deze viering reeds mooie en zinvolle teksten gehoord: in de bekende kerstliederen, onze gebeden en vooral de schriftlezingen.

Nu zijn we dan op een punt gekomen dat ik wil proberen samen met onze liturgische werkgroep - proberen ja, meer is het niet - via de overweging ons allen te inspireren om ons deze Kerstboodschap eigen te maken en er inderdaad mee op weg te gaan…  

Op zich is dit niet iets nieuws, dit proberen we immers elk jaar. Bij het dertigjarig bestaan van onze kerstnachtvieringen hebben we, menigeen herinnert het zich nog wel, een boekje uitgegeven met de veelzeggende titel “Kerstmis in veelvoud”. In veelvoud ja, je kunt het kerstgebeuren en dus ook de Kerstboodschap van vele kanten benaderen, be-mediteren, proberen te vertalen en te actualiseren. Ieder jaar weer anders, en toch weer met dezelfde bedoeling.

En zo staan we nu dus meer bewust stil bij de Kerstboodschap en willen we daar mee op weg gaan…

 

De kern van de Kerstboodschap vinden we terug in het Oude Testament en dan vooral bij de profeten en daar met name bij Jesaja.  In vele prachtige visioenen heeft hij die Boodschap geschilderd.

Eén van die visioenen hebben we u laten horen, een visioen om blij en dankbaar bij stil te staan. “De woestijn zal vrolijk zijn en bloeien als een lelie. Blinden zullen kunnen zien, doven horen, mensen die niet konden lopen, zullen springen en mensen die niet konden spreken, zullen roepen en zingen. En dan… dan zal er een weg lopen naar Jerusalem, de Heilige Weg voor alle mensen die van goede wil zijn.” Prachtig toch dit visioen van mensen op weg naar bevrijding, heel-making, mensen nabij zijn. Een echte hoopvolle Boodschap. En het zal de mensen als muziek in de oren geklonken hebben!

Johannes de Doper neemt dit visioen over en spoort zijn tijdgenoten aan: “Maak de weg klaar voor de Heer. Ja, maak de weg recht en verwijder alle obstakels want dan zal iedereen zien dat God redding brengt.”

Weer een nadere aankondiging van de Kerstboodschap. En de mensen vragen hem: wat moeten wij doen? En hij antwoordt: “Wie twee hemden heeft moet er een geven aan iemand die er geen heeft en wie te eten heeft moet delen met een ander die niets heeft.”

 

En dan wordt het Kerstmis … en wat Jesaja nog ziet als een visioen en Johannes   aankondigt, wordt werkelijkheid in die eerste kerstnacht. We horen het de engel tot de herders zeggen: “Schrik niet want ik heb een blijde boodschap voor jullie, een grote vreugde voor het hele volk. Vannacht is in de stad van David jullie Redder geboren. Hij is de Messias, Christus de Heer.” En we horen dat een hele groep engelen die boodschap overneemt en zingt: “Vrede op aarde aan de mensen van wie God houdt.”

Het is maar een korte boodschap, niet zo uitgebreid als het visioen van Jesaja of de boodschap van Johannes. Er wordt alleen maar verteld: de herders gaan naar de stal, vertellen kort wat ze ervaren hebben en gaan dan weer terug naar hun kudde. En Maria? Ze bleef nadenken over wat de herders gezegd en beleefd hadden….

Er wordt dus niet verteld wat zíj met die Boodschap, de vervulling van dat visioen, gedaan hebben… Daar gaat het ook eigenlijk niet om, het gaat om het Kerstkind zelf.  Hoe Hij dat visioen werkelijkheid gemaakt heeft en dat kunnen we lezen in het verdere verslag van het optreden en leven van dat Kerstkind. Op bijna elke bladzijde van het Nieuwe Testament zien en ervaren we hoe Jezus met dat visioen, met die Boodschap, op weg is gegaan.

Denken we aan zijn bezoek aan de synagoge: “Hij rolde de boekrol open en las: De Geest van de Heer rust op mij. Hij heeft mij gezonden om goed nieuws te brengen aan de armen, om gevangenen de vrijheid aan te zeggen, de blinden het daglicht en de onderdrukten vrij te laten.” En dan gaat Hij verder: “Deze profetie, dit visioen, is vandaag in vervulling gegaan.”

Of denken we aan zijn antwoord aan de leerlingen van Johannes die hem om zijn “papieren” vroegen: “Ga Johannes vertellen wat jullie gezien en gehoord hebben. Blinden zien, lammen lopen, melaatsen krijgen een nieuwe huid, doven horen, doden worden opgewekt en het blijde nieuws wordt verkondigd aan de armen.” U hoort het, bijna een letterlijke vervulling van het visioen van Jesaja. Jezus gaat duidelijk op weg met deze Blijde Boodschap, met de Kerstboodschap!

 

En dé vraag is nu aan ons vanavond: willen ook wij met deze Kerstboodschap op weg gaan, willen wij deze nu, anno 2019/2020, tot de onze maken en vervullen? Jezus heeft, zoals we hoorden, die Kerstboodschap verkondigd en waar gemaakt, heeft het visioen van Jesaja omgezet in concrete daden, maar het was en is zijn wens dat wij, zijn volgelingen, deze boodschap nú verder doorgeven, ermee voor de dag komen, ja mee op weg gaan. Willen we dat? Kunnen we dat? En hoe moeten we dat dan waar maken: blinden laten zien, doven horen, lammen lopen…?

Ik zei het al in de inleiding van deze viering: als we om ons heen kijken - dichtbij en ver weg, denk maar aan het dagelijkse journaal - zien en ervaren we dat er nog veel te doen is: aan vrede, begrip voor de ander, armoede, zorg voor elkaar en voor de schepping…En heel veel mensen, zo lees je deze dagen in de media, hebben het wel gehad met Kerstmis en dus ook met de Kerstboodschap. Ze voelen zich lamgeslagen, moedeloos.

En dus nogmaals de vraag: willen wij wél met deze Kerstboodschap op weg gaan, er invulling aan geven?

Wij van de werkgroep hebben ook bij deze vraag stilgestaan en zeiden: kijk, we zijn nu reeds ruim 45 jaar als liturgiegroep op weg, maar we zijn nog lang niet moegestreden. Integendeel: elk jaar en dus ook dit jaar geloven we erin, staan wij ervoor open, open voor Gods plan met deze wereld: een wereld van gerechtigheid en liefde, barmhartigheid en verzoening. En door deze viering, nu vanavond, hopen we én aan elkaar én aan u allen te laten zien dat die Kerstboodschap - natuurlijk vertaald in onze taal en tijd en mogelijkheden - nog steeds de moeite waard is. Dat het geen boodschap is uit een ver verleden, maar een boodschap die actueel is en dus inspirerend, en die omgezet kan worden in daden of woorden.

Uit onze voorbespreking wil ik enkele suggesties aanhalen, voorbeelden die duidelijk laten zien dat het inderdaad mogelijk is.

= De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid zegt in een interview: “Mijn geloof is de basis voor mijn handelen. We hebben twee eenvoudige boodschappen meegekregen: God liefhebben en de naaste. En ik weet dat God een speciale plek heeft voor de zwakken en elke dag oefen ik me daarom erin de zwakken te beschermen in het spoor van Jezus.”

“En”, zegt hij verder, “bij vrede gaat het in de Bijbel vooral om innerlijke vrede: vrede hebben met jezelf en je omgeving.” Een prachtig getuigenis!

= Bij Lucas zien we dat de herders, de “kleyne luyden”, met het goede nieuws op pad gaan. God houdt inderdaad van de zwakken. Dus….

= Paus Franciscus zei eens: “Ik ben niet op zoek naar de perfecte gelovige, ik ben op zoek naar de mens die omziet naar de ander zoals de man van Nazareth dat in zijn tijd deed.”

= Een andere suggestie: Zoals Maria kunnen we die boodschap ook in ons hart overdenken, dan vinden we vanzelf manieren om in actie te komen.

= Of: probeer medestanders te vinden! Als ieder één persoon mee kan krijgen werkt dat als een olievlek en ontstaat er steeds meer vrede op aarde. 1+1 is 2; 2+2 is 4; 4+4 is 8…  

= Of: Soms hoor je pas na vele jaren dat iemand je komt bedanken voor je hulp in een benarde situatie, maar… jouw hulp heeft hem of haar destijds wel geraakt en geholpen.

= In dagblad “De Stem” las ik: Jan, een gehandicapte, kreeg na een 12,5-jarig dienstverband bij een supermarkt een jubileumpremie mee, maar moest deze direct aan het UWV inleveren, omdat hij een uitkering genoot. Er werd spontaan een inzamelingsactie op touw gezet om hem alsnog het geld te geven… Een kille maatschappij, maar hartverwarmende medemensen…

 

Eenvoudige voorbeelden? Zeker, maar: “het zijn de kleine dingen die het doen.”  Of zoals bisschop Desmund Tutu het zegt: “Goedheid is sterker dan slechtheid; liefde is sterker dan haat; licht is sterker dan duisternis; leven is sterker dan dood.”

Wij zeiden het in 2016 zo: “Een goed mens is als een klein licht dat wandelt in de nacht van onze wereld en op zijn weg gedoofde sterren weer aansteekt.”

Laten we als een licht op weg gaan met onze Kerstboodschap en zo medemensen aansteken. In die geest wensen we elkaar een Zalig en inspirerend Kerstfeest. Amen. 

                                                                                                   

p. Koos van Dijk svd